Toen de kapvergunning binnen kwam – allemaal netjes toegekend, mits we maar een boompje terugplaatsen, een kleiner boompje – haalde ik direct de ladder uit de schuur, schoof hem uit naar de hoogste stand en keek hoe ver ik kon komen. Met de beugelzaag die ik van de buurman geleend had kon ik al her en der wat takken weghalen, en ook liet ik twee stevige takken net boven de hoogste sport van de ladder zitten, als ik daar op kon klimmen dan stond ik goed en kon ik de takken een halve meter hoger de volgende keer ook nog weghalen.
Dat wilde ik niet alleen doen, ik was nu met mijn jongste zoontje en die veegde wat in de tuin en ruimde takjes op. Mocht ik vallen dan zou ik het nu nog wel redden, een stukje hoger werd te link.
Wat wel opviel: bij iedere tak die ik naar beneden liet komen kwam er een enorme gele wolk stuifmeel vrij. Eigenlijk was die vergunning dus te laat, het blad kwam er al aan en de trosjes met stuifmeel zaten helemaal vol.
Ik had flink wat takken weggehaald. De dikste stukken legde ik apart, die kan de buurman van de zaag opstoken in zijn haard. De kleine takjes gingen in vier vuilniszakken.
Ik was bezig met de spullen opruimen toen er een koolmees op de onderste tak ging zitten fluiten. Dat was een teken. Alsof het vogeltje aanvoelde dat de boom eraan ging. Even later kwam er nog een koolmees die een ander feller deuntje floot. Dat zal het mannetje wel zijn, dacht ik. Tegen mijn zoon zei ik: Ze vinden het niet leuk dat we de boom omzagen. Ze moeten naar een ander boom.
Die, zei hij.
Hij wees een boom aan.
Goed idee, zei ik. Ga maar straks naar die andere boom.
We gingen naar binnen. Ik zei tegen mijn zoontje dat hij zijn schoenen uit moest doen, want er zat grond en zand onder en ik had geen zin om te gaan vegen. Hij deed zijn schoenen uit. Toch lag er overal grond. We pakten de veger en hij hielp met opruimen. Ik zei dat hij zijn schoenen beter moest vegen, er lag overal zand. Hij herhaalde: Zand.
Toen kwam ik erachter dat het zand en de grond onder mijn eigen schoenen zat. Ik had een flink spoor achtergelaten in de kamer.
Papa, zand onder schoenen, zei die kleine. Van de tuin.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen