De pompoensoep van de dag ervoor was veranderd in pompoenpoep. Zijn luier zat vol. Hij ging naar bed. Schone luier, nog even wat drinken, en nog even praten met hem. Hij leert zo veel woordjes en hij leert ook betekenissen en grapjes. Pompoensoep is een vrij moeilijk woord voor een jongen van twee. Hij kende het woordje poep al, dat komt uit je billen. Nu leerde hij het verband tussen wat hij eet en wat eruit komt. Hij moest er heel erg om lachen. Van beneden had hij een pakje kaartjes meegenomen, uit de kast. Hij moest ervoor op zijn stoeltje gaan staan, dat had hij voor de kast gezet. Nu kon hij bij de bovenste plank, waar hij die kaartjes vond. Het is een soort memory, maar nu wilde hij alleen de plaatjes kijken. Ik vroeg hem welke twee bij elkaar hoorden. Die en die en die. Een beker, een beer, een bal, een tas. Heel goed gedaan, zei ik. En nu lekker slapen en dan gaan we vanmiddag weer verder, lieve jongen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen