In het zeer korte verhaal 55 Mijl naar de benzinepomp, van Annie Proulx, stapt veeboer Croom een ravijn in, hij sterft, waarop mevrouw Croom in hun huis op zoek gaat naar wat haar man heeft achtergelaten: een aantal vrouwenlichamen op een zolder. Bijzonder verhaal, door de afstand in de vertelling.
Proulx beschrijft geen gruwelijkheden, eerder berusting. De daden van veeboer Croom zijn achter de rug, het leed van de vrouwen die op een of andere manier op de zolder terecht zijn gekomen en ‘intensief zijn gebruikt’, zoals Proulx het noemt, wordt niet beschreven, alleen de ontdekking van de daden door de vrouw en vier kleine woordjes: ‘net wat ze dacht’. Ze wist het eigenlijk al. De ontdekking is een bevestiging.
En veeboer Croom op zijn beurt valt niet zo maar in de afgrond, ook al is hij dronken, hij kent de weg, en ook hier een paar kleine woordjes als hij een pad inslaat dat bij het ravijn uitkomt: ‘zo weet hij’.
Het verhaal gaat niet over de gruwelijkheden maar over het samenleven van een man en een vrouw in een vreemd geheim, een verbond tussen twee mensen dat met een conclusie-achtige slotzin wordt bezegeld: ‘Wie afgelegen woont, creëert zijn eigen pleziertjes.’
De bundel Brokeback Mountain, met een beeld uit de succesvolle verfilming voorop, staat vol met dit soort verhalen: bondig, groots, zeer goed geschreven, Nobelprijswaardig. Toen DWDD me een tijdje terug vroeg welke drie schrijvers als het aan mij ligt de Nobelprijs mogen krijgen stond de naam Proulx vrijwel meteen in het rijtje.
In Een eenzame kust ook een mooie vertelvorm: een jij-vertelling vanuit een onzekere vrouwelijke ik, die haar eigen leed mengt (ze betrapte haar man op de oppas van vijftien) met een heftige gebeurtenis waarbij ze slechts zijdelings betrokken is, een bizar ongeluk of eigenlijk een vechtpartij op de snelweg die totaal uit de hand loopt.
Dit verhaal gaat over impulsen. Haar man kon de oppas niet weerstaan, de andere personages deden maar wat op die snelweg, iemand schoot, ze slikten pillen, chaos. De verteller berust ook: ‘Vriend, het is makkelijker dan je denkt om toe te geven aan de duistere impuls.’
Vooral dat algemene in ‘de duistere impuls’ is indrukwekkend, heel rustig verteld maar ook op een manier die zegt: iedereen komt die impuls tegen. Het waart rond en overvalt je.
Op een gegeven moment, als ik veel van Proulx verhalen achter elkaar lees, gaan die conclusies mij tegenstaan, ze maken de verhalen erg rond en een beetje netjes, maar de intensiteit is zo hoog en de technieken zo goed toegepast, dat ik die paar slotzinnetjes prima kan hebben.
In Curriculum vitae beschrijft Proulx het woelige leven van Leeland Lee aan de hand van de baantjes die hij had en wat er in het nieuws was op dat moment. Lee trouwde en kreeg kinderen, Vietnam was op tv, hij werd tankstationhouder, bij een sekte namen heel veel mensen gif, hij ging in de vleesverwerking, San Francisco verslaat Denver in de football-finale.
Een cv van een gewone man, in het kader van de hele wereld, dat doet Proulx en dat is zeer indrukwekkend. Herleeswaardig.
Ook die jij-vorm en vertelling in Mensen in de hel willen slechts een slokje water. ‘Je staat daar en zet je schrap.’ Dit is misschien wel het beste verhaal. Over twee gezinnen met flink wat kinderen. In het ene gezin komt een roodkarige verminkte zoon terug uit de stad, opgeraapt door een methodistische dominee in de stad. Hij heet Rasmussen, kortweg Ras. Hij ontpopt zich tot een idiote potloodventer. De zonen van het andere gezin kunnen hem niet uitstaan. De vader van Ras zegt: Pas maar op met je fratsen, ze nemen je te grazen. Ras lacht hysterisch. De vader denkt dat hij inderdaad gek is, maar de jongen blijft in het vervolg wel thuis. Het lijkt te helpen, die preek, maar uiteindelijk hebben de jongens van het andere gezin deze arme Ras al te grazen genomen: ’Ze hebben het al gedaan. Ze hebben het al bij hem gedaan en nog met een smerig mes ook.’
Er volgen nog wat details van Ras’ liesstreek en zijn been, en dat is het. De moeder van Ras voelt vooral schuld: een hopeloze daad met een ander kindje draagt ze als een enorme last met zich mee, dat heeft ertoe geleid dat die jongen zo geworden is.
Wanhoopsdaden, een kort verhaal (slechts 22 pagina’s) over wanhoopsdaden, en eigenlijk over een groot aantal levens in een mistroostig groot gebied dat door Proulx op een onvergetelijke manier op de kaart is gezet: Wyoming.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen