Oom Ed
Bunker Hill, november 2008 (fragment)
Hij zit op een bankje een sigaret te roken en hoort vanuit de hoogte twee meisjesstemmen roepen: Ome Ed. Ome Ed.
Boven de muur die de speeltuin afscheidt van het pannekoekenhuis komen donkere wolken aandrijven. Die ziet hij eerst. Dan draait hij zijn hoofd en ziet tegen die wolkenlucht twee meisjes tegen de touwen van het klimrek opklimmen. De oudste heeft net zulke krullen als haar moeder. Angelique. Ze draagt een naveltruitje en een rode broek. De jongste volgt haar zus, in haar gele rokje. Hij kent haar niet anders, of ze draagt een gele rokje. Ook zij heeft lang haar, krullend, pluizig van het wassen en van het borstelen dat haar moeder 's ochtends doet.
Ome Ed, roept de jongste, en ze kijkt omlaag.
Ik zie het, zegt hij.
Moet je kijken, Ome Ed.
Ik zie het hoor.
Ik ga net zo hoog als Angelique.
Goed vasthouden hoor.
Ja, zegt het meisje.
Ze klimt hoger. Ze heeft een rode onderbroek aan.
Goed vasthouden, zegt hij weer, iets zachter nu, en hij neemt een trek van zijn sigaret, inhaleert diep en gooit dan de sigaret op de tegels. Hij ziet een mier lopen. De meisjes roepen: Ome Ed. Vanaf het klimrek schalt het door de speeltuin, en hij kijkt naar de mier die een stoeptegel diagonaal oversteekt, een tijdje de groef volgt en dan blijft zitten. De rook van de sigaret verwaait boven de tegels. Hij zet zijn schoen erop.
De meisjes zitten nu bovenop het klimrek. Angelique houdt zich vast aan de hoogste houten dwarsligger, ze staat op een van de blauwe touwen. Haar krullen waaien voor haar gezicht. Haar zusje is op een groen touw gaan zitten. Haar benen bungelen in een schacht van touw.
Ed zet zijn handen op zijn ellebogen en laat zijn hoofd rusten. Hij sluit zijn ogen.
Droë rooi
Bunker Hill, maart 2008 (fragment)
Het eerste dat Leo hem vroeg was of hij daar bij de witten of bij de zwarten hoorde.
Daar moest hij om lachen.
Niemand had hem dat ooit gevraagd, en omdat Leo het gewoon wel vroeg brak dat zo'n beetje het ijs, of hoe zeg je dat?
Marc was een beetje schuchter, eerst. Hij kwam gewoon op het werk 's ochtends, en dan zat-ie op zijn plek achter zijn tekentafel, maar hij zei niet zo veel. Hij zat gewoon te werken. Deed gewoon de dingen die hem gevraagd werden. Eigenlijk heel normaal, want als ze allemaal zo druk zouden zijn als Leo of als Simon, dan wordt er weinig meer gewerkt.
Eerst dachten we dat hij geen Nederlands kon, maar dat kon hij wel. Hij kon notulen en bestekken lezen en hij gebruikte met de computer Nederlandse programma's.
Maar toen Leo hem dat vroeg in de rookpauze, bij ons achter het gemeentehuis, kwam hij wat los. Hij zei: We hadden een zwembad.
Nou, toen wisten we het wel.
Hij liet foto's van zijn huis zien. Of eigenlijk was dat huis van zijn ouders, want hij woonde bij zijn ouders, toen. Heel veel foto's en op werkelijk iedere foto niks dan zon en blauwe lucht.
Later vertelde hij dat ze twee kindermeisjes hadden toen hij klein was, en een tuinman en iemand die het huis schoonmaakte. Allemaal zwarten. Daar verdienen de zwarten hun geld mee. Zijn vader en zijn moeder werkten dan weer op kantoor om hen te betalen, dus hij groeide op met de zwarten. De zon deed de rest.
Beetje bij beetje vertelde hij meer over Zuid-Afrika. Over het Krugerpark en over de achterbuurten van Johannesburg. Daar vroeg Leo altijd naar. Die townships, zoals Leo dat noemde. Of er geschoten werd en of nou echt iedereen daar AIDS heeft. Dan vertelde hij daarover.
Hij zei: Je ziet hier altijd maar één ding op TV. Over ons horen jullie natuurlijk niks.
En wij luisteren, want dingen die ze je op TV niet vertellen, maar er wel zijn, die horen we graag.
Ze hebben een keer zijn autoruit ingeslagen terwijl hij in de auto zat. Hij stond voor het stoplicht. Hij was met een meisje naar de film geweest en daarna nog wat drinken of zo, en ze reden terug en moesten wachten voor het stoplicht, sloegen ze zo die ruit in. Met een knuppel. Hij trapte meteen het gas in. Rood of geen rood. Wegwezen. Zo gaat dat daar.
Ze hebben er een keer eentje gearresteerd bij hun in de tuin. Die was achter het tuinhuis gekropen. De politie kwam met een heel peloton die tuin doorstampen en toen hebben ze hem in de boeien geslagen. Zijn moeder stond er naar te kijken. De tuinman heeft een halve dag werk gehad om haar bloementuin weer op orde te krijgen en hij moest het daar achter dat tuinhuis met de hogedrukspuit schoonmaken, want die gast had het in zijn broek gedaan.
En toen kwam hij bij ons werken.