Voorlezen uit een roman is lastig omdat de zorgvuldig opgebouwde spanningsboog van een stuk proza van die omvang verdwijnt wanneer je voor een publiek staat en een fragmentje daaruit haalt. Dan kun je een klein verhaaltje vertellen, van a naar b, terwijl een roman van a naar z gaat, en eigenlijk nog veel verder, of weer terug.
Er zit een passage in mijn laatste boek die zich wel goed leent voor voorlezen, zo ontdekte ik laatst op een mooie avond in Den Bosch. Het is het verhaal van de steenhouwer dat de overleden vader van een van de personages in Japan heeft opgedaan:

Ik weet niet hoeveel er uit die fles is als ik de mannen vertel dat de spreuken in dat zwarte boekje voor mij absoluut mysterieus waren, tot ik achterin een Japans verhaal tegenkwam dat ik altijd onthouden heb. Het gaat over een steenhouwer en ik vertel die avond dat verhaal over een hakker die me aan Frankie doet denken, maar dat zeg ik er natuurlijk niet bij.
Deze steenhouwer hakte stenen uit een rots. Het werk was zwaar en hij werkte hard voor een laag loon en tevreden was hij niet. Dat komt in dat verhaal steeds terug: en tevreden was hij niet. Hij zuchtte onder zijn zware werk, en zei: Was ik maar rijk en kon ik rusten, niet op een handdoekje aan de Put maar op een satijnen bed onder een klamboe van rode zijde. Er kwam een engel uit de hemel, die zei: U bent gelijk u wenst. Zo vertelde Eef het. Je bent wat je wilt. En de man was rijk en hij rustte op een satijnen bed onder een klamboe van rode zijde. Toen kwam de koning van het land voorbij met ruiters voor zijn wagen en ook achter de wagen waren ruiters, en boven zijn hoofd had hij een gouden parasol. Vooral die paarden voor én achter de wagen vond ik indrukwekkend. Toen de rijke man dit zag, dacht hij: ik heb geen paarden en zelfs geen wagen en geen gouden parasol boven mijn hoofd. En tevreden was hij niet. Hij zuchtte en zei: Ik wil koning zijn. En er kwam een engel uit de hemel, die zei: U bent gelijk u wenst. En de man was koning, en voor zijn wagen reden paarden en er waren ook paarden achter zijn wagen en boven zijn hoofd had hij een gouden parasol. De zon scheen met hete stralen en verbrandde de aarde zodat het gras dor werd. De koning klaagde, ondanks die gouden parasol had de zon een verschroeiende kracht die veel sterker was dan hij, de koning. En tevreden was hij niet. Hij verzuchtte: Ik wil de zon te zijn. En weer kwam die engel uit de hemel, en die zei natuurlijk weer: U bent gelijk u wenst. En de man was de zon. Zijn zonnestralen gingen alle kanten op, hij verschroeide het gras zoals vroeger ons kampvuur aan de Put het gras verschroeide. Toen schoof er een wolk tussen de aarde en hem, en zijn zonnestralen stuitten op de wolk. Het voelde vervelend dat zijn macht weerstaan werd en hij klaagde dat die wolk sterker was dan hij. En tevreden was hij niet, en je voelt al aankomen wat de zon toen zei: Ik wil die wolk zijn. En er kwam een engel uit de hemel, die zei weer hetzelfde en hij werd een wolk en plaatste zich tussen de zon en de aarde en ving de stralen op zodat het gras groen werd, en de wolk liet het regenen en flink ook, in grote druppels op de aarde. Rivieren zwollen en stroomden over. Het water verwoestte het veld. Toen stuitte het water op een rots, en de rots week niet. De wolk liet het gieten en gieten, maar de rots week niet. En wederom voelde het vervelend dat die rots sterker was dan hij. En tevreden was hij niet. Hij zei: Ik wil die rots zijn. En er kwam een engel uit de hemel, die zei: U bent gelijk u wenst. En hij werd een rots. Hij bewoog niet als de zon scheen, en ook niet als het regende. Maar toen kwam daar een man met een houweel en die man hakte stenen uit de rots. En de rots zei: Wat is dit? Een man die macht heeft over mij, en stenen houwt uit mijn lijf? En tevreden was hij niet. Hij zei: Ik wil die man zijn. En er kwam een engel uit de hemel, die zei: U bent gelijk u wenst. En hij was weer een steenhouwer. Hij hakte stenen uit de rots. Zijn werk was zeer zwaar en hij werkte veel voor weinig loon, maar hij was tevreden.
Het is zo’n verhaal waarbij iedereen denkt: ik ben die steenhouwer.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen