Strapuzy, april 2013

De cowboy kwamen we tegen op het terras voor de Theaterschool. Het was niet warm, toch zaten mijn vriend en ik buiten. We dronken Jägermeister en bier.

Hij kwam aanlopen vanaf het centrum. Hij droeg een spijkerjasje zonder mouwen, daaronder een zwart shirt met opdruk, een korte broek en op zijn hoofd een grote hoed. Hij had lang haar en een baard.

Ik wees mijn vriend Peter op de cowboy en toen hij hem ook zag bedacht hij zich geen moment, hij riep de cowboy en vroeg of hij er bij kwam zitten. Deze karakters zagen we graag aan ons tafeltje op een doordeweekse middag.
De cowboy ging zitten, we schudden hem de hand, stelden ons voor en hij vroeg wat we dronken.

Peter zei: We drinken Jägermeister. Daar zitten zesenvijftig verschillende kruiden in en daarvan zijn er zes geheim.

Hij wilde het wel proberen. Ik bestelde nieuwe Jäger en bier. De cowboy vond het lekker. Hij vertelde dat hij uit Canada kwam. Hij was al maanden op reis in Europa, steeds in die korte broek en in dat jasje. Aan de randen van het jasje zaten bierdoppen. Aan de binnenkant van het jasje hield hij dan een muntje waar de bierdop precies overheen paste, een beetje duwen en knellen, en dan zaten muntje en bierdop vast. Een mooi systeem, hij had altijd wat extra geld bij zich en de doppen bleven hangen.

Veel geld dat de cowboy niet, wel een paar goeie verhalen.

Na een paar rondjes zeiden Peter en ik dat we naar de Zeedijk gingen, naar een andere kroeg. Of hij mee wilde? De cowboy vond het prima. Hij stapte bij Peter achterop de fiets. In mijn vaste kroeg was het rustig, op deze dag waren er geen bedrijfsborrels, zoals op de vrijdag. We gingen aan de linkertafel zitten. de kroeg heeft alleen links van de deur een tafel en rechts ook. Eigenlijk zijn het vier kleine tafeltjes die twee-aan-twee staan, die aan de rechterkant meestal iets uit elkaar, die links samengeschoven.

Ik bestelde bier. De cowboy had voor zichzelf al een trappistenbiertje gehaald. Daar had hij wel geld voor. Mensen die maandenlang door Europa reizen geven geen rondjes, maar als ze een beetje praten is hun gezelschap te doen.
Praten deed de cowboy echter niet meer, dat liet hij over aan de oude Ier in een grijs pak die ook aan de tafel zat. De man heette Greg en werkte in de voedselindustrie. Greg zei: Niks is natuurlijk, behalve een bepaald soort besjes die in het midden van Australië groeien. Die zijn niet gemanipuleerd, niet bespoten, ze zijn zeldzaam en schijnen niet eens lekker te zijn. Kenners vinden ze zelfs vies. Al het andere eten, daar is mee geknoeid.
Dat was een goed verhaal.

Greg haalde ook nog een rondje bier. Ieren doen dat wel, alle Ieren, overal. Greg had nog meer goeie verhalen. Hij kende heel veel fabrieken, allemaal hadden ze iets met eten te maken. De cowboy had door heel Europa gereisd, maar had geen fabriek van binnen gezien.

Er kwam een Koreaanse vrouw de kroeg binnen, met een kinderwagen en een Amerikaanse man, de vader van het kindje. Het jongetje was een mooie mix van de twee, haar ogen en gitzwarte haren, zijn gezicht en karakter. Hij was erg nerveus, de jongen kon net lopen en was niet te houden. Hij ging steeds naar buiten, de Zeedijk op en dan ging de vader er achteraan. De Koreaanse bleef aan ons tafeltje zitten en lachte vriendelijk.

De cowboy was dronken en ging naar zijn hostel, zei hij. Hij was wel dronken, maar volgens mij ging hij naar de coffeeshop. Ik zei: Je mag wel zeggen dat je gaat blowen.

Hij knikte alleen maar, en was weg.

Peter ging ook naar huis, die ging eten. Ik bleef met de Koreaanse en Greg achter aan de tafel. De kat van de kroeg kwam bij ons liggen, tussen een paar viltjes in. Niemand zei meer iets. We waren uitgepraat, het mooiste moment van een dag als deze. Meer gepraat dan gegeten, en nu niks meer te zeggen.

We proostten, dronken ons bier. De Koreaanse dronk ook bier. De straat werd donker, het regende een beetje. De Koreaanse maakte zich geen moment zorgen om haar zoon en man, die al een hele tijd weg waren. Tegen het licht van de straatlamp en het oude uithangbord van Heineken en die enkele kaars in de vensterbank die de barman aan kwam steken, zat ze heel rustig op de caféstoel.