We waren bij een geweldige school. Al bij binnenkomst voelde je dat. Docenten stonden bij de deur om informatie uit te delen, niet de leerlingen. Dat zie je soms bij open dagen: leerlingen die een opgelegde taak uitvoeren en je als robots toespreken, hierover later meer want we waren ook nog bij een andere school. Wat op deze school gebeurde: de leerlingen gaven les.
Er was een jongen die een compleet scheikundepracticum gaf, uit zijn hoofd, zonder begeleiding of toezicht van een docent. Hij goot stikstof over een ballon en de ballon werd kleiner. Hij stak een eurobiljet in de fik. Hij had vuur in zijn hand. Mijn dochter was heel enthousiast, ook zij werd meegenomen in de les van deze jongen die maar een jaar of vier ouder was dan zij.
Overal in de school vertelden leerlingen over de lessen, de lokalen, de sfeer. Een leraar Nederlands – donker en met een Engelse naam – wist in twintig minuten uit te leggen wat literatuur is, aan de hand van hoe belangrijk Mulisch zichzelf vond en het pseudoniem Nescio, dat ‘ik weet niet’ betekent – wat een verschil. Een ontzettend goed verhaal dat zo bij literaire lezingen als introductie kan dienen. Het openhouden van vragen, dat is literatuur. Niet alles invullen. Kunst met woorden, voor je verbeelding.
Zelfs de gymleraar had een goed verhaal. Op deze school voelde je: hier ga je naar binnen om iets leren. Alles hier draait om leren en kennisoverdracht.
Op die andere school het tegenovergestelde. Naast de over geïnstrueerde leerlingen die met buttons op dezelfde dooie verhalen afratelden zag ik bij de koffietafel twee leerlingen koekjes uit een mandje graaien. Ze droegen witte schoolshirts. Ze hadden zelf ook een leuke open dag. Geen oog voor bezoekers, alleen voor het kleine profijtje van deze verplichte dag: voor allebei koekje. Het zag er geniepig uit. Kinderen die geen vertrouwen geschonken wordt of kinderen die dit vertrouwen niet verdienen – ik weet het niet. Het gebeurde en ik wist al genoeg.
Twee meisjes speelden op dezelfde school met de ballonnen die neergezet waren om het gebouw op te leuken. Ze renden ermee door de hal, een trap op. Ze speelden met het decor en ook zij hadden een leuke middag, maar toekomstige leerlingen iets vragen, te woord staan, of ze heel misschien iets leren, dat zat er niet in.
Een hippieachtige docent vertelde dat diversiteit goed is. Deze school is divers, het is een goeie school. Deze wijk is divers, het is een goede wijk. Steeds dat morele oordeel dat gebaseerd is op ligging en afkomst, over onderwijs dat nergens gaat over ligging of afkomst, maar over kennisoverdracht, vertrouwen en overdracht, en juist daarvan zag ik niks. Dus voelde de school uiteindelijk totaal leeg.
In het lokaal Nederlands las ik op een grote poster, door een leerling getekend: ‘Kanker is geen scheldwoord, het is een ziekte waar mensen dood aan gaan. Stop kanker als scheldwoord.’
Waarom moet dat verteld worden? vroeg ik aan mijn dochter.
Dat weet ik niet.
Omdat het voorkomt, blijkbaar.
Hier voelde ik aan alles: ze proberen die kinderen niet eens iets te leren. Ze nemen die kinderen niet mee de kennis in. Wat ze hier doen is orde houden en als maatschappelijk werkers praten over problemen thuis, over taalgebruik. Kinderen komen hier maar zijn nog steeds thuis. We weten dat jullie vaak ‘kanker’ horen, thuis en op straat, daar gaan we een lesreeks over opzetten. Misschien verandert er iets. Geen interessante lesstof bieden als compensatie, maar meelijwekkende moraal die vooral meegaat in het beeld van een problematische school in een problematische wijk, met het leven waar anderen niks mee te maken willen hebben. Dat gesmeek om waardering, vanuit diversiteit.
Toen we naar huis gingen zag ik een beveiliger. Hij leunde loom tegen de deurpost. Door hem had ik een laatste vraag: Waarom wordt op de ene school onderwijsgeld ingezet om beveiligers in te huren en geven op de andere school leerlingen belangen- en kosteloos op een volstrekt overtuigende manier scheikunde les?
Het kiezen van een school was opeens heel makkelijk.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen