In de kleedkamer zaten een zangeres, een blazer en nog een muzikant. De een moest de volgende dag naar de radio, de ander naar een optreden in Venlo, de laatste muzikant had geen smoes om niet mee te gaan naar de volgende kroeg. De band van Tim Knol zou daar ook naartoe komen. Ze zaten er toch: de zangeres en de andere muzikant. De blazer was naar huis.
Een vriend van me liep met zijn koffer platen over het Leidseplein. We zaten in de hoek, boven. Het complete café vol muzikanten, een kroegbaas die nu op een tractor rijdt, roadies, familie, een paar schrijvers. Tijdens het concert stond ik bij een vriend en een regisseur. Ik dacht: we hebben hier film, muziek en schrijven op een rijtje staan. Later spraken we over: film, muziek en schrijven.
Soms is het erg vervelend om over schrijven te praten. Dan vragen mensen: Wanneer komt je nieuwe boek? En dan geef ik netjes antwoord, maar dan gaat het gesprek niet verder dan een vraag en antwoordspel tussen schrijver en mogelijk een lezer. Wat moet ik terug vragen? Hoe gaat het op jouw werk?
Muzikanten en filmmakers – de naam zegt het al – maken ook dingen. Na een week herschrijven, erg vermoeiend want de concentratie moet hoog zijn, was ik echt toe aan een mooi concert, en ook aan de gesprekken met makers na het concert. Dat vulde de kroeg. Het ging over muziek maken, over schrijven, over films, maar dan net over de details die makers kennen. Die maken dat makers zich thuis voelen.
Nico Dijkshoorn reikte een gouden plaat uit aan Tim. Die welverdiende gouden plaat en de verkoopaantallen waren bijzonder, het was zeker zo bijzonder dat de gouden plaat werd uitgereikt vanuit ontroering. Toen hij de plaat op het podium van Paradiso aan Tim overhandigde zei Nico al: Hij weet je iedere keer te raken.
Dat herhaalde hij later in het café. Hij zei tegen me: Iedere keer als ik hem hoor spelen sta ik te janken.
Tim stond naast ons te glimmen. Hij ging bier halen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen