Hard gras, april 2009

In de zomer van 1990, toen het WK voetbal in Italië werd gehouden, had ik een Italiaanse vriendin. Hoewel ze geboren en getogen was in Zuid-Holland, was ze een echte Italiaanse. Ze had donkere krullen, een getinte huid, moedervlekjes. Donkere ogen. Ze was een uitgesproken Azzuri-fan, evenals haar ouders, haar oudere broer (heel fanatiek) en haar jongere zusje. Ik at de pasta die haar vader kookte, dronk Chianti, luisterde naar Eros Ramazotti en keek met andere ogen naar het Italiaanse voetbalelftal. Ik begon dat blauw van die shirts mooi te vinden. Ik begon die spelers te waarderen. Ik was op weg een Italiaan te worden.

Terwijl onze liefde die zomer groeide en we samen zwommen en in de Brabantse zon lagen alsof we ons aan de Riviera bevonden, was er een Italiaanse voetballer wiens ster even snel groeide als onze liefde: Salvatore Schillaci. Deze kalende speler met de bijnaam Toto verscheen plotseling in de spits van de Azzuri. Bijna iedere wedstrijd scoorde hij en zijn doeltreffendheid had veel weg van mijn plotselinge veroverde liefde. Als er iemand was die scoren gemakkelijk liet lijken, dan was het Toto Schillaci. Hij verving Carnavale in de eerste wedstrijd tijdens het WK, tegen Oostenrijk. 1-0, met een goal van Toto. Tegen de VS scoorde hij niet, maar tegen Tsjechië maakte Schillaci wel een goal en in de knock-outfase was Toto tegen Uruguay (openingstreffer) en Ierland (enige treffer) beslissend.
Ik wilde niet alleen een Itaiaan zijn. Ik wilde even koel en doeltreffend zijn als Toto Schillaci.

Nederland werd in de tweede ronde uitgeschakeld. Ik kon me volledig richten op mijn meisje, en op Italië. De goals van Schillaci brachten ons – zo ver was het inmiddels al – in de halve finale waarin heersend wereldkampioen Argentinië de tegenstander zou zijn. De wedstrijd werd gespeeld op dinsdag 3 juli 1990 in Napels, de stad van Napoli, de stad van Maradona.

Die middag zag ik haar bij ijssalon Venezia, waar ze ijs verkochten dat volgens haar bijna door kon gaan voor echt Italiaans ijs. Daarna fietsten we naar het huis van mijn ouders, die niet thuis waren. Vraag me niet waar ze wel waren, ik had alleen oog voor haar, voor een leeg huis en voor het grote bed in de slaapkamer van mijn ouders, en dit was de dag waarop voor het eerst de mogelijkheid zich voordeed: mijn Italiaanse, een leeg huis, een enorm bed. We fietsten stevig door.

Tegen etenstijd kwamen we bij het huis van mijn ouders aan. Tijd om iets te eten hadden we niet. We begonnen op de bank beneden, met de televisie aan, de voorbeschouwing, en niet veel later lagen we boven in dat grote bed en trok ze haar blauwe shirt uit en maakte ik het bandje van haar BH los. Ik had het geluid van de televisie harder gezet en de deur bovenaan de trap en die naar de slaapkamer opengelaten. Als de wedstrijd zou beginnen zouden we het wel horen. Het beginsignaal klonk en ik lag met een Italiaanse in bed. Wij speelden een andere wedstrijd, die van de inwijding tot de Azzuri.

Geluid van beneden. De verslaggever die roept dat het 1-0 is en dat het Schillaci is die scoorde. Mijn Italiaanse beet me in mijn hals. Schillaci, zei ze.

Het was inderdaad Toto.

Later zou ik in de herhaling de schitterende aanval zien, met een bal breed die daarna ingepast wordt in de zestien, een kopbal, schot op doel, een rebound en daar stond de doelpuntenmachine. De bal werd zo dreigend rondgespeeld, met zo veel kracht en tempo, deze bal moest uiteindelijk in dat doel belanden. Geen Argentijnse verdediger die daar iets aan kon doen. Bij de reclameborden in de hoek van het veld, voor het spandoek waarop staat John 3:16, juichten de Italiaanse spelers, en op dat moment, boven in het grote bed, hield ik haar in mijn armen, haar prachtige huid aftastend, mijn handen gingen door haar krullen, mijn lippen over haar borsten, een hand op haar been, haar heup, haar kont, mijn mond was zacht en dwingend tegelijk. Even doeltreffend als die Italiaanse voetballers. De Italiaanse wervelwind woei in een Brabantse slaapkamer.

Alles leek in kannen en kruiken. Al vroeg in de wedstrijd had Schillaci zijn doelpunt gemaakt. Het gejuich van de tribunes van het Stadio San Paolo drong door in de slaapkamer. De Italianen hadden het hele toernooi nog geen doelpunt tegen gekregen. We werden wereldkampioen, wij samen, en ik pakte haar vast en kuste haar en bereidde me voor één te worden met deze Italiaanse, met alle Italianen van deze wereld.

Ze lag op haar rug en ik ging op haar liggen, en ze trok mijn onderbroek naar beneden en pakte mijn pik en terwijl ik op mijn rechterarm steunde en ik haar voelde zoeken en mijn arm tintelde, hield ik vol, want ik was een Italiaan, en mijn mond zocht de hare en ze hijgde en kreunde, en ik trok aan haar krullen en likte haar hals, maar toen ze nog een keer zocht en tastte en met mijn pik langs haar bovenbeen wreef kwam ik klaar in haar hand.
Ze voelde dat ik verslapte. Ze liet los en veegde haar hand af aan het laken. We keken elkaar aan. Ze ging op haar zij liggen en ik zat achter haar en ik zag op de klok dat nu de tweede helft begonnen was. Beneden klonken de geluiden van de wedstrijd, in de slaapkamer kon ik haar horen ademen. Ik bedacht me dat ze eigenlijk een sigaret zou moeten roken, maar haar sigaretten lagen beneden op tafel, en de mijne ook. Ons zwijgen duurde heel lang, dat wil zeggen, haar demonstratieve zwijgen en het machteloze zwijgen van de Hollander die afdruipt na een paar knullige poulewedstrijden en een blamage tegen Duitsland.

Toen was daar weer die stemverheffing van de verslaggever, maar nu was zijn stem anders en nu reageerde mijn Italiaanse ook anders.

Zonder iets te zeggen stonden we op, raapten de weinige zomerkleren aan die naast het bed op de vloer lagen en gingen naar beneden en in de herhaling zagen we Maradona de bal breed leggen op links. Er werd tijd gegeven voor een voorzet, want we werden toch wereldkampioen, en deze Argentijn was helemaal niet in de positie een goeie voorzet af te leveren, maar de voorzet was heel scherp, de bal kwam op de rand van het gebied van de doelman, en Caniggia sprong en vlak voordat Zenga de bal weg kon stompen kopte de Argentijn en viel de bal bij de tweede paal in het waar Schillaci de bal ook in gewerkt had. Een doelpunt uit het niets.

We zaten op de bank en keken naar het restant van de wedstrijd. De negentig minuten waren afgelopen voor we het wisten en er kwam een verlenging en ik hoorde haar prevelen: Geen penalties, geen penalties. Als ze een ketting om had gehad met een kruisje eraan dan had ze dat kruis vast kan pakken en het eindeloos smekend kunnen kussen.
Het draaide uit op penalties en Toto Schillaci zou geen penalty nemen.

De eerste penalty van Baseri was niet helemaal in de hoek maar onhoudbaar. Serrizuela besloot de openingspenalty gewoon hard op doel te knallen en als keeper Zenga was blijven staan had hij de bal gestopt. De strafschop van de Italiaanse nummer 15, Roberto Baggio, werd nog wel door de Argentijnse keeper Goycochea aangeraakt, maar de bal was te hard en te ver in de hoek geplaatst om gestopt te kunnen worden. Burruchaga maakte er 2-2 van door Zenga de verkeerde kant op te sturen. Een prima penalty, net als de volgende, van De Agostini, die de bal hoog links van Goycochea plaatste. Zijn landgenoot met dezelfde laatste lettergreep in de naam – Olarticoechea maakte er 3-3 van.
De Argentijnse penalties leken beter te worden. Bij de eerste penalties zat ik nog tegen haar aan op de bank, recht voor de televisie, maar bij die van Olarticoechea was ze naar de armleuning geschoven en ze had haar knieën opgetrokken en haar armen om haar benen geslagen.

Zes benutte penalties, en toen was het de beurt aan de huidige Italiaanse bondscoach Donadoni. Van de weg van de middencirkel naar de strafschopstip zag hij voornamelijk het gras. Het hoofd gebogen. Hij had moeite de bal op de stip te leggen. Toen de bal toch stil lag deed hij een paar passen achteruit, nog een pas. Hij nam zijn aanloop, schoot en stuurde de bal met de binnenkant van zijn rechtervoet naar de rechterhoek en Goycochea had al gezien dat dit zijn strijdplan was en deed een pas naar voren en wierp zich opzij, in de baan van de bal. Hij stopte hem. Donadoni zakte op zijn knieën, keek de andere kant op. Hij leek zijn hoofd te willen begraven in het strafschopgebied. De scheidsrechter kwam dichterbij. Misschien zei hij iets. Misschien zou ik iets tegen haar moeten zeggen. Ik zei niets. Ik wachtte tot Donadoni opstond en terugliep naar zijn teamgenoten.

De volgende Argentijn was Maradona. Napoli was zijn stad. Hij voelde zich er thuis. Hij was heel rustig. Hij liet de bal een paar keer stuiteren voor hij hem resoluut op de stip legde. Zeven passen achteruit, iets rechts van het doel. Ideaal voor zijn linker. Aanloop, een minimale lichaamsbeweging en toen Zenga de rechter hoek koos schoof Maradona de bal feilloos over het gras in de andere hoek. Zijn juichen was uitzinnig. Maradona vloog een man in een wit shirt om de hals. Een verzorger? Maradona wist waar de druk lag, en zijn overtuigende vreugde die aangaf dat de overwinning bijna binnen was, sloeg ook over op mijn Italiaanse meisje op de bank. Ze leek kleiner te worden. Ze staarde naar het televisiescherm en met haar hand draaide ze aan een van haar mooie krullen – we gaan verliezen, we gaan verliezen, we mogen niet verliezen – en die druk woog ook zwaar op de schouders van Aldo Serena, die van de middenlijn naar de stip liep.

Serena was in de 70e minuut in het veld gekomen voor Vialli. Hij droeg rugnummer 20. Hij was een aanvaller die de wedstrijd uit mocht spelen en mocht kijken of hij een beslissing kon forceren. Met de verlenging erbij speelde hij in totaal 50 minuten, en nam hij een strafschop.

Alles leek opeens snel te gaan. Serena die de bal neerlegt. Zijn aanloop. Het harde maar slecht geplaatste schot, de redding van Goycochea, met zijn lichaam, en vervolgens diens sprint naar de andere Argentijnen om te vieren dat zij naar de finale gingen.

De Italianen zaten verslagen op het veld. Serena huilde. Hij werd getroost door Baggio en door Giannini, en ik legde mijn hand op de schouder van mijn Italiaanse meisje en net als Serena liet zij zich niet troosten.
Later verschenen er verhalen over Serena in de dagbladen. Hij had nooit een strafschop willen nemen, maar toen zich geen andere spelers bij coach Vicini meldde had hij geen keus en moest hij iemand aanwijzen. Dat werd Serena, want ook Serena was een Italiaan.

Ik zat naast mijn Azzuri-meisje op de bank, mijn handen tussen mijn bovenbenen, en ik wist dat ik te vroeg gejuicht had, dat ik gefaald had van elf meter, dat ik Serena was. In het bed van mijn ouders, van het formaat van het Stadio San Paolo, was ik bezweken onder een druk. Ik was een Italiaan die vlak voor het moment dat ik mijn penalty moest nemen, trilde over zijn hele lichaam, en miste. Eigenlijk wist ik niet of ik het in me had om deze daad tot een goed einde te brengen, of mijn concentratie wel goed was, of mijn aanloop wel goed was, of ik deze penalty wel wilde nemen.

Met mijn hele lijf was ik bij mijn Italiaanse, maar op dat moment was ik ook met mijn hoofd bij de wedstrijd. Het hoofd is sterker dan het lijf.

Als ik later de beelden zag van Serena dan dacht ik dat ook hij met zijn hoofd ergens anders was. Misschien wel bij zijn meisje.

Mijn meisje zei dat ze naar huis wilde. Ze zei er niet bij dat ze naar haar vader, haar moeder en broer en zusje ging, om het verlies te kunnen delen, dat verzon ik er wel bij, en ik zei: Goed.

Ze liep door de keukendeur naar haar fietst, keek nog even naar me, een blonde jongen die in de deuropening stond, en toen zei ze me kort gedag. Ze ging de poort door en ik hoorde haar weg fietsten, terug naar haar verslagen familie.

Twee dagen hoorde ik niets van haar. Toen belde ze op, en met mijn vader en moeder bij me in de woonkamer waar de telefoon stond, vertelde ze me dat ze het uitmaakte.

Jan van Mersbergen