Ik moest wachten tot ik opgehaald werd. Ik zat in het zuiden, we zouden doorrijden naar vrienden. Ik ging de stad in. Waar we vrijdag- en zaterdagavond geen kroeg langs konden lopen zonder herkend te worden liep ik nu volkomen anoniem door de stad. De winkels waren open. Het was uitverkoop. Ik hou erg van de uitverkoop. In de meeste winkels was niks te vinden maar uiteindelijk trok ik een overhemd met drukknopen aan in een pashokje achter een rood gordijn en dat zat echt lekker en het was nog een mooi overhemd ook. Daarna dronk ik koffie in een hotellobby. Daar was verder niemand, het was heerlijk. Ik las een hoofdstuk in het boek dat al die tijd in mijn tas had gezeten en dat ik eigenlijk alleen bij me had voor de treinreis naar het zuiden en dit uurtje in dit hotel. Toen was het half drie. Ik liep naar het station, daar hadden we afgesproken. Ik zag de auto. Mijn zoontje zat achterin. Hij zag me al en riep: Papa!

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen