Ieder jaar verschijnt er wel een sterke Amerikaanse roman die speelt op het platteland, desnoods een tijd geleden, de zogenaamde moderne cowboyboeken. Nu geschreven, over toen, met een strekking en gevoel die in onze tijd nog spelen. Kent Haruf schreef ze, Willy Vlautin, David Vann eigenlijk ook. En toen was het de beurt aan Hernan Diaz, met zijn debuut In de verte.
Vreemde Spaanse naam, want van oorsprong is Diaz Argentijn, en al snel in het boek blijkt de subtiele connectie met zijn thuisland: de Zweedse hoofdpersoon die met zijn broer naar New York wil raakt in de drukte van de haven zijn broer kwijt en stapt op de verkeerde boot. Hij speekt de taal niet en heeft geen idee waar hij uit zal komen. Als hij bij de eerste stop een stad ziet, denkt Hij: New York. Hij blijkt in Buenos Aires terecht te zijn gekomen, en ze varen door naar Californië. Het verhaal staat als een huis, want in het vervolg denkt hoofdpersoon Håkan – inderdaad met een rondje op de a – om op wat voor manier dan ook het continent over te steken om in New York zijn broer weer te vinden.
Prachtig idee, en heel goed geschreven: beschrijvend en sober maar ook poëtisch en hard en zwierig zo af en toe. Helder, in ieder geval. En met een hoog tempo. Na de bijtende proloog, waarin we Håkan uit een ijswak zien klimmen besluit hij zijn verhaal te gaan vertellen, volgen de hoofdstukken elkaar snel op, dan is Håkan weer bij een gezin, dan in een hoerenkast, dan weer elders.
Het enige nadeel van een hoofdpersoon die wel groot is maar amper spreken kan is zijn passiviteit. Dat sluipt ook in zijn handelen: vaak hangt hij op bed, zit hij ergens tegen zijn wil vast of staat er simpelweg: ‘het leven ging verder in dezelfde sleur.’ Daarmee maakt de schrijver sprongen, het benadrukken van die sleur geloof ik wel. Gelukkig maakt Håkan voldoende mee om een avonturenroman mee te vullen en is de stijl en taal van Diaz afgemeten, duidelijk en vol schwung.
Het interessants is een man die op een zoutvlakte op zoek gaat naar de bron van het leven. Zijn theorie: de mensen was vroeger, heel vroeger, alleen een drijvend brein in zee. Later is daar een schedel omheen gegroeid, en van daaruit een ruggengraad en daarna ledematen, maar het begon als levend hoopje materie in de zee. Deed me denken aan een kwal. Levend wezen, maar zonder stevigheid. Dan is het nog de vraag waarom er zo veel soorten zijn ontwikkeld, en waarom apen er nog zijn en de mens zich veel verder ontwikkeld heeft. Zijn oplossing: de ontwikkeling van de mens begon veel eerder. De apen zijn miljoenen jaren later pas uit zee geklommen.
Geen speld tussen te krijgen.
Håkan is compleet overdonderd door deze ideeën, en Diaz lost het taalprobleem slim op door de man Nederlands-Duitse roots mee te geven, waardoor hij een beetje met Håkan kan communiceren, want anders zou de Zweed niks van dit ingewikkelde verhaal begrijpen.
Nog een nadeel aan dit verder heel mooi boek – het zijn details: de hoofdpersoon is door die taalachterstand niet degene die de verhalen draagt. Hij ontpopt zich na de proloog wel tot een held van immense proporties, maar in eerste instantie is hij passief, weerloos en een beetje een vlak speelballetje. Die natuurwaanzinnige is in ieder geval heel goed getroffen en een actiever personage. Toen ik over hem las dacht ik direct: jammer dat we hem straks weer gaan verliezen, want dat is de opzet van deze roman. Alle mensen die Håkan tegenkomt raakt hij ook weer kwijt.
Het omslag vermeldt een quote van Kirkus: dit is mengeling van Cormac McCarthy en Gabriel García Márquez, op de achterflap een quote die stelt dat Herman Melville over het Westen van Amerika schrijft in plaats van over de zee, Daan Heerma van Voss noemde deze roman op Instagram een kruising tussen een cowboyverhaal en John Coetzee’s The Life and Times of Michael K. Klopt allemaal, zeker die vergelijking met Coetzee’s beste roman, al moet wel bij gezegd worden dat In de verte een debuut is en alle debuten hebben zo hun beperkingen. Waar de genoemde schrijvers en ook goede ideeën in een goede stijl uitwerken weten zij ook van de roman meer te maken dan de leegte waarin Diaz blijft hangen. Passiviteit, uitzichtloosheid, traagheid en slachtofferschap zijn moeilijke ingrediënten voor een debuut. Het is net het laatste zetje: hoe maak je van zo’n boek een geheel dat voorbij de leegte gaat, dat die leegte opvult.
Hier spreekt een klagende verwende lezer. Nogmaals: het leest goed, het is geweldig gedaan en het uitgangspunt is goud, net die laatste stap naar een meesterwerk maakt deze roman een 9, en net geen 10. Niks van aantrekken, de meeste romans komen niet verder dan een 6½.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen