Gustaaf Peek

Het was heel hoekig, heel bonkig, het hield zich bezig met een bepaalde laag van de samenleving waar Herman Koch niet zo vaak komt. We lezen hier in Nederland toch het liefst over de middle class. En hoe de andere helft leeft: fuck ‘em. Maar als iemand dat zo inzichtelijk een aangrijpend doet als Jan, dan moet je dat toch wel lezen, dan moet je daar toch wel kennis van nemen. Je snapt de maatschappij echt beter als je dat boek hebt gelezen.

Biblioblog

De Nederlandse auteur Jan van Mersbergen (1971) is met Zo begint het al aan zijn vijfde roman toe. In alle stilte schrijft hij een mooi en coherent oeuvre bijeen waarin eenzaamheid en het menselijke tekort de steeds terugkerende thema’s in zijn suggestieve proza zijn. (…) Deze drie verhaallijnen laat van Merbergen samenkomen in een roman die verder van iedere structuur ontdaan is. Er zijn geen onderverdeling in delen of hoofdstukken en er wordt voortdurend van verteller en tijdlaag afgewisseld. Als lezer word je meegezogen in de wereld van drie vrouwen die elke op hun eigen manier met hun eenzaamheid en vooral met hun schuldgevoelens en schuldbesef trachten om te gaan. De bron van alle ellende is schijnbaar de beslissing van iemand om tien pups in een vuilcontainer te dumpen. Maar hoe verder het verhaal vordert, hoe meer het duidelijk wordt dat dit voorval het leven van de personages weliswaar tekende maar dat het echte begin nog dieper ligt. Via haarscherpe observaties, monologen en korte dialogen legt van Mersbergen de ziel van zijn protagonisten bloot. De vertelstijl is ingetogen en sober. De schrijver lijkt zich moedwillig te willen beperken tot registreren en suggereren van het leed en de pijn dat zijn personages voelen. Deze sensitieve aanpak stimuleert het inlevingsvermogen van de lezer. Het gevoel dat blijft hangen is dat de mentale veerkracht uiteindelijk het onzegbare verdriet zal overwinnen. Blijven lachen, daar komt het op aan, ook al kost het bloed, zweet en tranen.

Nu.nl

Haalt de nominatie voor de BNG Literatuurprijs schrijver Jan Van Mersbergen uit de mediastilte? Hij verdient het. Van Mersbergen zal geen zielen winnen met een vlotgebekt boek dat is volgepompt met grappen, waarvan het merendeel van het 21ste-eeuwse publiek zo weg schijnt te zijn. Sterker nog, zijn sobere stijl als een oase van kalmte lijkt niet op zijn plaats in deze moderne kermistijd. Toch is dit verhaal een speldenkussen van actuele onderwerpen. (… ) Zo begint het is sombergrijs van toon, en het verhaal vertoont bijna de kenmerken van een detective. Uitermate zorgvuldig reconstrueert de auteur de aanleiding naar de climax waarop Sirius deed wat hij deed – maar het is geen climax die verlossing brengt. Er staat geen woord te veel in deze prachtig stijlvaste roman met personages die zich nauwelijks uiten, maar de zeggingskracht zit in het minimale. Sober rijgt Van Mersbergen de scènes aaneen van doorsnee mensen en hun onmacht ten opzichte van hun levensdrama, en met die beheerste stijl weet hij een mijnenveld van spanning op te roepen. Het soort spanning dat je bij zulk ragfijn taalgebruik niet had zien aankomen: het is als armpje drukken met Tinkerbell en dan opeens verliezen. **** (Anne Jongeling)

Koffiedrinken met je hond

Van Mersbergen bewijst dat hij een fantastische verhalenverteller is. Het boek is prachtig en vlot geschreven. En het leest als een thriller; de spanning is om te snijden.

Perenblog

Zo begint het is een boek dat wegkomt met zijn herhalen, met zijn schuifelen over dezelfde steen. Je zit op een bank en schuift met je voeten keer op keer hetzelfde hoopje zand heen en weer.

De Volkskrant

Doeltreffend zwijgen en daarmee alles vertellen. In zijn nieuwe roman Zo begint het laat Jan van Mersbergen drie vrouwen een groot drama aanduiden. Dat zwijgende vertellen is typerend voor Van Mersbergen. In deze nieuwe roman vervolmaakt hij dit procédé. (…) Drie vrouwen, twee daarvan net bevallen en eentje moeder op afstand. Van Mersbergen durft wel. Maar hij doet het met verve en met oog voor detail: zijn bevallen vrouwen voelen zich leeg van binnen, strijken met hun hand over het losse vel op hun buik wanneer ze in bad dobberen, dragen kraamverbanden, op sommige dagen zelfs twee op elkaar, wat toch echt een tip is van insiders. Deze drie máken het verhaal. In strak gemonteerde scènes waarin we Evana, Edyta of Emma volgen wordt veel gezwegen – het blijven Van Mersbergenpersonages – maar uitstekend geobserveerd en gededuceerd. De drie moeten zich, net als de lezer, behelpen met delen van het totale verhaal. Puzzelen, combineren, opletten en dan pas weet je hoe het in elkaar zit. Het effect daarvan is niet de spanning die bijvoorbeeld een detective kan geven, eerder laat het zien hoe eenzaam en introvert deze mensen zijn. Zwoegers zijn het, die zich nauwelijks uiten en alles in hun eentje proberen op te lossen. Door deze manier van vertellen – ingehouden, niets weggevend – dwingt Van Mersbergen zijn lezer in een vergelijkbare rol. Ook wij worden eenzame, deducerende zwoegers die pas vat krijgen op dit verhaal door omtrekkende bewegingen te maken. De omvang van het drama komt via een omweg binnen, nooit direct. Om een voorbeeld te geven: de vader van de Friese baby heeft per ongeluk de verkeerde maat luiers gekocht. Te groot. Geeft niks, denkt Emma. Bewaar maar voor later. Hoe lang verdraag je het tegen een pak luiers aan te kijken waar je baby nooit in zal groeien? Het moet een gruwel zijn. Met deze vijfde roman laat Van Mersbergen zien hoe stijl en vorm steeds verder inklinken, en hoe hij zich ontwikkelt tot een krachtige zwijger binnen onze letteren. **** (Daniëlle Serdijn)

De Morgen

In zijn vijfde roman, Zo begint het, gooit Jan van Mersbergen het over een andere boeg. Van Mersbergens strakke, suggestieve stijl, tot nu toe zijn visitekaartje, is wat minder dwingend. En de hoofdpersonen zijn dit keer jonge vrouwen, die alle een band hebben met dezelfde hond. Tot nu toe zijn zijn hoofdpersonen zwijgzame jongemannen geweest. Meestal ongelukkig verliefd. Met een bedrieglijk eenvoudig verhaal. De hoofdpersoon raakt ergens verzeild, en komt daar, meestal niet erg gelouterd, weer uit. De echte pijn blijft onder de oppervlakte, wordt gesuggereerd in plaats van uitgesproken. Hoogtepunt van de Nederlandse auteur is de alom lovend ontvangen roman Morgen zijn we in Pamplona. De hoofdpersonen zijn dit keer jonge moeders. Ze zijn wel ergens verzeild geraakt, maar komen daar niet zo makkelijk uit. Hun verlossing komt door het simpelweg uitoefenen van geduld, door het verstrijken van de tijd zelf. En, opvallend, voor het eerst laat Van Mersbergen een boek tamelijk positief aflopen. De losse eindjes worden weggewerkt, je kunt je voorstellen hoe het verder gaat met de drie vrouwen: ze zijn er nog niet, maar ze zijn goed op weg. Zo begint het is ook Van Mersbergens meest complexe roman tot nu toe. (…)

Sterk is hoe Van Mersbergen zijn karakters in een tijdsvacuüm laat ronddobberen. Ook de mannen: die zijn dronken of ziek, of zitten in de gevangenis. Wat de vrouwen betreft: hun dagelijkse bezigheden zijn zo onbeduidend dat hun tijdsbesef vervaagt. Het is jammer dat zowel het verhaal van Edyta als dat van Emma voortkabbelt. De sfeer in de stukken over hen is mooi voelbaar, maar het verdriet en de kracht van deze personages komen niet tot leven. Had Van Mersbergen dit boek met alleen het sterkste deel, het verhaal van Evana, kunnen schrijven? Waarschijnlijk niet. Dan was het een heel ander boek geworden en had hij niet kunnen uitwerken wat hij nu uitwerkt. Je snapt namelijk wel wat Van Mersbergen wil: Zo begint het is een onderzoek naar een schuldvraag, die hij draadje voor draadje ontrafelt. Tot aan het begin: de conceptie van de baby, het dumpen van de puppies. Daarom heeft hij ook die minder interessante personages en hun verhalen nodig. Dat het nu wat zwabbert is geen ramp: het niveau van Van Mersbergen is inmiddels zo hoog dat ook een wat minder gelukte roman van hem nog altijd ver boven het gemiddelde uitsteekt. (Wineke de Boer)

Ansiel

Het beklemmende verhaal van dit boek wordt verteld door drie vrouwen: de jonge moeder Emma, de jonge moeder Evana en de Poolse thuishulp Edyta. Gekweld door schuldgevoel dat zij de hond verkeerde dingen heeft bijgebracht, raakt Evana geobsedeerd door de tragedie, en het lukt haar niet een band met haar eigen kind Max te ontwikkelen. Van deze roman wordt je echt niet vrolijk maar hij is wel ontzettend goed geschreven. Het is een stijlvaste roman met personages die verbeten trachten grip te krijgen op hun eigen drama en dat van de wezens rond hen heen. Er zit een hele sterke spanning in het boek die de auteur tot het eind weet te handhaven. Sober maar uitmuntend knap werk over een gegeven dat zo uit de actualiteit had kunnen gegrepen zijn. (André Oyen)

BOEK Magazine

Zo begint het, de nieuwe roman van Jan van Mersbergen, laat zien hoe een dramatische gebeurtenis het leven van drie vrouwen beïnvloedt. Allemaal worden ze aan het denken gezet: zorgen ze wel goed voor de mensen die van hun liefde en toewijding afhankelijk zijn? (…) Van Mersbergen heeft voor dit verhaal een mooie vorm en een schitterende ingehouden toon gevonden. Snel schakelen tussen de drie verhaallijnen en heden en verleden roept hij – zonder ooit zo expliciet te worden als ik in deze recensie – indringend de gevoelens op van wat de vrouwen ten diepste bezighoudt: de zorg voor hun geliefden. (Maarten Dessing)

De Limburger / Limburgs Dagblad

Zo begint het start met twee krantenknipsels. Een over een door een hond doodgebeten baby en een over tien puppy’s, gevonden in een vuilcontainer. Van Mersbergen maakt er een aangrijpend verhaal van, dat tastbaar maakt hoe zwaar zorg kan zijn. Ook als er sprake is van liefde, in welke vorm ook. Liefde die zorg zelfs in de weg kan zitten en zorg die liefde kan stukmaken. Hij gebruikt hiervoor de parallel. Alleen in de literatuur kunnen metaforen, vergelijkingen, verbanden, patronen, systemen en relaties zeggen wat we normaal nooit zeggen, omdat we er geen woorden voor vinden. (…)

Van Mersbergen overtreft zich met dit verhaal en dat wil wat zeggen voor de man, wiens Morgen zijn we in Pamplona (2007) prijsnominaties ontving, vertaald is in het Duits en Frans en nu wordt verfilmd. De draden tussen de vrouwen – let op hun bijna identieke namen! – zijn talrijk. Zo heb je de twee baby’s, maar ook de man in het bed is een baby die moet worden gepamperd en die niet kan praten. Ze zijn alledrie zonder man: in de bajes, in Polen of emotioneel weg, zoals bij Emma, die wanhopig tracht haar man terug te krijgen, die na de dode baby de weg kwijt is. Met een mooi filmische montagetechniek en in een effectieve, koel observerende stijl, vertelt de schrijver het verhaal aan de lezer, die ten slotte het laatste draadje zelf durft te spannen: dat naar zichzelf en naar de zorg en de liefde voor wie hem omringen. Liefde en dood. Eros en Thanatos. Het eeuwige koppel.
Topboek! (Koen Eykhout)

Het Financieele Dagblad

Jan van Mersbergen schreef tot dusver tamelijk ‘mannelijke’ boeken: over een bokser, over auto’s. Zijn personages waren zwijgzame types, wat bonkig en soms mepten ze er ook op los – of juist niet, en was dat hun zwakte. Met Zo begint het laat Van Mersbergen zien dat hij ook in de huid van vrouwen kan kruipen en hun twijfels en angsten aanvoelt. (…) Wat we natuurlijk willen weten is waarom de hond het baby’tje verscheurde. Gaf iemand een commando? Hoe kwam de hond überhaupt in de babykamer? Het zijn vragen die zinderen, maar op driekwart van de roman blijkt er geen mysterie achter te schuilen. (…) Ook al zakt de spanningsboog dan in, de roman is toch een kunststukje. Dat komt vooral door de verfijnde waarneming van details en de bijna filmische wisseling van stemmen. Daardoor praten de mensen langs elkaar, maar raken elkaar evenwel ernstig. Ze brengen schaafwonden toe op elkaars ziel. De toon is donker en droef, wat perfect samengaat met het verlies van Emma, het gemis van Edyta en met zo’n eerste week na de geboorte waarin hormonen alle kanten op gieren en vermoedheid depressief maakt in het leven van Evana. Van Mersbergen zit de vrouwen op de huid en dat schrijnt nu eenmaal. Een knap staaltje werk. (Fleur Speet)

Trouw

Een vrouw bevalt van een zoontje. Haar vriend zit in de gevangenis. Van Mersbergen weet het isolement van de moeder mooi neer te zetten.

NRC Handelsblad

De idylle duurt vier woorden: ‘De navelstreng wordt doorgeknipt.’ Maar meteen na die eerste zin tekent het onheil zich af in Zo begint het. (…) Van Mersbergen zet de eenzame bevalling van deze Evana prachtig neer, in feitelijke zinnen die iets moois zouden kunnen weergeven, maar waarin het onderhuidse ongemak steeds voetbaar is. (…) Zo begint het is een roman over verantwoordelijkheid, ouderschap en opvoeding – van honden en van kinderen, met als sterkste punt het langzame tempo waarin je doorkrijgt waarom dat het krantenbericht Evana zo schokt. Ze maakt zich geen zorgen om wat haar kind zou kunnen overkomen in een wereld waar honden baby’s doodbijten, maar om wat de jongen later zelf in die wereld zou kunnen aanrichten. Op de achtergrond spelen andere thema’s mee, zoals de verhouding tussen agressie en beheersing, zij het minder prominent dan in Van Mersbergens memorabele roman Morgen zijn we in Pamplona. (Arjen Fortuin)

8Weekly

Gelukkig is er af en toe een boek waarover je niet anders kan dan zo luid mogelijk zeggen: lees het en lees het opnieuw. Zo begint het is de vijfde en meest ambitieuze roman van Jan van Mersbergen. Het is een fragmentarisch verhaal verteld vanuit het perspectief van drie vrouwen en soms een hond. De vrouwen zijn elk op hun eigen wijze getroffen door een drama: een acht dagen oude baby is doodgebeten door de hond des huizes. (…)

Elk op hun eigen manier voelen de vrouwen zich onmachtig en schuldig en omdat ze die gevoelens niet kwijt kunnen, worden ze ook eenzaam. Emma, het hardst getroffen, reconstrueert in de doodse stilte van haar huis wat er gebeurd is. Denkend aan de baby vraagt ze zich af wanneer ‘zijn vader’ de foto’s zal ontwikkelen. ‘Waarom noemt ze hem zijn vader?’ Zo omschrijft Van Mersbergen de verwijdering die tussen Emma en haar man ontstaat. Dit nauwelijks benoemen van gevoelens, het veelvuldig laten zwijgen van de personages doet zich voor als de meest vanzelfsprekende verbeelding van het leed dat geen woorden heeft. Van Mersbergen dwingt de lezer zich bewust in te leven in de personages, hun leegte en pijn zelf in te vullen. Hij dwingt je tot medelijden. (…)

Zo begint het is niet bepaald een vrolijk boek, maar Van Mersbergen is niet een schrijver die zijn personages achterlaat in een uitzichtloze poel van onmacht en eenzaamheid, bij alle rampspoed is pessimisme hem vreemd. Net als zijn vorige roman, Morgen zijn we in Pamplona, mondt de roman uit in een zoektocht naar een moraal. Voorzichtig verschijnen er lichtpuntjes in de levens van de drie vrouwen. Geluiden vullen behoedzaam de stiltes, woorden verdringen het zwijgen. En daarmee, even terughoudend, raakt de roman aan een menselijke essentie: het is – of zou moeten zijn – onze aard om door te gaan, om te leven zelfs met het leed waarmee niet te leven valt. (Dirk van der Lingen)

Concept

Prachtige roman. Knap hoe de auteur over heel gewone dagelijkse zaken een complete roman weet te schrijven en daar ook nog enige spanning in aan te brengen. (Henny Thesing)

Vrij Nederland

De verteller Van Mersbergen schrijft boek na boek over alledaagse levens; hij geeft stugge, zwijgzame types belast met zware gevoelens waarvoor ze geen woorden hebben, een stem. Dat doet hij op de wijze van beenderig schrijvende Amerikaanse realisten, dus is er in dit down to earth-proza geschrapt bij het leven, ten gunste van suggestie en emotie. Het is te zien waar hij de mosterd haalt: bij Ernest Hemingway en Cormac McCarthy. Ik deel die voorkeuren en begin daarom toch steeds met hoge verwachtingen aan een Van Mersbergen-roman, zeker als ik elders lees dat die almaar beter worden. (Jeroen Vullings)

Recensieweb

Kleine hondjes en kindjes, de verwarring in het kraambed en de bezorgdheid van moeders, dat zijn thema’s – hoe bevooroordeeld dit ook mag klinken – die je eerder bij een vrouwelijke auteur verwacht, Renate Dorrestein bijvoorbeeld. Ze lijken op het eerste gezicht al helemaal niet bij Jan van Mersbergen te passen die je, door bijvoorbeeld een roman als Morgen zijn we in Pamplona, juist geenszins met tederheid en geborgenheid associeert. Maar zijn benadering heeft, misschien wel vanwege zijn onvertrouwdheid met die thema’s, een overtuigend en verfrissend resultaat opgeleverd.

Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de kunst van het zwijgen die Van Mersbergen uitermate goed beheerst. Doordat niet alleen Evana, maar ook de andere hoofdpersonen Emma en Edyta de hond direct of indirect gekend hebben, en ze bovendien allemaal opvoedtaken vervullen, overheerst een grote morele vraag: in hoeverre ben je verantwoordelijk voor het gedrag van diegene die jij verzorgt? Desondanks maakt Van Mersbergen die nergens expliciet. Dat geeft ademruimte maar maakt de vraag, omdat je die als lezer zelf dient te formuleren, tegelijkertijd des te dwingender. Net zomin expliciteert Van Mersbergen gevoelens van schuld, angst, pijn en verwarring die de personages beheersen. Het nieuws over de doodgebeten baby in Friesland hebben ze via de krant vernomen of, wat Emma (de moeder van die baby) aangaat, zelf meegemaakt. Van Mersbergens proza registreert wat zij doen, denken en waarnemen, maar hun emoties hierbij blijven ombenoemd. Die sobere, ingehouden stijl sluit prachtig aan bij het isolement en de radeloosheid waar de personages zich in bevinden.

Alles wat onbesproken blijft, probeer je als lezer zelf uit de spaarzame aanwijzingen te filteren. Het vraagt een actieve leeshouding die de betrokkenheid bij de ontredderde Evana, Emma en Edyta des te meer vergroot. Maar het legt ook een verbondenheid bloot tussen de drie hoofdpersonen onderling. Hoewel hun ervaringen, van nu en uit het verleden, elkaar in losse fragmenten afwisselen, laat de roman geenszins een fragmentarische indruk achter. De stemmen van de vrouwen klinken gelijkwaardig, en het feit dat het perspectief snel achter elkaar verspringt en de namen Evana, Emma en Edyta wel erg dicht bij elkaar liggen, doet de verhaallijnen soms ogenschijnlijk samenvloeien. Dat de personages zich niet bijzonder van elkaar onderscheiden kun je als gebrek aanwijzen. Niettemin is het toch die gelijke tred die je de samenhang tussen de individuele lotgevallen doet zien. Dezelfde schuldvraag, datzelfde eenzaam achtergelaten zijn is wat hen verbindt, net als die ene hond. **** (Karlijn de Winter)

Het Parool

Met korte zinnetjes creëert Van Mersbergen een bijzonder somber universum, waaruit nauwelijks te ontsnappen valt, ook niet als de personages even naar buiten gaan, want dan moeten ze toch weer aan thuis denken. (…) Deze roman is geen feest om te lezen, maar wellicht is dat ook een verdienste. Van Mersbergen slaagt er hoe dan ook uitstekend in drie uitzichtloze levens op te roepen. (…) Het vreemde is dat die drie levens ook weer enigzins zin krijgen door die bijthond. Want ieder van de drie vrouwen blijkt zo haar eigen reden te hebben om wat dieper over dat beest na te denken. (…) Enfin. Helemaal goed komt het natuurlijk nooit meer. Toch eindigt het boek met enkele prettige en hoopgevende ontmoetingen. (Arie Storm)

Leeuwarder Courant

leeuwarderHond bijt baby dood. Zo’n kleine kop in de krant waar een heel verhaal achter schuilgaat is de aanleiding voor Zo begint het van Jan van Mersbergen. De titel geeft meteen weer waar het in deze roman om draait: de ontrafeling van een klein drama in Friesland. In Zo begint het reconstrueert Van Mersbergen het verhaal van een hondje, dat samen met de rest van het nest waaruit hij kwam, gedumpt is in een vuilcontainer. Hoe kan zo’n hondje uitgroeien tot een hond die een baby doodmaakt? Kan het akelige begin leiden tot een noodlottig einde? (…) Verrassend kun je de roman niet noemen. (Coen Peppelenbos)

Scholieren.com

Jan van Mersbergen neemt met zijn gekozen structuur best een flink risico om zijn lezers het literaire bos in te sturen, maar hij slaagt er ook in om de ingewikkelde geschiedenis, waarbij hij constant van verteller en tijdlaag wisselt een enorm tempo mee te geven. Hij licht ook steeds een tipje van de sluiers van het verhaal op. Ook de thematiek die hij beschrijft (het schuldbesef dat mensen bezig houdt) is spannend. Zo kan een onbeduidend voorval van een nare man die tien hondjes in een vuilcontainer laat verdwijnen, het leven van andere mensen in sterke mate bepalen. (…) De identificatie met de personages in de roman is groot en dat laat meteen zien dat Van Mersbergen een rasverteller blijft. Dat doet hij nu ook in zijn vijfde roman, waarbij hij het verhaal vanuit het vrouwelijk perspectief beschrijft. Ook het beschrijven van die vrouwelijke gevoelens beheerst de auteur mijns inziens goed. (Kees van de Pol)


Reacties

Esther Donkers

Wat een ontzettend mooi boek

Stichting Literaire Activiteiten Breda

Wat een geweldig boek is Zo begint het! Ik had gelezen: De grasbijter, De hemelrat en Morgen zijn we in Pamplona, maar nu straalt daar het verhaal van Evana, Emma en Edyta overheen. Ik hoop dat deze roman genomineerd wordt voor de AKO- of de Libris Literatuurprijs en wat ons betreft mag Zo begint het winnen. (Karel van der Gun)

Abdelkader Benali

Dit boek is zo spannend en hard-boiled, het zou als thriller op de markt gebracht moeten worden.

Ellen Heijmerikx

Beangstigend mooi. In ieder hoofdstukje, in iedere alinea, in iedere zin ligt de spanning opgesloten. Niet te overtreffen.

Esther Gerritsen

Het toe lezen naar het fatale moment maakte me misselijk en angstig. Dat gegeven, dat je niet bang bent wat je kind kan overkomen, maar wat je kind een ander aan kan doen, vind ik prachtig. Een enorm soort groot tragiek. Ik vond het droevig en pijnlijk. Niet dat mensen elkaar pijnlijke dingen aandoen, maar gewoon, dat het leven nu eenmaal vaak pijnlijk is. Niemand lijkt ergens schuld aan te hebben, iedereen probeert ook maar wat. Mooi boek, onuitputtelijk onderwerp: zorgen, waar ik nog nooit eerder zo over nadacht.

Marten van der Veen

Ik vind het een goed boek omdat je schrijft over ‘echte mensen’. Doordat je me zo dicht op de huid van de vrouwen brengt. Ik voel hoe ze ademen, zich voelen, denken en roken. Ik begrijp wat ze zien en hoe ze daardoor veranderen. Waarom ze stil blijven staan of ergens tegenaan trappen. Dat vind ik knap. Je stijl is van graniet, helder en zonder mededogen.

Boekhandel Van der Velde, Leeuwarden

Erg knap hoe de drie verhaallijnen met elkaar verbonden zijn. Ze sluiten uiterst mooi op elkaar aan en de alinea’s lopen vlekkeloos in elkaar over. Dat getuigt van goed schrijverschap. (Bart Temme)

Boekhandel Schimmelpennink

Meesterlijke passages. Wat kan de man schrijven! (Ton Schimmelpennink)

Walter van den Berg

De vijfde roman van mijn geheimtip Jan van Mersbergen is zojuist verschenen, en ik kan u vertellen: het is heel, heel mooi. Het is eigenlijk idioot dat hij nog als geheimtip rondloopt – elke boekhandel zou stapels van hem in voorraad moeten hebben, en die stapels zouden als een malle moeten verkopen.

De Contrabas

Zo begint het is, voor zo ver ik kon nagaan, geen dichtbundel, maar wel een heel goed boek. (Chrétien Breukers)

Gerbrand Bakker

Jan van Mersbergen kán niet eens een slecht boek schrijven.

Boekhandel Bloemendaal

Een onheilspellende geschiedenis van een hond, een baby en een zieke oude man. Een prachtboek. (Inge Happé)

Elke Geurts

Godver, wat is dit goed! De sfeer is beklemmend, zo beklemmend dat ik in mijn dromen de hele nacht een uitweg gezocht heb. Het blijft 266 pagina’s lang spannend. Voor het eerst schrijft Jan van Mersbergen vanuit het vrouwelijk perspectief. Zijn sobere stijl in combinatie met vrouwen. Dat werkt vervreemdend. Vrouwen die niet denken. Vrouwen die zien. Dat is heel wat anders dan bij mannen. Echt ab-so-luut gaan lezen.

Jan van Mersbergen