In een vastelaovesliedjes zit een mooi zinnetje:’ Denk dan aan deze zin, dan ben je nooit alleen.’
Ik zing het zinnetje vaak.
Mijn jongste zoon kreeg een nieuwe luier. Ik zei: Dan ben je nooit alleen.
Ja, zei hij. Wel alleen.
Misschien is hij een kleine filosoof, een erg slimme. Iedereen is alleen, dat is zo’n beetje wel het helderste uitgangspunt voor het complete leven, maar ook geen gelukzalig uitgangspunt. Dus ik knikte even, en zei: Maar jij bent altijd bij ons.
Alleen, zei hij.
Ik ben niet graag alleen, zei ik. Ik ben liefst met anderen samen.
Toen dacht hij even na. Samen, zei hij.
Ja, zei ik. Dat is beter dan alleen.
Nee, zei hij. Alleen.
Wil je alleen zijn?
Ja.
Ik niet, zei ik. Alleen zijn is waardeloos.
Dat begreep hij niet helemaal, maar hij zag wel wat ik ervan vond. Hij kreeg zijn luier om en ik hees hem in een slaapzak en we lazen een verhaal van Jip en Janneke. Die maken vaak ruzie maar ze zijn nooit alleen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen