Het grootste gemis tijdens deze lockdown is het aflasten van Europees voetbal, en dan heb ik het niet over het profvoetbal dat om een of andere reden altijd door moet gaan, maar ons eigen vriendenteam dat inmiddels in alle uithoeken van Europa geweest is, van Zuid-Frankrijk tot Londen, van Noord-Italië tot Kiev, van Budapest tot Düsseldorf en Antwerpen. Door corona hebben we promotie naar de wereldgroep misgelopen, maar dat maakt niet uit. Zodra het weer kan pakken we onze tasjes en gaan we weer de internationale wei in.

Voor nu is het mijmerend terugdenken aan bijvoorbeeld het weekend in het verre voormalige Oostblokland Litouwen ruim drie jaar geleden, waar we vanzelfsprekend een voetbalwedstrijd speelden en dankzij een weergaloze comeback in de laatste minuten een 5-5 uit het vuur sleepten. In de kleedkamer stond een krat bier, witte kaas en gefrituurd brood, ook met kaas.

De volgende ochtend miste een van ons het vliegtuig waarna hij op het station van Vilnius ging informeren of er wellicht een trein ging naar het westen, naar Minsk of Warschau of Berlijn. Van daar kon hij wel in Amsterdam komen, maar eerst ging het om een trein uit Vilnius. De grote stugge Oostblokvrouw achter het loket zei onbewogen, met zware stem en met een dik Oostblokaccent: ‘No train, only bus.’

Hij bleef dus nog een dagje, en die avond besloten we dezelfde kroeg op te zoeken als de avond ervoor, maar nu zouden er het anders aanpakken. Die eerste avond bestelden we halveliters bier, en dat ging prima tot we een oud mannetje aan een tafeltje zagen zitten met voor hem een literglas, helemaal vol. Hij kon het glas amper optillen, maar dat deerde hem niet. Al had hij beide handen nodig, op zijn gemak slurpte zijn bier op.

Dus die avond bestelden we drie literglazen om mee te beginnen, echt enorme pullen, heel zwaar, en het bier bleef op mysterieuze wijze redelijk koud. We maakten er een gezellige avond van, tot sluitingstijd. Onze vriend die eerst met de trein wilde had nu een ticket voor onze vlucht en de volgende ochtend in de taxi, op tijd, op weg naar het vliegveld, zei hij: ‘Ik voel me prima, want ik heb gister maar acht biertjes op.’

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen