Het is moeilijk met twee schrijvers tegelijk te praten, voor een publiek. De beste gesprekken tussen schrijvers – want ik zie mezelf totaal niet als interviewer – is één op één en zonder publiek.
Nu zat het zaaltje vol, schoven Tommy Wieringa en Cynan Jones aan en keek ik naar hoe de gespreksleidster voor ons het aanpakte. Zij had een compleet uitgewerkte introductie met van haar beide gasten een bio, overzicht van de boeken, geboortejaar. Ik had alleen zes steekwoorden achterop het briefje dat ooit in de heilige Rita stak als bedankje. Tommy Wieringa schreef daarop: ‘Ik schreef dit boek. Het is voor jou.’ Eenvoudiger kan het niet zijn.
Welk had ik de boeken van Wieringa en Jones opnieuw gelezen. Dat maakte het herschrijven van mijn eigen roman, die er binnen een maand of vier aankomt, lastig want bij Jones dacht ik steeds: ik doe te veel, het moet minder minder minder, en bij Wieringa dacht ik steeds: ik doe te weinig, ik moet in iedere zin nog net even iets meer meer meer.
Uiteindelijk schreef ik die dag in de aanloop naar het dubbelgesprek welgeteld één zin aan mijn nieuwe roman, een zin over aardappels. Dat sloot weer mooi aan bij het schillen van anderhalve kilo aardappels die ochtend voor de hete bliksem die ik al klaar wilde hebben voor ik die middag om zes uur weer thuis zou zijn, na een reeks afspraken in de stad.
Ik schilde de aardappels en dacht aan het werk van Jones en ik dacht: heel goed, ik haal al het overbodige weg. Alleen het lekkerste blijft over. Maar ik schilde ook die aardappelen en met De heilige Rita in mijn achterhoofd dacht dat ik dat ik die piepers liever ongeschild kon koken een minuut of vijf en dan met knoflook en wat kruiden bakken in de oven. Meer eraan toevoegen dus.
Dat was zo’n beetje de basis van het dubbelgesprek. Het publiek begreep er niet alles van. Wel dat Wieringa uit een streek komt waar ze absoluut geen look en kruiden bij de aardappels doen en dat Jones het liefst zijn potje eten sober houdt. Ook dat is terug te lezen in de romans.
Zo ontstond toch een gesprek tussen drie schrijvers, en niet tussen een interviewer die wil weten waar de schrijvers hun inspiratie vandaan halen en of hun boeken autobiografisch zijn, de twee meest gestelde vragen. Maakt me niks uit, evenals hun geboortejaar. Ik wil weten hoe ze hun aardappels schillen.
De zin in mijn nieuwe roman gaat over het schillen van aardappels. Je pakt steeds de grootste. Wat zit daar achter?

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen