Pas gisteravond wist ik waarom ik hem niet opgenomen had in mijn verhaal over de vastelaovesvrienden die er niet meer zijn. Hay.
Bij een bijeenkomst in de Brakke grond vertelde ik over een belangrijk onderdeel van schrijven: afstand nemen.
Over Hay kon ik niet schrijven omdat die afstand er niet was. Ik had geen woorden.
Tijdens vastelaovend dacht ik aan hoe hij in de documentaire van Rob Hodselmans naar de optocht keek, met zoon en kleinzoon. Twee prinsen. Rob haalde een biertje en ik keek naar het raam waar ze stonden. De film werd werkelijkheid want opeens was zoon Jeroen er ook. En Hay ook. Het was geen denken aan een man die overleden is, het was kijken naar die man, en hij keek terug, hij zwaaide terug.
Ik wilde Jeroen dat allemaal vertellen maar dat kon ik niet, net zoals ik eerder niet over zijn vader kon schrijven.
Ik zag een zwart plastic snorretje bungelen aan de bril van Jeroen. Een trillend snorretje.
Hay had een snorretje.
Er waren geen woorden, er was nog geen afstand. Alleen beelden. De film was er, maar die was al een jaar oud. We stonden in de film.
In de Brakke grond kletste ik over afstand en over verhalen, vers terug van vastelaovend en begreep ik: huilen is geen afstand. Een huilende verteller brengt niks over dan waterig verhaal.
Hay deelde zijn hele leven met me, jaren terug bij de boètezitting bij Benders op lange zaterdag. Hij vertelde alles. Hij had zo veel meegemaakt en hij zei: Eigenlijk wil ik daar niet aan denken, ik wil mijn leven nu leven, met mijn familie.
Hij was er toen nog, iedereen was er.
Hij zwaaide in de film naar optocht met zijn familie bij hem. Hoe kon ik afstand nemen en vertellen over deze mooie man? Dat laat zich niet voorspellen. Maar opeens kon ik het wel, gisteravond. Opeens was er de afstand.
In de Brakke grond ging ik naar de wc. Daar schreef ik dit. Over een snorretje. Ik keek naar de tegeltjes, ik keek omhoog naar een gloeilamp, en de optocht kwam gewoon weer voorbij. Niet de optocht van herinneringen van afgelopen vastelaovend, het was alleen de optocht van Hay in een raam aan de Parade.
Dag Hay.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen