Hoofdstuk 14 van de roman De broederschap van de druif van John Fante is magistraal. Ik las de roman vanaf het begin. Nooit kon ik werkelijk doordringen tot de teksten van Fante, maar nu wel, en ik voel me verrijkt, tot ik bij hoofdstuk 14 kwam. Dat las ik als een kort verhaal en ik voelde me gelukkig.
In dat hoofdstuk gaat de hoofdpersoon en verteller – tevens van beroep schrijver – met zijn oude vader mee naar een nog veel oudere Italiaan ergens in de buurt, in Amerika. Ik las over de cultuur van de Italiaanse emigranten, heel mooi. Ik las over bijen die dreigend boven de tuin zoemden. Ik las over een oude broze man. Ik las uiteindelijk over wijn plempen en dronkenschap en tot slot een trap die de zoon zijn vader geeft bij het instappen van de auto.
‘Odette en ik duwden hem omhoog naar de chauffeursstoel en toen zijn kont voor me opdoemde gaf ik hem zo hard ik kon een stoot met mijn knie, en ik was blij, blij, blij.’
Dan voel je de verbondenheid en de haat van de zoon in de richting van zijn vader. Het zijn geen karikaturen waar ik over las, maar levende personages, met goede en slechte eigenschappen en een zekere voorspelbaarheid. Ze moeten samenwerken. De vader wil dat de zoon met hem gaat samenwerken. De zoon wil dat niet, hij wil geen metselaar of stenensleper worden, geen bouwer. Hij wil schrijven. Toch gaat hij mee, misschien is dit wel de laatste keer dat dit kan. Dus ze gaan op pad, naar die ouwe Italiaanse opdrachtgever, en een schitterend kort verhaal ontvouwt zich, met een even schitterend einde.
Zo jammer, dat ik nu pas Fante ontdek. Zo blij ben ik dat ik Vraag het aan het stof meteen kon bestellen en het opgestuurd kreeg. In tweede instantie pas, want de vriendelijke boekverkoper van boekwinkeltjes op internet had Wacht tot het voorjaar, Bandini opgestuurd. Die had ik al staan. Ik lees verder.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen