Bij de supermarkt was mijn voorband zacht, toen ik thuiskwam was-ie bijna leeg. Samen met mijn jongste zoon plakte ik de band. Hij vond het leuk dat de fiets op zijn kop in de schuur stond en hij vindt de fietspomp geinig.
In de binnenband zat een gaatje, in de buitenband zat een doorn. De plek waar de binnenband lek is kun je vanaf het ventiel in de buitenband terugzoeken, anders plak je de binnenband en blijft er een stuk glas of iets scherps in de buitenband zitten en is die band zo weer lek.
Een doorntje dus. Ik haalde hem eruit en gooide hem weg en de band bleef die dag en de dagen erna goed.
De volgende dag vond ik een doorntakje bij de poort helemaal achterin de tuin. In onze tuin groeien geen struiken met doorns. Het was een roos. Het was geen roos die als een romantisch gebaar in onze tuin was gelegd, het was een dorre tak met scherpe doorns die vlak naast mijn fiets was die een dag eerder eenzelfde doorn in de voorband had.
Vreemd.
Die avond in het weekend was ik niet thuis. Ik hoorde later dat de buitenlamp die ik vlak daarvoor naast de deur van de schuur had gemonteerd een paar keer aanfloepte. Het is een lamp met een bewegingssensor. Hoe ging die aan?
Direct legde ik verbanden.
De band was lek gegaan door een doorn, bij de supermarkt. Die was er niet ingereden maar in de band gestoken door iemand die mij volgt, iemand die mij weet te wonen, iemand die een signaal wilde afgeven met de doorntak, iemand die achter bij de schuur net buiten de poort laat op de avond rondhangt.
Het was een complot.
Dat soort gedachten gaan zeer snel en zijn hardnekkig. Ook toen de band al een paar dagen niet meer lek gegaan was, ook niet lek geprikt, dacht ik dat de bewegingssensor natuurlijk ook door een kat of een egeltje aan kan gaan. Die poort kom je zo maar niet door. En dat takje kan ook onder de poort door gewaaid zijn of met een fiets of dier hierheen gesleept, die doorns blijven overal aan plakken.
Van de week ging de lamp weer aan. We zaten op de bank en keken tv. Ik ging kijken in de tuin. Er was niemand, ook niet in het smalle straatje achter het huis, en toen ik daar even bleef staan zag ik een uitgeschoten tak van de klimop vlak onder de lamp heftig heen en weer bewegen in de wind. De lamp ging aan.
Ik snoeide de klimop en ging weer naar binnen. Er was geen complot.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen