Achttien jaar geleden werd ik voor de eerste keer vader.

Momenten, het leven bestaat uit momenten die bij die allereerste dag beginnen. De bevalling begon thuis, werd voortgezet in het ziekenhuis. Hij was heel rustig, hij zou altijd rustig blijven. Ik telde vijf vingertjes aan iedere hand en weet nog hoe bang ik was om verkeerd te tellen. Zijn eerste dag was zonnig. Hij lag te slapen in een wiegje, in het gras.

Hij verkocht zijn hobbelpaard op Koninginnedag, leerde fietsen als laatste van zijn klas, droeg ieder jaar een papieren verjaardagsmuts. Toen hij acht was en ik wegging bij het gezin zei hij: ‘Eindelijk geen ruzie meer.’ Hij werd aanvoerder van zijn voetbalteam, hij liet een koe schrikken in de polder en een paar jaar later was hij weer in die polder waar ik opgroeide en hij vroeg me wat ik daar in godsnaam deed, vroeger. En nu sjokte hij soms naar de tram zonder haast te maken, ook al weet hij dat hij te laat is. Dat noem ik rustig.

Hij groeit mij voorbij. Hij is sterk. Of: ik krimp en word oud, en slap.

Hij zegt soms dat ik helemaal niks van hem weet en dat lijkt me heel goed, want toen ik zijn leeftijd had wisten mijn ouders ook niks van mij – dacht ik.

Gefeliciteerd jongen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen