We gingen tegen de stroom op. Het grote schip eerst bij Loevestein de hoek om en van daar naar Dodewaard. Het schip was leeg. In Dodewaard gingen we zand ophalen. Ik kende Dodewaard van de kerncentrale. Die is nu gesloten. In die tijd werkte de centrale nog en daar kwam kernafval vandaan en ik vind daarom Dodewaard een eng plaatsje. Het schip trok zich er niks van aan. Traag maar met een vastberadenheid die imposant was, en dus vol vertrouwen, werkte het schip zich tegen de stroom op naar het oosten. Het was niet eens zo ver maar op het water werkt de tijd anders. Een kilometer fietsen is te overzien. Tien kilometer met de auto ook. Zestig kilometer met een schip duurt echt vreselijk lang. Gelukkig was er weinig ander vrachtverkeer. Er kwamen alleen een paar boten uit Duitsland. Varen op zo’n schip gaat gemakkelijk. Er was niet een groot stuurwiel of roer, alleen een heel klein hendeltje met voor- of achteruit. Toen de schipper zin in koffie had zei hij: Neem maar even over. Ik ging achter het roer zitten. Hij zei: Gewoon de lijn volgen die we nu volgen. Als er van de andere kant een schip komt dat ons rechts wil passeren of andersom, als wij een tegenligger links willen passeren, dan moet je even aan dit touw trekken. Hij wees me een touw. Als je aan dat touw trok werd er een groot vierkant blauw bord dat buiten de stuurhut hing omgeklapt en was het zichtbaar. Dat was een signaal voor aan de verkeerde kant passeren. Hij ging koffie halen, ik voer een heel stuk over de Waal. Ik was zeventien. Ik hoefde het bord geen enkele keer uit te klappen, maar ik keek wel steeds naar dat touw.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen