De fotograaf had drie statieven in de kamer gezet en een apparaat waar alle kabels naartoe gingen. Zelf hield hij de camera vast. Veel apparatuur betekent doorgaans: dit kost veel tijd, maar dat viel mee.
Hij vond de groene muur mooi, en mijn lamp die ik van een stapel boeken had gemaakt. Hij schoof wat met de meubels, om ruimte te maken. De kast waar de tv op staat moest van de muur, dan kon ik daarachter zitten, op kussens van de bank. Al het andere moest aan de kant.
Hij had een lange lens. Dat betekent niet alleen dat de lens lang was, wat hij wel was, maar vooral dat de fotograaf heel ver weg moest gaan zitten. Op een gegeven moment lag hij op de keukenvloer en knipte hij foto’s tussen de eettafel en de kinderstoel van onze jongste zoon door, en toch stond ik er nog op, en ik zat helemaal bij de tv.
Hij vroeg me niet om te lachen, hij vroeg me hoe mijn vriendin heette en zei dan: En nu nog eentje voor je vriendin. Dan moest ik vanzelf heel lief lachen.
Toen hij op de keukenvloer lag zei ik: Nu maak je zeker een liggende foto.
Dat was al een aardige opmerking, en toen vertelde ik ook nog dat we met de carnavalsvereniging traditioneel een staande foto maken, met de camera rechtop, en een liggende foto, met de camera vlak, en wij als groep allemaal liggend op de grond of op straat.
Toen moest hij lachen en stonden we weer quitte.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen