In de verte een witte vuurtoren, daarvoor niks dan leeg land, dorre begroeiing, een Hollandse steppe. Dat gebied vlak na Almere is het mooiste stuk om met de trein doorheen te zoeven. Het is net of de trein daar minder geluid maakt, het kan nergens tegen weerkaatsen en de mensen in de trein kijken uit het raam en voelen zich klein. Ik zag de paarden. Ik zag een uitkijkpost, ik zag de dode bomen. Alles gaat er dood, zo leek het, nu de winter eraan komt. De natuur heeft geen last van sentimenten.
Ik wil een worden met de natuur, hoor je mensen wel eens zeggen. Dat zijn mensen die geen idee hebben van het leven en ook niet van de dood. Mensen die denken dat ze onschendbaar zijn. Die in veiligheid dromen van het een worden met de natuur omdat een verwarmd huis ze niet past.
Die huizen komen ook weer gauw. Na een dijk een polder, waar eerst de Zuiderzee was. Vergeet dat niet. Die herten en paarden lopen op de bodem van de zee. Waar zijn die vissen nu? Vissen hebben nog het minst last van sentimenten. Verdwijnt het water dan is ook dat de natuur, ook al pompt de mens het weg. Flexibiliteit is het tegenovergestelde van sentiment.
Op de terugweg viel de schemering al bijna in. De zon stond achter de steppe. Nog even en het was avond, geen lantaarns hier.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen