Fietsen is het snelst, maar ik had geen zin in fietsen langs een ringdijk, door een polder, geen zin in vermoeid aankomen en ook geen zin in de terugtocht, door dezelfde polder, met buien op komst. Dus ik fietste naar het station en maakte een driekwart cirkel met de trein want de rechtstreekse verbinding tussen Amsterdam en Haarlem is de oudste treinverbinding van Nederland, waar wij wonen is Amsterdam Centraal even ver fietsen als Haarlem en dus neemt de trein een omweg.
Ik nam een boek mee. Ik las over een autorace, ruim honderd jaar geleden. Er vielen doden. Ik keek uit het raam. De stad, weilanden en een kanaal, weer een stad. Dat had ik kunnen fietsen.
In de trein toeristen met koffers op zitplaatsen. Op zondag geeft dat niet. Ze kwamen van Schiphol. Op naar Amsterdam. Aan die mensen zie je hoe spannend Amsterdam is.
Ze gingen niet naar Haarlem. Ik wel. In Haarlem praatte ik over een zinnetje uit een boek. ‘Er ritselde iets in de dakgoot.’
Ik vind het een erg mooi zinnetje. Het gaat om een geluid, gevangen in woorden, door een verteller die niet kan zien wat er in de dakgoot ritselt maar door zijn opmerking krijgt de lezer wel een beeld van wat er buiten gebeurt.
Het was een Haarlems zinnetje.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen