Ik had zin in spaghetti. Ik ging naar huis.
Ik had mijn oude fiets die nog ergens in de stad stond gestript. Alles waar ik nog iets aan kon hebben had ik eraf gehaald.
Ik fietste naar huis met een rekje en een voorwiel op mijn stuur.
De zon stond precies in het westen, laag. Het licht scheen steeds in mijn ogen maar het was niet erg, het was de voorjaarszon. Nu de carnaval eraan komt duikt ook de zon ’s avonds weer wat langer op en is het licht als mijn dochter naar school gaat in de ochtend. Het wordt weer licht.
Ik luisterde of ik vogeltjes hoorde, er waren geen vogeltjes. Laatst cirkelde er een buizerd ergens op een stuk met veel talud en parkjes en alleen een groot hotel als bebouwing. Buizerds kunnen behoorlijk groot worden. Ze eten muizen.
Ik had zin in eieren die op het laatst bij de spaghetti gaan, samen met de kaas. Roeren.
Thuis zette ik direct een pan op het vuur.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen