In het nestje op de schutting helemaal bij de schuur, tussen de klimop, broedt een merel. Als je tussen de bladeren doorkijkt zie je haar zitten. Ik denk dat het vrouwtje broedt.
Het mannetje vliegt overspannen door de tuin, zoekt en zoekt, gaat steeds terug naar het nest en vliegt dan weer weg. Hij is hyper.
Het vrouwtje heeft haar kopje iets omhoog, haar snavel steekt in de lucht en als het licht goed valt kun je bijna door de snavel heen kijken. De snavel iets minder geel dan die van het mannetje. Ze zit daar heel stil, uur na uur. Ik heb opgezocht hoe lang ze daar moet zitten: twaalf tot vijftien dagen. Dat valt wel mee, een kip moet drie weken.
Toen ik kipjes had, op een binnenplaatsje aan de Stadhouderskade, legde ik eieren van mijn ouders onder de broedse kip. Die waren bevrucht – zij hadden wel een haan. Dan ging een klein krielhennetje drie weken onverstoorbaar op die eitjes zitten.
Eergisteren las ik een interview met een Zuid-Afrikaanse filosoof die meldde dat het eigenlijk moreel niet verantwoord was om je voort te planten, als mens. Kinderen op deze wereld zetten, dat is niet juist. Een levende filosoof, zelf ooit kind van een moeder – zoals iedereen. Iedereen heeft zijn eigen broedende merel.
Echter, als het denken het overneemt, en er stellingen verzonnen moeten worden over de afloop van de mensheid en de aarde, dat gaat vanzelfsprekend mis, dan wordt het broeden vergeten.
De filosoof wist wel aan te geven waarom we er dan niet massaal een einde aan maken, als het zo verkeerd is om op de aarde te zijn. Het zei: ‘Een einde maken aan het leven is iets anders dan geen begin maken aan het leven.’
Redenerend kunnen filosofen zich prima redden. Hij blijft doorleven, ook al is dat in feite schadelijk.
Kom naar mijn mereltje kijken. Lees de volharding van dat kopje af, van die snavel die in de lucht steekt, bidt dat er een paar jongen zullen komen. Lees dat ook af aan vrouwen die zwanger zijn, aan een kindje dat met een kraan speelt, aan een eettafel met het hele gezin, aan al het bruisende leven om je heen. Lees dat, zonder te denken, met je kloppende hart. Dat kloppen kent geen moraal en ook geen morele gedachten.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen