Fasten your seat belt, mei 2008

Mag ik u iets vragen? Kunt u mij vertellen hoe dit werkt? Die koptelefoon, bedoel ik. Ja. Waar moet dat ding in? Hier op de leuning, zegt u? Ik dacht dat die van u was. Kan ik hem hier in doen? Oké. Nee, ik hoor niks. Wat zegt u? Een ander kanaal. Hoe moet dat? Dit knopje? Sorry hoor, maar ik ben hier niet zo in thuis. Thuis heb ik alleen een TV en om dat ding om hem te bedienen gebruik ik ook maar een paar knopjes. Aan en uit en harder en zachter. Maar ik zal het proberen. Dit knopje. Hier. Ja, ik hoor iets. Goed, van mij heeft u geen last meer.
Volgens mij praat hij Engels. Die man op de televisie. Ik begrijp er in ieder geval niks van. Wat zegt u? Kan dat? Ik probeer het wel.
Dit is helemaal niet te volgen, dit met die ondertiteling. Chinees is het denk ik. En het gaat zo snel. Wel mooi hoor die tekens, maar als ik de eerste in me opgenomen heb, dan zijn ze allemaal al weer weg. En soms staan er wel een stuk of tien.
Ja, dat is niet te begrijpen. Dat ze dat kunnen lezen. Er schijnen duizenden tekens te zijn. Tienduizenden. Niet zoals bij ons een paar letters die steeds terugkomen. Nee, voor ieder woord een ander teken in feite. Niet te volgen. Denkt u dat er wel iets voor mij is, op deze TV? Een mooie film of zo. Of een documentaire. Ik betwijfel het, maar ik druk wel verder op die knop. Maakt u zich geen zorgen. Ik red me wel.
Het is nog een hele zit en ze hebben me verteld dat zo’n schermpje prettig is, een uitkomst zelfs, maar dan moet je wel iets kunnen vinden wat je aanstaat natuurlijk. dat valt nog niet mee. Waar gaat u naartoe als ik vragen mag?
Dus u hoeft niet over te stappen. Dat is een stuk gemakkelijker. Gaat u daar op vakantie?
Dat dacht ik al, u ziet er niet uit als iemand die op vakantie gaat. Ik bedoel, ik dacht al dat u voor zaken of zo op reis bent. Klopt dat?
Dat dacht ik al. Schijnt daar geweldig te zijn. Maar ook een enorme drukte. Mijn buurvrouw kent iemand die er wel eens geweest is en mijn buurvrouw zei dat het daar groot is en allemaal hoogbouw en druk. Ze zei dat er alleen maar torenflats staan. Ik zie het wel. Ik weet dat er een hotelkamer voor me is en die moet ik zien te vinden. Mijn buurvrouw zei dat ik gewoon iemand anders achterna moet lopen die ook daar een hotelkamer heeft en die ook naar Melbourne moet. Dan kan er niks mis gaan. Maar u hoeft dus niet naar Melbourne.
Nou, misschien die mensen achter ons, of die daar met die twee kleine kinderen. Al hoop ik dat ze straks wel wat rustiger zijn.
Ik hoop het ja, dat ze gaan slapen.
Fijn dat u het even aangeeft. Eetsmakelijk.
Ja, u ook. Het ziet er niet slecht uit, dat van u. Ik heb wel eens gehoord dat het zoutloos is, en smakeloos. Maar volgens mij valt dat wel mee, zo op het eerste gezicht.
Dat zal ik doen. Ik gebruik eigenlijk niet zo veel zout, maar als u dat zegt zal ik er wat zout op doen. Zit zeker in een van die zakjes? Deze is het ja. Het ruikt niet onaardig. Dit is kip neem ik aan. Ik weet alleen niet wat dat is.
Een stuk cake? Dat had ik niet gedacht. Het ziet eruit als een toetje. Als pudding of zo. Ik dacht eerst dat het pudding was. Mijn ogen zijn ook niet meer zo best. Sorry hoor. Maar gelukkig ruik ik nog goed. Anders is eten ook geen lolletje meer. Dan kun je evengoed aan een infuus gaan liggen, als u begrijpt wat ik bedoel. Toch? Nou, u heeft uw bakje al bijna leeg zie ik.
Valt niet tegen hoor. Ik dacht dat het weinig was, maar als je dan een paar van die hapjes op hebt dan is het meer dan je dacht. Vooral die cake vult, zeg. Komen ze dit straks weer ophalen? Of moet ik het onder die stoel schuiven?
Goed. Ik wacht wel tot een van die meisjes weer langskomt. Ze zijn wel handig hè, met die kar en met die dienbladen. En zo slank ook. Daarom zijn ze natuurlijk zo slank. Ik zag er net eentje tussen zo’n kar en een stoel doorschuiven, dan weet je meteen waarom ze allemaal zo dun zijn. Ik pas daar nooit doorheen, maar ik ben voeger ook altijd slank geweest. Tot ik een dochter kreeg dan.
Eentje.
Ze is al jaren het huis uit, eerst naar Amsterdam en nu woont ze in Melbourne. Ja, vandaar ja. Een dochter, ja. Ze woont er al negen jaar dus het werd wel tijd dat ik er een keer heen ging. Ik heb het heel lang uitgesteld.
Mijn man was ziek, daarom kon ik niet weg. Het kon natuurlijk wel, we kennen genoeg mensen die voor hem zou kunnen zorgen en hij heeft ook zijn familie, maar als je dan helemaal daar zit en er gebeurt iets, dan ben je niet zo maar een-twee-drie terug. Nu kan het wel. Mijn man is vorig jaar overleden. In december. Precies tussen Sinterklaas en Kerst.
Nou, dat hoeft niet hoor. U kunt er niks aan doen.
Het zat er al een hele tijd aan te komen. Weet u, hij zat altijd op de vaart, tot hij ziek werd. Hij was de hele week van huis en toen hij ziek werd was hij opeens altijd thuis. Dat was wel even een verandering. Ik denk dat het voor mij nog moeilijker was dan voor hem.
Ja.
Hij kon geen kant meer op. Ze hebben een bed voor hem beneden gezet. Midden in de woonkamer. Dus ’s nachts was het voor mij niet veel verschil, maar overdag was het moeilijk. Hij vroeg niet veel, maar eigenlijk vroeg hij de hele tijd iets, begrijpt u?
U kent dat?
En hoe oud was uw opa?
Dat is een mooie leeftijd.
Dat is een mooie manier, in de slaap. Die van mij ging op klaarlichte dag. Veel mensen hebben me gevraagd wat zijn laatste woorden waren, maar die had hij waarschijnlijk dagen daarvoor al uitgesproken, want echt veel zei hij niet. Dat doen ze niet, op de vaart. Een half gebaar is voor die lui genoeg.
Ja. Ik heb dat het schip waar hij op zat een paar keer gezien. Dan bracht ik ben daar naartoe. Hij ging de hele wereld over het dat schip. Naar Afrika en naar Azië. Volgens mij is hij zelfs in Australië, maar toen woonde mijn dochter daar nog niet.
Mijn dochter ja. Het was niet zijn dochter.
Van daarvoor.
Die man was nog veel erger, als ik dat zeggen mag. Tegen u kan ik het wel zeggen, toch?
Nee hoor. Ik had geluk dat ik van hem af was. Ik ben nog geen twee jaar met hem getrouwd geweest en dat was nog veel te lang. Mijn dochter heeft hem nooit gekend. Die heeft me wel eens gezegd dat ze benieuwd was naar haar vader. Naar haar echte vader dan, en dan zei ik dat ik me dat wel voor kon stellen, zo gaat dat nou eenmaal, maar dat ze zich niet te veel in haar hoofd moest halen over die kerel. En die man van me daarna, daar ben ik zevenentwintig jaar mee getrouwd geweest. Het laatste jaar was hij dus thuis. Bijna een heel jaar was dat. Maar daarvoor hadden we het goed. Was alles rust thuis.
Ik denk het.
Als je het gewend bent, op een gegeven moment, dan wil je niet echt iets anders meer. Die zesentwintig jaar dat hij op de vaart zat en weekenden thuis bij ons was, die gingen sneller voorbij dan die twee jaar met mijn eerste man, dat kan ik je wel vertellen.
Als u een film wilt kijken of zo, dan moet u het zeggen hoor. Ik praat maar door, hè. Nou, als u er genoeg van heeft, dan hoor ik het wel.
Tsja, dat kan ik me voorstellen.
Als je voor je werk gaat dan is het allemaal anders. Dan ben je het gewend, denk ik. Die TV hier is niet veel, al zullen er ook wel Hollywood film tussen zitten, denk ik, en daar lijkt mijn verhaal soms wel een beetje op. Dat zegt mijn buurvrouw altijd tegen me. Die zorgt nu voor de planten en voor de kat. Dat mijn verhaal net het verhaal van een film is. Of dat ze er een film over zouden moeten maken.
Hoezo, dat had u ook moeten doen?
O. Nou begrijp ik het. Kon u niemand vragen voor de planten dan?
Dat zal daar wel moeilijker zijn in Amsterdam. Mensen zijn daar zo op zichzelf. Dat zag ik wel toen mijn dochter daar woonde. En daar in Australië schijnt dat niet veel anders te zijn. De mensen wonen daar allemaal heel ver uit elkaar en dan zou je denken dat ze mekaar op zouden zoeken, maar dat doen ze dus niet zo vaak als dat wij mekaar opzoeken, bij ons in het dorp. Ik bedoel, ik zie de buurvrouw bijna iedere dag. Dat kennen ze daar niet. Wat is dat voor schermpje?
Heb ik dat ook?
Oké, nummer nul. Dat kan ik wel onthouden. Even kijken. Ik wil dat ook wel zien, waar ze zitten. Het lijkt al alsof we een heel eind op weg zijn. Hier, boven Hongarije al. Ik ben nog nooit zo ver geweest. Nou, het is nog een heel stuk, maar dit is leuk om te zien. Dat vliegtuigje beweegt tenminste. Daar heb je eigenlijk helemaal geen idee van als je hier zo zit. Alleen dat zoemen aan je kop, verder merk je er niks van.
Wat zegt u?
Dat kan ik wel, denk ik. Dan wordt het wat donkerder. Wilt u slapen soms? Ik denk dat ik zo meteen ook maar even een dutje ga doen.
Dat is zo ja, dat heb ik gehoord.
De buurvrouw zei dat. Die mensen van het vliegtuig bepalen het ritme. Wanneer je eet of wanneer je slaap. het is net een verzorgingstehuis, maar dan een stuk duurder en met krappe stoelen. heeft u geen last van uw benen.
Nou, ze zijn een stuk langer dan die van mij. Maar gaat u gerust slapen. Dan ga ik dat ook proberen.
Waar heeft u dat kussentje vandaan?

*

Ze moet in Hong Kong overstappen. Daar heeft ze een hotel, voor een uur of zes, en dan moet ze weer op het vliegveld zien te komen.
Ik ben benieuwd.
Misschien vinden ze elkaar dan wel, uw familie en mijn moeder. Dan kunnen ze elkaar een beetje wegwijs maken.
Er zullen er wel meer deze kant op gaan ja. Dat had ik ook toen ik deze kant opkwam.
Negen jaar geleden.
Dat is al een hele tijd. Ik wou dat ik hier eerder gekomen was. Die laatste jaren in Nederland waren niet veel.
Ja. Ik had meteen weg moeten gaan toen ik achttien werd. Maar dat kon toen niet.
Dat had ik ook beter kunnen doen, niet eerst naar school gaan en thuis blijven hangen. Er was mij altijd verteld dat je zo lang mogelijk naar school moest gaan, een goeie opleiding, voor later, maar die school heeft me alleen maar thuis gehouden. Bij mijn moeder en bij die vent van haar.
Nee, ze komt alleen.
Anders was ze helemaal niet gekomen.
Hij is vorig jaar gestorven.
Nee, dat niet. Voor mijn moeder was het moeilijk ja, maar eerder omdat ze voor hem moest zorgen dan dat hij dood ging. Hoe noemen ze dat ook alweer?
Een blok aan haar been, ja.
Dat geeft niet, als u eens wist wat ik allemaal over hem gedacht heb, dan is uw uitdrukking nog netjes.
Nee.
Hij was alleen in het weekend thuis, eens in de paar weken, tenminste, dan sliep hij thuis en dan zat hij vanaf zaterdagochtend in de voetbalkantine. Dan weet je wel hoe dat gaat.
Dat gaat hier ook zo ja, maar dan heb ik er niks mee te maken.
Sorry, dat was niet de bedoeling.
Het zit er nog ja. En dat zal nog wel even duren ook.
Moeilijk.
Ja, ze komt wel, en daar ben ik heel blij om. Als ze in Hong Kong de weg terug naar het vliegveld kan vinden.
Toen ik in Azië moest overstappen ging dat allemaal wel soepel. Toen werd ik in een busje naar een hotel gereden, in Singapore was dat, en na een paar uur werd ik wakker gebeld en stond datzelfde busje weer klaar om me op tijd terug te brengen. Het was alsof alles voor mij speciaal geregeld was. Dat vond ik wel mooi. Dat iedereen daar in de weer was om mij naar Australië te krijgen.
Dat klopt wel ja.
En hier kreeg ik die indruk ook. Dat de mensen hier wel blij waren dat ik hier kwam wonen.
Ik hoop dat mijn moeder dat ook ziet, dat de mensen hier aardig zijn, en open. Anders dan bij haar in dat dorp. Want ook al is die vent van haar er niet meer, het blijft toch een gat van niks. En de mensen kennen haar van die kerel en dus wordt ze daar iedere dag nog mee lastig gevallen. Al denk ik niet dat ze dat zo voelt.
Als je vindt dat ik er te veel over zeg, dan hou ik er wel over op.
Dat is een goed idee. Zal ik even halen?
Als u dat wilt doen heel graag. Ik heb alleen maar water bij me. Doe maar met veel melk, als ze dat hebben.
Dat is erg aardig van u.
Lekker. Dank u wel.
Gelukkig dat u dat allemaal niet heeft. Ik bedoel, die moeilijke dingen.
Dat komt nog? Je maakt een grapje.
Dat dacht ik al.
Heeft u nog meer broers of zussen?
Jammer. Ik heb een broer. Die was vorige winter hier. Ik bedoel, hun winter. Onze zomer. Met zijn kinderen.
Oké. En dat ging goed in het vliegtuig, met twee kinderen? Het kan wel goed gaan, als ze een beetje kunnen slapen en tekenfilms kijken. Dat had ik toen op het stuk tussen Singapore en hier, er zat een gezin met een jongetje van drie naast me in het midden, en die jongen heeft tien uur lang films zitten kijken. Onverstoorbaar. Dat was mooi om te zien. En die vader en moeder waren ook leuke mensen, erg rustig.
Daar moet je mazzel mee hebben, ja.
Dit doet me goed, die koffie. Als ik het er zo over heb, dan pas doet het me wat. dat zij hier komt. Eigenlijk is dat het niet, dat zij hier komt, dat vind ik mooi, maar dat ze zo lang niet hier kon komen.
Door de kerel.
Ja.
Toen hij dood ging had ik mijn moeder aan de telefoon en ze was eerst nog in tranen, omdat het allemaal toch nog snel ging op het laatst, maar ik kon er geen traan om laten en ik zei gewoon tegen haar: En nou ga je leven, ma.
Dat zei ik ja. Dat was het eerste dat ik zei en het klinkt misschien hard, maar iets anders kon ik er niet van maken.
Ik zei ook nog dat ze hierheen moest komen, zo snel mogelijk. Weg bij die boeren daar en gewoon eens kijken hoe die boeren hier het doen.
Nou, het klonk toen misschien wel hard, want die vent lag daar opgebaard in huis en ik zat natuurlijk hier, maar ik ben blij dat ik dat toen gezegd heb, want als ik erin meegegaan was, in dat gehuil om die vieze klootzak, dan had ze nu nog daar gezeten.
Schrikt u?
Het spijt me.
Jij hebt er ook niks mee te maken natuurlijk.
Nee. Dank je wel. Dat zouden ze in Nederland nooit zeggen.
Daar hebben we geluk mee ja, dat dat hier wel kan. In Amsterdam kon dat ook, maar dat is geen Nederland zeg ik altijd maar.
Ik weet niet hoe het in Rotterdam is, misschien wel hetzelfde. Maar nu ben ik blij dat ik hier zit en er allemaal geen last meer van heb.
Nog bedankt voor de koffie.

Jan van Mersbergen