Een paar weken terug was ik het zo zat om zwaarder te worden, dikker, meer kilo’s, dat ik mijn oude goed werkende dieet weer uit de kast haalde en mezelf op een streng regime zette van het eten van dezelfde hoeveelheden op dezelfde tijden, en vanaf dat moment viel ik zeer gelijkmatig af, nu in totaal een kilo of vijf, want minder eten betekent afvallen, en honger hebben betekent jezelf opeten. Dat hongergevoel verdween na twee weken, de maag is een zeer flexibel deel van je lichaam, en soms is dat gunstig, het is ook de oorzaak van al dit gedoe. Precies toen begon ik in de roman Wij zijn licht, van Gerda Blees, als voorbereiding op een gesprek dat ik met de schrijfster zal hebben, over een maand, in Rotterdam.
Het boek gaat over de woongroep Klank en liefde, die werkelijk bestaan heeft en nog steeds bestaat, momenteel genoemd Contact & muziek. Binnen de groep heerst de opvatting dat je kunt leven van licht. Er worden wel sapjes gedronken, de slowjuicer is erg belangrijk, maar een voedzame maaltijd is er niet bij. De vier leden van de woongroep eten zeer weinig, tot niks. Het lezen van deze roman en tegelijk zelf minder eten is aan de ene kant sterkend, want als die vreemde snuiters het kunnen dan kan ik het ook, maar aan de andere kant is het eng.
Drie jaar geleden overleed de zus van de leidster van de woongroep, Leonoor, die in de roman Melodie heet. Dat tragische verlies is het beginpunt van de roman. Is het wel een verlies dat onontkoombaar was? De vrouw was uitgehongerd. Dat deed ze zichzelf aan, maar de anderen in de woongroep zaten erbij te kijken hoe zij het leven liet.

Bijzonder aan de roman is het vertelperspectief. Dat sluit naadloos aan op de principes van de woongroep, waar de leden vrijwel alle tijd samen doorbrengen. Samen zingen, samen op luchtbedjes liggen, samen niks eten. Zoals de buren vertellen, in de wij-vorm, op pagina 37: ‘Het ging altijd over samen: samenwerken, samen leven, samen delen.’
Dus vertelt Blees heel goed uitgewerkt vanuit een veelkoppig wij-perspectief het verhaal van de woongroep, want alles kan dit verhaal vertellen: de nacht, het huis, de slowjuicer, twee sigaretten, voorlopige conclusies, een pen, de buren, het licht.
Alles is wij, alles kan een visie geven op de mensen van de woongroep, die bijna objecten worden, op de kleuren van de kozijnen, de luchtbedjes, de muziek die gemaakt wordt. Indringend en ongemakkelijk, en bijzonder sterke literatuur.
Mooi voorbeeld: ‘Wij zijn dagelijks brood,’ zoals ieder hoofdstuk begint met ‘wij zijn’, in dit geval is de verteller brood. Dat doet Blees meesterlijk.
Het brood voelt zich verstoten. Wat denken die mensen wel? Wij zijn voedsel, voor de mensen, maar er zijn dus mensen die ons niet meer willen. Die toon wordt in iedere zin, vanuit deze verteller, getroffen op een specifiek moment in het verhaal.
De jongste vrouw van de woongroep wordt namelijk na de dramatische nacht op het politiebureau een snee brood voorgezet, zo’n per stuk verpakt broodje zoals in ziekenhuizen, en een kartonnetje hagelslag. De vrouw die al jaren geen brood meer eet heeft het moeilijk. Het speeksel loopt in haar mond.
‘Wat zou ze nu proberen? Zou ze echt denken dat ze ons nog kan weerstaan, nu we zo dicht bij haar zijn?’ En verderop: ‘Zoals zij ons in haar mond kon omwentelen met haar tong. Wat een genot.’
De verteller is al het brood van de wereld, en dat ene sneetje maar ook het brood in de supermarkt. De verteller wil opgegeten worden. Dat brengt de woongroep op een wonderlijk indirecte manier dichtbij, want deze mensen zijn alle mensen die over de hele wereld hun bizarre opvattingen delen, en er is er eentje gestorven.
Heel grappig en moraal-doorbrekend vertelt het brood trouwens een pagina eerder over hoe brood bij de woongroep in diskrediet kwam. Mensen die geen brood meer eten omdat er van alles mis mee is, de opvatting uit natuurvoedingswinkels die fel tegen fabrieksbrood zijn.
‘We zouden te veel gluten bevatten, en verkeerde koolhydraten. Wat dat ook mogen zijn. We zouden darmwanden beschadigen en energiepieken en -dalen veroorzaken.’
Op die manier is de verteller niet moralistisch, maar kunnen de opvattingen van mensen confronterend zijn. Het brood is niet slecht, de ideeën over brood zijn slecht, of in ieder geval vreemd. Het brood geeft netjes aan dat er gevochten is om brood voor iedereen toegankelijk te maken, dat brood belangrijk voedsel is, en bovendien betaalbaar, vandaar productie op grote schaal. ‘Mensen vergeten snel.’ En nu zijn er mensen die zich tegen brood keren, en liever ‘goeie granen’ eten en yoghurt.
Het brood als verteller van de menselijke moraal werkt veel beter dan wanneer een activist dit vertelt.
Het was negen uur op zaterdagochtend toen ik dit schreef. Ik maakte een broodje met kaas en augurk, slechts één bruin sneetje brood, om drie uur later weer één sneetje brood te eten, met worst en mijn favoriete Turkse groene pepers, en dat was mijn brood voor die hele dag, en ik dacht steeds aan het brood dat me net verteld had dat mensen rare opvattingen kunnen hebben over dat brood zelf.
Eetsmakelijk.

De website van de woongroep is nog steeds in de lucht. Er staan persoonlijke verhalen op van de bewoners – er zijn er nog twee over. De site is totaal ongemakkelijk. De bewoners zijn te zien op foto’s: heel erg mager. Uitgemergeld. Ongezond. Grauwig. Ze vertellen verhalen die niet ver af staan van de hedendaagse complottheorieën over medicijnvergiftiging, de hardheid van de mens, meditatie met honden, de helende kracht van muziek, het roodborstje dat een bezoek brengt en waar Leonoor haar moeder in herkent, en vanzelfsprekend voedselopvattingen.
Op de site schrijft Leonoor: ‘Net zoals we bewust worden dat olie en kernenergie niet meer nodig zijn als je zonne-energie en windenergie kan gebruiken, zo blijkt in plaats van eten, licht, lucht en liefde een nieuwe bron van voeding te zijn. Je gaat niet dood als je niet eet, is een enorme ontdekking.’
De woongroep staat niet op zich, over de hele wereld zijn mensen met deze materie (of lucht) bezig. Op de site van Contact & muziek staat bijvoorbeeld een interview met een Amerikaanse vrouw die op Bali woont en niet meer eet, ze drinkt alleen sapjes. Het ontbreekt haar niet aan middelen, dat zie je zo. Een van haar opvattingen: ‘Als je wakker wordt dan kun je niet gewoon je leven gaan leiden, je moet eerst ontbijt eten.’ Erg vervelend, dat houdt alleen maar op van die dag. Niet dat ze moet gaan werken, ze wil waarschijnlijk mediteren. ‘Later moet er ook nog geluncht worden, en daarna avondeten, en onze lichamen zijn de hele dag bezig om dat eten te verwerken.’ Dat moet toch anders kunnen!
Ik weet niet wanneer ze dit geschreven heeft, in ieder geval is er wel iemand van de woongroep overleden, maar dat zal volgens de betrokkenen een andere oorzaak hebben.
Je kunt bij het lezen van die verhalen niet de dood van de oudste bewoonster loslaten, net zo min als dat bij de roman lukt.
De instelling van deze mensen is fataal. Erg schadelijk. Ik heb ooit van dichtbij deze opvattingen meegemaakt, alternatieve woonvormen, kunstenaars in caravans, weekendretraites, sektarische samenleefvormen, vrije theaterexpressie waarbij geen oog is voor toeschouwers, allemaal contacten via mijn ex, en er valt maar één overkoepelende conclusie te trekken: met deze mensen valt niet te praten.
Ze hebben een sterke overtuiging die nergens op gestoeld is, maar hoe meer je probeert daarover te praten, hoe sterker ze erin gaan geloven. Uiteindelijk zullen ze sterven aan hun eigen overtuiging.
Natuurlijk moet iedereen zijn eigen leven inrichten zoals hij of zij dat wil. Vanuit deze mensen gedacht leef ik erg materialistisch, strak, ongezond, neem ik ondanks mijn strenge dieet een overdaad aan voedsel tot me en zal ik onrustig zijn en gespannen. Ik ben blij dat er mensen zijn die zich hiervan los kunnen maken, het zal niet mijn manier zijn.

Terug naar het boek. Voor een roman zijn geen sterkere personages te bedenken. Waanzinnigen, die voor hun gevoel altijd gelijk hebben. Als in het eerste hoofdstuk, verteld door de nacht, de oudste bewoonster sterft zegt Melodie tegen de anderen: ‘Zagen jullie dat? Zagen jullie hoe rustig ze werd toen ik haar handen vastpakte? Eindelijk kon ze zich overgeven. Heeft ze zich overgegeven. Mooi toch, dat het zo gegaan is.’
De andere bewoners hebben meer moeite het de dood van deze arme vrouw. De nacht vertelt, en dat is voor mij belangrijker dan die woongroep, in ieder geval op overtuigende manier wat er die nacht gebeurd is. Zonder drammerig te worden en de lezer constant het idee moet krijgen dat de nacht de verteller is, wordt een beeld geschetst, heel subtiel. Je gelooft het volledig.
Romans vanuit een hond (Timboektoe van Paul Auster, De kunst van het rijden in de regen van Garth Stein, of een deel van Gerbrand Bakkers Perenbomen bloeien wit), of vanuit een schildersdoek (Specht en zoon van Willem Jan Otten), of een opgezette eekhoorn (Een fabelachtig uitzicht van Gijs IJlander) of een paard (mijn eigen De ruiter) zijn me niet vreemd, als het perspectief ook nog eens meerkoppig is voegt dit werkelijk iets toe aan de moderne vertelkunst, en dat is wat Gerda Blees doet.
Geweldig boek: Wij zijn licht. Als Blees het dagelijks brood aan het woord laat en ik honger krijg tijdens het lezen weet ik steeds dat de personages vechten tegen de honger, in feite tegen de dood waar ze zelf op aansturen. Pijnlijk. Het hielp me wel om in september en oktober in vier weken vier kilo af te vallen, een proces dat nog loopt en inmiddels weer wat verder is, zij het niet om te stoppen met eten maar om mijn buikje weg te werken.

Op vrijdag 23 oktober ga ik met Gerda Blees in gesprek bij Donner in Rotterdam.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen