Wat het hart verwoest werd door Meulenhoff vorig jaar als ‘de grootse nieuwe roman van de auteur van De jongen in de gestreepte pyjama’ aangekondigd, maar verzandt al snel in zeer houterige scènes die allemaal eendimensionaal het thema voeden: homoseksualiteit in Ierland. Aan alles proef je dat John Boyne een verhaal van zich af moest schrijven.
Daar koos hij in het eerste hoofdstuk nog een mooie vorm voor. Verteller en hoofdpersoon Cyril is nog niet geboren, zijn moeder is zwanger van hem en wordt verstoten uit een klein dorpje aan de Ierse westkust. Mooie harde scène, aangrijpend, en ook slim gedaan want de verteller was hier als ongeborene natuurlijk wel bij maar heeft het verhaal uit de overlevering, en dus staat er een keer of zes: ‘…zoals ze me later vertelde’.
Het gaat goed tot de moeder van de hoofdpersoon in de bus al een sympathieke jongen tegenkomt die ook naar Dublin wil. Toevallige ontmoeting voor Cyril, maar niet voor het verhaal want Boyne heeft op voorhand een verhaal over homoseksualiteit in Ierland bedacht, en dus is direct de eerste de beste man in de bus een jonge homo in Ierland die zich samen met zijn vriend ontfermt over de moeder van Cyril.
Boyne vertelt nog enigszins verdekt, en dat maakt de moeder vooral naïef. Wat ook meteen moet gebeuren: geweld tegen het homostel, ook hard en redelijk overtuigend beschreven, maar ook hier voelt de lezer: dit verhaal had niet anders dan deze richting op kunnen gaan. Deze homo’s in Ierland hebben het moeilijk, er is geweld tegen hen, dus dat geweld moet getoond.
Na een flinke sprong in de tijd is Cyril geboren en krijgt hij als zevenjarige jongen een vriendje. Dat is natuurlijk niet een vriendschap zoals jongens van zeven hebben, samen spelen, voetballen, wat ongein uithalen. Dit vriendje Julian is een flamboyante jongen die meteen in het eerste gesprek met Cyril laat vallen dat het best mogelijk is dat mannen met mannen kussen en vrouwen met vrouwen. Geen spelen, geen voetballen, geen jeugdige ongein maar het invullen van het thema, zelfs in deze scène. Personages van karton die zwoegend de thematiek van Boyne, hoe aangrijpend en persoonlijk ook, moeten verwoorden, zelfs als ze nog maar zeven zijn.
In De jongen in de gestreepte pyjama had Boyne ook zo’n thema: vriendschap in een concentratiekamp, eenvoudige moraal van kinderen versus de joden vernietiging door de nazi’s, en ook dat boek kon alleen bestaan omdat de jongen in een volmaakte naïviteit door de bladzijden wandelde. Wat het hart verwoest maakt me kriegel omdat de schrijver zijn persoonlijke verhaal en worsteling boven zijn personages verheft. Die arme jongens worden gereedschap van effectbejag, en dat is voor een romanpersonage problematischer dan homo zijn in Ierland.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen