De vertaling uit 1960 van The heart is a lonely hunter, van Carson McCullers, is nog heel goed te lezen, bovendien is het oude lettertype van mijn hardcover prettig. Het is een subtiele politieke roman die in de huidige tijd opvallend actueel aandoet. Rassenproblematiek, een vakbondsman met opruiende ideeën, ongelijkheid, genderneutraliteit, alcoholisme, al deze thema’s komen in de roman uit 1940 aan bod, bij verschillende personages die netjes ombeurten gevolgd worden, met als centraal personage de doofstomme John Singer.
In de vertelling is ruimte voor ieder personage en de andere personages veranderen in hun scènes in bijfiguren, op een slimme terloopse manier zijn ze er wel steeds, maar onnadrukkelijk. Soms wordt enkel de mondharmonica genoemd van de broer van een donker meisje, soms alleen de snor van een man die dagen achter elkaar in de kroeg zit waar een ander personage achter de toonbank staat bij het kasregister, soms alleen de kamer van de doofstomme, soms alleen mensen op een veranda. McCullers beschrijft een kleine gemeenschap in een grootse vertelling, de focus op het vijftal personages werkt zeer goed, iedere keer krijgt de lezer de kans mee te voelen, en toch geeft de roman een compleet beeld van het Amerika van vlak voor de oorlog.
Wat die doofstomme zo bijzonder maakt tussen al die uitgesproken personages: ‘Singer was altijd tegen iedereen hetzelfde.’ Dat maakt hem de spil in dit wespennest. Ook de rust die hij uitstraalt, het gebrek aan ambitie en de stilte zijn bijzonder. De man met het snorretje die het liefst de arbeiders opzet tegen hun werkgevers slenters van fabriek naar de kroeg en overal is drukte en willen mensen dingen, en dan verlangt hij ernaar even bij de doofstomme op zijn kamer te zitten. Gewoon even wat rust.
‘Met hem praten was net een spelletje,’ vond het meisje Mick, dat graag een jongen wil zijn en muziek wil spelen. ‘Alleen zat er veel meer in dan bij welk spelletje ook. Het was als met het ontdekken van iets nieuws in de muziek.’
En later, als het over het meisje, de dokter en de snor gaat: ‘Ze kwamen bij hem in de stille kamer praten – want zij hadden het gevoel dat de doofstomme altijd begreep wat zij tegen hem zeggen wilden. En misschien nog wel veel meer dan dat.’
John Singer is een van de belangrijkste authentieke Amerikaanse romanpersonages, vanwege de stilte, de rust, de gelaagdheid, de eenvoud en de reikwijdte. Alle praatzieke personages die de moderne Amerikaanse literatuur, vooral uit de steden, tot een circus van gedachten en meningen maken, zouden even bij Singer in zijn kamer moeten gaan zitten en kort iets zeggen of juist niks zeggen.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen