Op de eerste bladzijde van mijn nieuwe roman: een vertelster in een wintersportgebied die cryptogrammen maakt, haar man Frankie die vijvers bouwt, en een Chinees in het dorp die een Japanner blijkt te zijn:

Er staat een Chinees voor de cafetaria.
Dat is niet een van de opgaven van de puzzel die hier voor me ligt, al zou het ervoor door kunnen gaan. Ik denk aan iets heel anders en dat begon met die Chinees, bij de cafetaria. Daarvoor gebeurde er veel en daarna gebeurde er nog veel meer, geloof me, maar het werd in gang gezet door die oude Chinees op het stoepje.
Het zou iets met bami kunnen zijn, als die Chinees een crypto was, of met mayo. De eerste vraag van deze puzzel, één horizontaal, is: Een beloning voor de portier.
Twee vier zes acht tien twaalf, dertien letters. Enig idee? Ik denk dat ik er wel op kom. Een ander woord voor beloning? Loon, prijs, honorarium, premie, provisie, inkomen. Genoeg mogelijkheden. En wat doet een portier? Die zit bij de deur, die bepaalt wie er binnenkomt, die waakt, die sluit af aan het einde van de dag of het einde van de nacht. Hangt wat op zijn stoel, loopt wat rond. Dertien letters, over de hele breedte.
Zo kom ik mijn dagen hier wel door. Je moet toch wat als je die berg niet op durft.
Ik hou van taalspelletjes die gaan om betekenis. Hoe kan een woord meerdere betekenissen hebben? Taal lijkt altijd helder en eenduidig maar een simpele cryptogram geeft al aan dat woorden geen houvast geven. Ze kunnen van alles betekenen.
Je moet er wel mee overweg kunnen, met die verwarring, met die verschillende lagen. Frank kan dat niet zo goed, die wil duidelijkheid. Voor ieder ding een eigen woord. Hij werkt met zijn handen, met water en met grond, en voor hem is een schop een schop, en toch kan een schop heel veel dingen zijn, van een schop onder je kont tot een schoppen aas of dat gereedschap van hem.
Frankie is mijn man, dan weet je dat.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen