Mijn oudste zoon was zijn pinpas kwijt.
Ik zei dat hij moest gaan zoeken, want zo te zien had hij dat nog niet gedaan. Dat zou hij gaan doen, maar eerst ging hij brood eten – een middagontbijtje, want die ochtend had hij geen school – en toen ging hij toch nog even naar school, en toen hij terug kwam zei hij dat hij mijn pinpas wilde lenen want anders kon hij geen verjaardagscadeau voor me kopen.
Ik zei dat ik hem mijn pas niet kon geven als hij die van hemzelf kwijt was geraakt, dat was al de tweede keer.
O, zei hij.
Waar steek je die dingen in? In je broekzak? vroeg ik.
Ja.
En in die trainingsbroeken, zit daar wel een rits in?
Hij liet zien dat er een rits in zat en dat die dicht kon. Ik gaf hem mijn pasje. Toen vroeg hij of hij het pasje gewoon tegen dat ding kon houden of dat hij mijn code moest hebben.
Dat kan allebei.
Vertrouw je mij wel? vroeg hij.
Jawel hoor. Ik gaf hem mijn pincode.
Hij ging naar de winkel.
Toen hij terug kwam zei ik hem dat nog even de bank moest bellen om door te geven dat hij zijn pasje kwijt was en dat hij een nieuwe wilde.
Kun jij dat niet doen?
Ik ben mijn pasje niet kwijt.
Met hangen en wurgen belde hij. Eerst vroeg hij nog: Wat moet ik zeggen?
Je moet ze vertellen dat je je pasje kwijt bent, dat het uit je broek is gevallen.
Maar wat moet ik eerst zeggen?
Hallo, of zoiets.
En dan?
Dat duurde me te lang. Ik liep naar beneden. Bel die mensen nou maar. Het wijst zich wel.
Hij kwam even later ook beneden. Ik vroeg hem of het gelukt was.
Jawel, zei hij.
Toen was hij even stil en zei hij glimlachend: Ze zeiden steeds u tegen me, tot ik mijn geboortedatum noemde.
Hij heeft die dingen toch heel goed door.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen