Samen naar de kerstviering, december 2012

Twee keer heb ik Kerst gevierd met schoonfamilie uit Nieuw-Zeeland, één keer aan de andere kant van de wereld en vorig jaar in Amsterdam, en beide keren waren heel vreemd. Het is bizar om aan een strand te staan bij een barbecue, in de schaduw van een tropische boom, en daar Kerst te vieren. Ik miste de kerstboom, ik miste de kou en de winterjassen, mijn muts, en ik miste de korte dagen, de donkere ochtenden en avonden, en de verlichting in winkelstraten en voor ramen in de stad die alleen passen bij deze tijd van het jaar, en ik miste die duisternis in combinatie met de winterse warmte van de mensen, van gezelligheid, van samen eten en drinken.

Vorige jaar vond mijn Kerst wel plaats in dat Hollandse decor, en met mijn schoonfamilie uit Nieuw Zeeland, maar die kerst was nog veel gekker, want een week later kon ik hen mijn ex-schoonfamilie noemen. Zij waren voor het eerst sinds acht jaar weer naar Nederland gereisd. Gedurende die kerstdagen wisten zij niet wat er bij mij speelde. Ik was verliefd op een ander. Dat was zo heftig en onontkoombaar, dat moest ik vertellen, maar omdat de zus van mijn ex, haar man en hun kinderen, voor het eerst in zo’n lange tijd weer terug in Nederland waren, wachtte ik daarmee. Ik wilde Kerst en ook Oud en Nieuw niet verpesten, ook al wist dat ik dat uiteindelijk toch zou doen, maar dan na die dagen.

Die Kerst in Nieuw-Zeeland was in de brandende zon en toen voelde ik me van binnen koud want ik miste het vertrouwde. Afgelopen Kerst lag mijn hoofd op een hakblok en dat had ik zelf gedaan. Kerst is het feest van het goede en dat goede stond ver van me af. Ik was een dader. De uitspraak moest nog komen. Ik weet niet of ik er toen goed aan gedaan heb, maar ik wachtte tot na de feestdagen, tot het juiste moment, en dan is ‘juist’ in deze context een heel vervelend woord. Er was geen juist. Het enige dat me in die dagen staande hield was wachten en uren in de keuken doorbrengen, heel stil op een stoel zitten en mijn kinderen de laatste kerst samen met hun gezin gunnen. Ik at amper. In die decembermaand viel ik negen kilo af.

Ik heb wel eens gehoord dat je altijd je gevoel moet volgen, dat je eerlijk moet zijn, vooral naar jezelf, maar als je met anderen te maken hebt is dat heel moeilijk. Mijn gevoel was helder. Als ik ’s ochtends wakker werd dacht ik aan die ander, daar lag mijn gevoel, alleen de situatie was niet zo simpel. Ik kon alleen maar zwijgen en proberen een beeld te krijgen van wat er zou gaan gebeuren. Op Nieuwjaarsdag zou ik het vertellen en ik kende de conseqenties, dan was alles over, dan was het klaar, dan was ik weg, dan was ik niet alleen voor mezelf een dader, maar voor iedereen. Het zou vreselijk pijn doen, en dat zou ik veroorzaken. Die week duurde een jaar.

Het ging precies zoals ik voorzien had: heel pijnlijk en heftig, en toch moest het zo. Ik was weg.

Het weekend voor die Kerst van 2011 was ik in een kerk in Venlo en las ik een fragment voor uit mijn debuutroman, een scène waarin een hond wordt doodgereden. Ik kon dat fragment nooit lezen zonder te huilen, maar dat waren ingebeelde tranen. Daar in de kerk voelde ik werkelijk het verdriet van de hoofdpersoon die zijn hond verliest zonder tranen, ik voelde het in mijn hele lijf. Die jongen ziet het gebeuren, hoort de doffe klap, rent naar de hond toe, knielt bij hem neer in de berm en neemt het dier in zijn armen. De laatste zin die ik las luidde: ‘Hij huilde zacht, zonder tranen, inwendig, zoals een steen zou huilen als die dat kon.’

Vorig jaar ontdekte ik dat Kerst niet weg kan nemen wat er diep van binnen speelt. Lekker eten, een kerstboom, verlichting en samenzijn verlossen je niet de bagage die je meedraagt, maken een steen niet zacht. En toch was ik bijzonder blij dat ik in die kerk in Venlo aan de hand van een oude tekst mijn gevoel kon verwoorden en met mensen kon delen, ook al wisten zij niet wat de basis was van dat gevoel. Het was alsof ik die zin elf jaar had geschreven om het ooit nog eens te gebruiken, en te voelen. Die zin lag al jaren voor me klaar.

Jan van Mersbergen