Met mijn dochter bezocht ik een eerste open dag van een lyceum in Amsterdam-West. Het was een flink stuk fietsen. Dat zijn minpunten. Het was een mooi gebouw en de leerlingen waren erg aardig, dat zijn pluspunten.
We keken op ons gemak rond. Mijn dochter vond een opgezette krokodil leuk. In de gymzaal sprong ze via een trampoline op een dikke mat en ze maakte een salto en landde op haar voeten, dat kon verder niemand.
Een jongen vroeg haar hoe ze dat deed.
Ze zei: Ik zit op turnen, dus.
In Amsterdam zijn zeker 25 scholen waar vwo aangeboden wordt, dat is haar advies. Sommige scholen zijn te ver weg, in Noord of op IJburg. Die vallen af. Je moet twaalf scholen opgeven en de computer geeft alle leerlingen van groep 8 een lotnummer. Er zijn 8 duizend leerlingen. Dus als je nummer 1 hebt dan kijkt de computer wat je eerste keus is, en die school krijgt jou als leerling. Als je nummer 5 duizend hebt is de eerste keus iets moeilijker te krijgen, maar het kan wel want ongeveer 85% van de leerlingen komt op de eerste keus terecht. Als je lotnummer 8 duizend hebt kom je op een school di wel op je lijstje staat maar niet je favoriet is.
Het is een behoorlijk doorzichtig systeem. Veel beter dan het systeem dat er eerst was. Toen kreeg je vrijwel altijd een school uit jouw lijstje van vijf scholen, maar niet vaak de nummer 1, dus iedereen was ontevreden. Ouders mekkerden. Dat doen ouders tegenwoordig erg vaak, ook met plaatsing. Een groot deel van de ouders voelde zich miskend, verkeerd benaderd, niks was goed. Plaatsingsplekken werden te koop aangeboden op marktplaats. Het was krankzinnig.
Nu is er een systeem waarbij er weinig te mekkeren valt, behalve dat de afstanden soms een ding zijn en je niet kunt ruilen. Als je op IJburg woont en je komt niet op de school op IJburg, dan heb je pech, dan moet je een stukje fietsen. Onze eerste twaalf scholen zijn op redelijke fietsafstand, dat wil zeggen: het is allemaal een flink stuk karren want we wonen niet meer in Zuid.
Op een gegeven moment kwamen we een lokaal binnen waar een wasbakje om de hoek van de deur zat. De kraan had een drukknop. Ze drukte op de knop. Het water begon te lopen, een halve minuut. Ik vroeg haar: Waarom doe je dat?
Vind ik leuk, zei ze.
Wil je even normaal doen, zei ik. Of ga je in ieder lokaal de kranen opendraaien?
Nee papa, zei ze.
Toen gingen we naar een lokaal waar je kon knippen en plakken, daar werden tekenfilms gemaakt. Daarna naar lokaal waar boeken over klassieke talen lagen en waar het Griekse alfabet op het bord stond. Daarna een wiskundelokaal waar je gele kubussen kon opstapelen, allemaal met de computer. Soms denk ik dat we beter op een gewone woensdagmiddag een school binnen kunnen lopen dan bij zo’n open dag gaan kijken, dan zie je tenminste hoe de lessen zijn, hoe de sfeer is, wat er gebeurt. Op die open dagen is iedere school een feestje.
Mijn dochter vond de school ook leuk. Deze staat bovenaan, zei ze. We moeten er nog twaalf gaan bekijken.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen