Trouw, november 2013

Vorig jaar kreeg ik met Kerst twee paar sokken.
Op eerste kerstdag had mijn vriend Jan zijn moeder en ome Piet uitgenodigd. Ik had dat jaar twee maanden bij Jan in huis gewoond en hoorde dus ook bij de familie en met z’n vieren kwamen we met Kerst bij elkaar. Ik weet niet eens meer of de sokken ingepakt waren.
Ome Piet kreeg ook sokken. Jan zei gewoon tegen hem: Hier zijn jouw sokken.
Ome Piet bedankte Jan hartelijk en wat eigenlijk het mooiste was, hij nam de sokken echt in ontvangst en was zichtbaar blij met de sokken. Ome Piet legde ze op de rand van de bank, netjes naast elkaar.
Ik was ook blij met de sokken. Het cadeau was praktisch en paste bij de gezellige avond, maar ik merkte dat ik moeite had het cadeau in ontvangst te nemen. Ik bedankte Jan, natuurlijk. Maar ik denk dat ik de werkelijke waarde van het cadeau op dat moment niet goed voelde. Met de sokken bevestigde Jan onze vriendschap.

Laatst kreeg ik van mijn vriendin een tajine cadeau, zo’n mooie kegelvormige Marokkaanse kookpot. Hij zat niet ingepakt. Hij stond in de keuken. Ze zei: Wil jij die hebben?
Ik dacht dat ze de tajine over had, dat ze hem nooit gebruikte. Ik zei ja, maar het was verwarrend. Ik maakte het geschenk klein omdat het niet in me opkwam dat ze die mooie tajine speciaal voor mij uit Marokko meegenomen had.
Het voelde niet als een cadeau omdat ik mezelf het niet waard achtte.
Achteraf schaamde ik me daarover. De manier waarop ik reageerde was het cadeau en het gebaar onwaardig, alleen toen ik met de tajine voor haar kookte voelde het werkelijk als een cadeau, en waarschijnlijk was dat omdat ik op mijn beurt weer iets terug kon doen.
Toen ik vier weken later in Istanbul was nam ik voor haar zes Turkse theeglazen mee. Ik zette de glazen netjes op de metalen schoteltjes op tafel, ik presenteerde mijn cadeau. Die theeglazen had ik in de taxi bij me gehouden, ik had ze bewaakt in het vliegtuig en in de trein naar huis, en toch waren ze veel gemakkelijker dan de tajine.
Geven is gemakkelijker dan ontvangen.

Deze laatste weken van het jaar staan in het teken van cadeaus. Eerst met Sinterklaas, later met Kerst, en met Oud en Nieuw wensen we elkaar de beste wensen, dat is eigenlijk ook een cadeau.
Dit jaar heb ik me voorgenomen cadeaus te geven, maar evengoed cadeaus in ontvangst te nemen. Dat wil zeggen: er van te genieten, de ander oprecht te bedanken en het cadeau en alles wat met dat cadeau samenhangt de waarde toe te kennen die het verdient.
Of het nou een paar sokken, een tajine of een set theeglazen zijn, een cadeau zegt: Dit is voor jou. Jij bent belangrijk voor me. Dit is voor jou alleen.
Volgens mij ligt daar de moeilijkheid. Zelf voelen dat ik voor een ander belangrijk ben.
Dit jaar wil ik dat wel voelen. Ik wil mijn ontvangstprobleem te lijf.

Bij kinderen werkt dit fenomeen omgekeerd.
Kinderen zijn erg goed in het krijgen van cadeaus. Dat vinden ze heel normaal. Kinderen vinden zichzelf heel erg belangrijk. Alles draait om hen. Als een kind een pakje krijgt is dat vanzelfsprekend. Dat papier is zo weggescheurd, de bedankjes zijn zo kort mogelijk, en zo lang er andere cadeaus in de zak zitten of onder de kerstboom liggen is de tevredenheid van korte duur. Snel verder met de rest.
Ik kan me een Sinterklaasfeest herinneren waarbij mijn kinderen twee enorme juten zakken met cadeaus binnen vijf kwartier uitgepakt hadden en dat was omdat ik halverwege het eten op tafel zette en ze opgehouden werden.
Het geven van een cadeau echter vinden kinderen heel moeilijk. Dat gaat zo van: Hier.
En dan wordt het pakje in de handen van de jarige geduwd.
Eigenlijk wel een mooie manier, want ze zijn niet gespitst op de reactie. Of het cadeau wel goed is. Of ze wel hun best gedaan hebben.
Het kind dat het cadeau krijgt vraagt zich niet af of het vriendje wel goed zijn best gedaan heeft. Dat kind stort zich op de verpakking en als geen van de ouders er iets van zegt, klinkt er zelden een dankjewel.
Kinderen hebben een geefprobleem.
Het begint al bij het uitkiezen van een cadeau. Als mijn zoon of dochter voor een verjaardag uitgenodigd zijn ga ik met ze naar de speelgoedwinkel en zeg ik van te voren: Niet meer dan vijf euro. Of soms acht euro. Of tien. Afhankelijk van de gelegenheid en mijn bui.
Dan gaan we naar de speelgoedwinkel. De felle kleuren van de verpakkingen en de hebbedingetjes verblinden de kinderen direct. Het maakt ze apathisch.
Meestal hoeft maar een van hen iets uit te kiezen. Degene die niks uit hoeft te kiezen wacht niet tot de ander klaar is, die gaat ook voor de schappen staan, ook met grote ogen.
Dan wijzen ze iets aan.
Die. Die.
Meestal is het een enorme doos Technisch Lego, in het geval van mijn zoon, of een Barbie met complete kapsalon of zwembad erbij in het geval van mijn dochter.
Dan wijs ik de prijskaartjes op de schappen aan, noem opnieuw het bedrag dat ze mogen besteden en zeg dat ze op moeten schieten want ik ga niet een half uur in zo’n winkel staan.
Ze kijken ergens anders, de act herhaalt zich.
Als het echt lang duurt vraag ik wat het vriendje of vriendinnetje leuk vindt, of hij van denkspelletjes houdt, of ze van knutselen. Het maakt niet veel uit. Kinderen vinden het moeilijk zich te verplaatsen in de ander, zeker als al die mooie spullen zo dichtbij zijn.
Ze denken: Die wil ik hebben. Ze denken nooit: Dat zou leuk zijn voor de jarige.
Ze denken ook niet: Als ik dit geef ben ik cool. Dat denk ik. Ik ben de vader die graag via mijn kinderen hun vriendjes iets moois wil geven zodat ze sociaal meetellen in deze wereld.
Uiteindelijk komt het erop neer dat ik voor de vrienden van mijn zoon een eenvoudig spelletje uit het rek pak en voor de vriendinnen van mijn dochter een meisjesding waar ze kettinkjes mee kunnen maken, make-up of iets met poppen.
Nog een wonderlijk moment: zodra het meisje van de winkel het cadeau ingepakt heeft en het speelgoed bedekt is met pakpapier, dan is voor mijn kinderen het cadeau ook verdwenen.
Als het verjaardagsfeest daar is weten ze vaak niet eens meer wat ze – ik dus eigenlijk – hebben uitgezocht. Ze zijn helemaal niet bezig met het cadeau. Ik moet het meenemen, ik moet zeggen dat ze het niet moeten vergeten te geven en als ik ze aan het einde van het feestje weer ophaal en vraag of de jarige het cadeautje leuk vond zeggen ze alleen ja, en dan vertellen ze wat ze zelf gedaan hebben: trampolinespringen, paintballen, survival, taart of friet eten.

Bij volwassenen speelt wel de sociale kant van cadeaus, en dan vooral wat betreft het geven. Het cadeau moet goed zijn, het moet netjes ingepakt, op het juiste moment overhandigd, het moet speciaal zijn. Het ontvangen verplaatsen naar het geven.
Ik stop daarmee. Gelijkwaardigheid staat voor mij dit jaar voorop. Niet alleen aandacht besteden aan het geven, ook aan het krijgen. Volwassenen zijn daar terughoudend in. Het is sociaal onwenselijk hebberig te zijn, dus een bedankje is belangrijk en wordt herhaald, maar laten zien dat je echt verguld bent met een cadeau is not-done.
Misschien is het mogelijk dat ik me via een cadeau dat ik krijg goed voel, zoals dat kan wanneer ik een cadeau geef. Het zou geweldig zijn. In feite wil ik het krijgen verdubbelen: de sokken én het gebaar.
Wat het cadeau ook zal zijn, ik wil het gebaar ontvangen. Proberen te voelen dat dit cadeau speciaal voor mij is. Ik wil:

– de ander in woord bedanken, zoals gebruikelijk,
– daarbij de ander niet alleen de hand schudden maar met twee handen aanraken,
– die aanraking wellicht over laten gaan in een omhelzing,
– de ander net iets langer aankijken dan normaal,
– door die combinatie de vriendschap werkelijk voelen, de liefde.

Ga ik mijn best voor doen.

Jan van Mersbergen