Toespraak Bevrijdingsfestival Venlo mei 2012

Vrijheid is geen algemeen begrip. Er is geen natuurkundige wet voor, zoals de appel die naar beneden valt. Er zijn geen wiskundige formules voor, het is geen driehoek of cirkel. Er zijn geen regels voor. Vrijheid is niet tastbaar, alleen een gevoel van vrijheid is te ervaren, en dat gevoel is erg persoonlijk en erg ingewikkeld en verschilt ieder moment.

Ik kan alleen over vrijheid spreken vanuit mezelf, en over mezelf. Ik zal het dus niet hebben over de vrijheid, maar over mijn vrijheid.

Ik heb twee kinderen. Bijna negen, bijna vijf. Ik woon niet meer bij ze, ik ben weg bij het gezin waar ik de vader was. Er is heel veel gebeurd, van geboorte tot ziekte, van liefde tot haat. Niet iedereen denkt daar even genuanceerd over en ook niet even positief, en sommige mensen uiterst negatief. Ik kan het me allemaal voorstellen. Maar wat er gebeurt: mensen zeggen tegen me: Jij hebt nu alle vrijheid.

Dan zeg ik niks terug.

Als ik naar de bouwmarkt fiets om stellingkasten te kopen voor in mijn nieuwe huis, dan voel ik geen vrijheid. Dan stamp ik op de pedalen en voel ik me kwaad en dat komt niet door de wind en ook niet door de regen. En als ik die kast met een hamer in elkaar tik dan voel ik ook geen vrijheid, dan krijgt mijn hoofd evenveel klappen als die kast.

Vrijheid heeft – ja ik weet het – te maken met wat je allemaal mag, met mogelijkheden of ruimte. Afschuwelijke begrippen. Iets mogen is vrijheid. Iets niet mogen is geen vrijheid.

Maar ik voel van alles door elkaar.

Als ik alleen in mijn huis zit, aan tafel, en mijn kinderen zijn er niet, dan voel ik geen vrijheid, dan voel ik eenzaamheid en verdriet. De verbondenheid is er, maar zij zijn er niet. En als ze wel bij me zijn dan voelt hun moeder zich op dat moment waarschijnlijk ook kwaad en alleen.

Mijn ouders hebben een stuk land in de polder. Ik was er vaak. We rooiden aardappelen, we rooiden bomen, er liepen schapen. Mijn vader en moeder zijn er gelukkig en vrij. Ze leven er. Ze eten de bramen die ze zelf plukken, die ik geplukt heb. Ik voelde me er niet vrij, ik voelde me daar eenzaam. Het was vrij, maar ook eenzaam. Ik ken de doorns van die bramen beter dan hun smaak.

Toen ik klein was zat ik bij mijn ouders vaak op zolder in de berging. Daar zat ik graag, met het deurtje dicht. Alleen, maar niet eenzaam. Ik was een kind en kon overal naartoe, ik kon de polder in, zwemmen, fietsen, voetballen, maar ik koos voor dat kleine hok. Is dat vrijheid, de keuze om in een hok te gaan zitten? Het lijkt niet op vrijheid, maar het voelde wel zo. Ik voelde me vrij.

Toen mijn kinderen klein waren ging ik iedere dag met ze naar de speeltuin in het park, een zandbak, een glijbaan. Mijn zoon kon in een boom klimmen, mijn dochter zat met een schepje in het zand. Het liefst kwam ik daar op zondagochtend als er nog niemand was. Dat was vrijheid. Kinderen zien spelen, dat is vrijheid. Kinderen die een lieveheersbeestje vangen, dat is vrijheid. Zelfs als ze dat lieveheersbeestje platstampen onder hun schoenen. De vrijheid van een lieveheersbeestje.

Bij een slapende baby luisteren of hij nog ademt, dat is eng en gaat over verantwoordelijkheid en zorg, niks vrijheid. En het voelt als een geweldige taak. Als geluk. En als een kind ziek is en vijf keer in de nacht wakker wordt dan is de vrijheid van de ouder vergeten, dan hou je je kind vast en troost je. Vrijheid kan niet troosten, een papa of mama wel.

Ik heb een vriendin, nu. Als zij zegt dat ze even alleen wil zijn, neemt ze dan haar vrijheid? Ik weet dat het goed voor haar is om even alleen te zijn en ik gun haar dat, maar zelf haat ik alleen zijn en ik laat me echt niet makkelijk wegsturen. Blokkeer ik dan haar vrijheid? Als ik dan toch weg ga en op de fiets zit te vloeken en thuis haar meteen een bericht stuur, ontneem ik haar dan haar vrijheid? Is dat misdadig? Ik laat zien dat ik graag bij haar ben en ik zal me nooit voornemen dat niet te laten zien. Als ik daar aan begin dan zie ik haar niet graag meer, helder. Ik hou van haar. Is liefde een probleem voor vrijheid?

Als ik bij een bokswedstrijd ben en twee boksers stappen de ring in om te gaan vechten, dan voel ik de angst en adrenaline die de boksers in veel sterkere mate voelen, en dan voel ik vrijheid, omdat er eigen regels zijn, terwijl de boksers opgesloten zitten tussen de touwen en soms het bloed in het rond spat. Dan voel ik me geweldig. Dan voel ik dat ik leef. Is dat vrijheid?

Als ik zit te vissen langs de Amstel, dan ben ik buiten en vrij, en dan deren zelfs de kou of de regen me niet. Het enige moment dat ik alleen kan zijn en me goed voel. Een vis heeft vrijheid. Kent een vis angst? Misschien heeft een vis die aan een haak hangt meer vrijheid dan alle mensen van de hele wereld samen. Het zou zo maar kunnen.

Zeggen wat je wilt, is dat vrijheid? Iemand op straat gedag zeggen, dat voelt veel meer als vrijheid. Of verwar ik vriendelijkheid met vrijheid en is vrijheid eigenlijk egoïstisch of agressief? Ik weet het niet, en toch zeg ik de mensen in mijn straat gedag, want ik woon met ze samen. Ik zeg tegen mijn kinderen dat ze ook goeiemorgen moeten zeggen, dat is aardig, en het is leuk om goeiemorgen terug te horen. Is dat voor kinderen vervelend omdat ze zich dan niet meer vrij voelen?

Ik kende een man die een spierziekte had. Hij zei: Als ik dit en dit en dit niet meer kan dan moeten jullie me een spuitje geven. Als een hond. Dat is vrijheid. Dat voelen, dat willen, dat zeggen, en dat regelen. Een man zit in zijn lijf, en wil daar niet meer zitten als dat lijf niet meer wil. Maar toen hij dit en dit en dit niet meer kon zei hij: Niet doen. Ik ben bij jullie. Ik wil nog even bij jullie zijn. En hij vroeg: Mag ik nog even bij jullie zijn? De vrijheid nemen iemand anders te vragen of je nog even bij die ander mag zijn. Dat is nog eens vrijheid.

Ik weet helemaal niks van vrijheid. Het is een gevoel. Ik kan er honderd romans over schrijven. Ik hoop dat mensen altijd bij hun kinderen mogen zijn, hoe zwaar dat ook kan zijn, en ik hoop dat mensen altijd bij hun ouders mogen zijn, hoe eenzaam dat ook kan zijn. Ik hoop dat mensen elkaar gedag zeggen op straat en zich daarbij niet bekneld voelen.

Vrijheid is ongrijpbaar. Je ziet het niet en voelt het niet, maar je hebt het wel nodig. Vrijheid is lucht. Zuurstof. Zonder vrijheid geen leven.

Mensen die het over de vrijheid hebben kunnen het net zo goed over het geluk hebben, of over krankzinnigheid. Gevoelstemperatuur. Over de lucht. Zuurstof.

Misschien is het enige dat echt vrij is, de vrijheid zelf.

Mensen en vrijheid, er is een verband. Maar mensen onderling echter hebben veel meer verbanden. Verbondenheid, daar gaat het om.

Jan van Mersbergen