Een oude wilg staat al eeuwen in de tuin van een man. Het is in ieder geval de mooiste boom die de mensen ooit gezien hebben, met zijn dikke stam en zijn hangende takken en zijn zilvergrijze bladeren. Zijn zoontje struikelt over een boomstronk en breekt zijn been. De vader meent dat zijn zoon niet voor niets gestruikeld is. Misschien brengt die boom ongeluk. Hij besluit de boom te vellen, hoe mooi hij ook is. De buurman kan het niet aanzien en vraagt hem of de boom niet verplaatst kan worden naar zijn tuin, dan kan hij daar verder groeien en hebben ze zelf geen last meer van die boom en zijn wortels. Dat is oké. Ze graven de boom uit, takelen hem op en rijden hem naar de tuin van de buurman die heel blij met de boom is. Nog mooier dan daarvoor staat hij te pronken in zijn tuin.
Op een dag treft de buurman bij zijn boom een mooie vrouw aan, echt een schoonheid. Het klikt meteen tussen die twee en ze trouwen en krijgen een zoon. Het gezin is gelukkig, met de boom. Tot er op een dag een pilaar in de tempel verrot is. De pilaar moet vervangen worden en het enige wat dik en stevig genoeg is om die pilaar te vervangen is de stam van de wilg. De buurman ziet zijn boom niet graag verdwijnen maar hij geeft toe want de opdracht komt van een meerdere en ze spreken af dat de boom de volgende dag zal worden gekapt. Die avond zegt de vrouw van de buurman: Ik ben ziel van de boom. Jij hebt mij gered en uit dank besloot ik met je te trouwen en je een zoon te geven. En nu moet de boom weg en zal ik ook weg moeten.
De buurman probeert van alles om het besluit van hogerhand terug te draaien, maar niets helpt. Ze hebben de stam van de boom nu eenmaal nodig. Die avond verdwijnt de vrouw en de volgende dag komen houthakkers de boom vellen. Hij valt voor de voeten van de buurman en zijn zoon. Dan willen ze de grote zware stam verslepen en ze hebben echt genoeg mensen en materieel opgetrommeld, de boom komt niet van zijn plek. Hij is zo zwaar als graniet. Wat ze ook proberen, de boom blijft liggen op zijn plek. Op een gegeven moment sjorren ze met twintig mannen aan de boom, niks gebeurt er. Tractor, sleepwagen, kraan, niets kan de boom verplaatsen.
Dan stapt het zoontje van de buurman naar voren, pakt met één hand een zijtak van de oude wilg en sleept de enorme boom zo naar de tempel. Alleen door haar zoon wil de ziel van de wilg naar de tempel gebracht worden. Daar ondersteunt de wilg tot op de dag van vandaag de tempel en de buurman heeft er vrede mee omdat zijn vrouw, de ziel, een hogere bestemming heeft gekregen en omdat ze zo mooi afscheid nam van haar zoontje.

Uit De onverwachte rijkdom van Altena, verschijnt eind maart.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen