Van zijn vrouw Milou kreeg ik het verzoek of ik iets wilde zeggen bij de opening van een expositie met werk van Ton Blommerde. Hij was mijn oude buurman. Ik wilde graag iets zeggen:

Ton gaf me een gedicht.
Hij gaf een gedicht aan de buurman, dat was ik.
Het heette Style en het was geschreven door Charles Bukowski.

Style is the answer to everything.
A fresh way to approach a dull or dangerous thing.
To do a dull thing with style is preferable to doing a dangerous thing without style.
To do a dangerous thing with style, is what I call art.
Bullfighting can be an art.
Boxing can be an art.
Loving can be an art.
Opening a can of sardines can be an art.

Stijl.
Wat doe je?
Belangrijker is: Hoe doe je het?

Ton wist dat ik schreef, hij las heel veel.
Hij las mijn debuut en mijn tweede roman, zonder er verder veel over te zeggen.
Hij knikte, dat was voldoende.
Hij wist linken te leggen met andere boeken, en met poëzie.
Ton gaf me een boek over stierenvechten.
Een boek over boksen.
Bukowski kende ik, ik las het nog een keer.

Ik wist dat Ton een kunstenaar was maar hij exposeerde nooit en liet ook thuis niks zien.
Dat deed Milou.
Ze zei: Moet je even komen kijken.
En dan liet ze nieuw werk van Ton zien.

Toen hij zich ophing op zolder stonden er drie auto’s voor de deur.
Een politieauto met strepen, een ambulance en een witte auto met een zwaailicht.
Verder niks, alleen een blauw licht.
Die auto maakte me bezorgd.
Het was een auto die alleen daar stond omdat het ernstig was.
Ik ging naar beneden, de deur uit, de brede stoep op, naar het naastgelegen pand.
De deur stond op een kier.
Milou was binnen en zei: Hij heeft het gedaan.
Buiten de mensen van de politie en ziekenwagen was er niemand.
Niemand die Milou kende.
Ik ging zitten, we dronken wat.

Ton gaf me boeken te leen.
De huid, van Malaparte.
Kaputt.
Heel mooi, zei hij, en nu was hij zelf Kaputt.

Soms dronken we bier in de tuin.
Altijd bij hun in de grote tuin.
In die tuin zat je goed, met koud bier uit flessen.
Ton had een borreltje ernaast.
De jeneverfles stond op de tegels.

Het gedicht gaat verder, na een witregel.
When Hemingway put his brains to the wall with a shotgun, that was style.
Style is a difference, a way of doing, a way of being done.
Six herons standing quietly in a pool of water, or you, walking
out of the bathroom without seeing me.

Ik geloof niet dat Hemingway stijl had.
Zelfmoord is niet stijlvol.
Ik had een buurman die Ton heette.
Hij had stijl maar ook had hij problemen.
Zonder die problemen had hij wellicht geen stijl gehad.
Dan had hij een kantoorbaan gehad.
We dronken bier in de tuin en praatten over kunst.
Hij wist dat ik een boer ben uit de polder.
Daarom vind ik die ‘herons’ nog steeds zo mooi.
Reigers.
In het water, heel stil.
Of jij, als je uit de badkamer loopt
zonder me te zien.

Dat wilde Ton.
Hij exposeerde niet, hij was er niet.
Hij wilde uit een badkamer lopen zonder dat iemand hem zag.
Dan was hij er toch.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen