Een dichter begon op facebook een betoog met de stelling dat een boek wel eens ‘het kindje’ van de auteur wordt genoemd. Hij schreef: ‘De auteur als maker, verwekker, het boek als zijn voortbrengsel, zijn vrucht. Het is een beetje een platitude, maar ook wáár.’ Er komt een nieuwe bundel van de dichter uit en hij begon zijn verhaal met de vergelijking omdat je dit nieuwe kindje juist niet vergelijken kunt met een eerder kindje. Het een is niet beter dan het ander. Een helder en oprecht idee, maar ik bleef hangen bij de pijnlijke aanvangsidee: een boek als kindje.
Het schrijven van een boek is mooi. Een eigen boek in de kast hebben staan doet wel wat met je, maar een kindje zal het nooit zijn.
Toen ik vertrok bij mijn ex en zij, als schop na, mijn hele oeuvre in de gracht gooide raakte me dat wel maar kon ik daar dezelfde dag nog grappen over maken. Het was vooral zaak mezelf niet tot dat niveau te verlagen. Ook was het een gedoe die eerste drukken en vertalingen weer terug in de kast te krijgen. Een paar vertalingen heb ik nog steeds niet in mijn bezit.
Mijn eigen boeken dreven in de gracht. Het waren niet mijn kindjes.
Deze week bracht ik mijn zoontje naar zijn nieuwe kinderdagverblijf en het eerste wat ik thuis las was het nieuws dat er vier kindjes waren omgekomen bij een ongeluk met een trein en een elektrische bakfiets. Onbekende kindjes, van onbekende ouders, meer dan honderd kilometer naar het zuiden. Het nieuws sloopte me. Het is niet mogelijk dit nieuws te relativeren of er grappen over te maken. Deze kindjes staan voor iedere ouder-kind relatie. Iedereen voelt het verlies.
Die dag had ik weinig oog voor de gebonden stapeltjes papier in mijn kast en ook schreef ik bijzonder weinig. Ik wachtte tot ik mijn zoontje weer op kon halen en hem tegen me aan kon drukken.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen