Het was herfstvakantie, op naar Artis.
Gelukkig kunnen we er vroeg zijn, want het was zo’n beetje de laatste dag dat er deze herfst nog iets mag, dus tegen elf uur was het er al erg druk. Daarvoor was het ouderwets genieten in de klamme hokken, de rustige parkjes, bij de vissen.
De eerste dieren die we zagen waren de kamelen. Ik weet nooit of het nou dromedarissen zijn of kamelen. Mijn dochter was er ook bij. Ze is dertien. Ze noemde de slapende beesten kamelen.
Ze hebben twee bulten, zei ze.
Je hebt zelf ook twee bulten, zei ik.
De toon was gezet. Het werd echt een gezellige dag.
Jij hebt ook twee bulten zei ze, toen we verder liepen naar de krokodil, het favoriete dier van mijn jongste zoon. Ze wees mijn buik aan en mijn rugzak.
Dat was ook grappig.
De krokodil had zijn bek open. Dat gebeurt niet vaak. Ook bewoog de krokodil. Dat had hij nog nooit gedaan. Het was een spektakel.
Bij de zeeleeuwen kwamen er meeuwen op de vis af die gevoerd werd. Een van de meeuwen kakte op mijn dochter haar jas. Ze begon te gillen.
Papa, papa!
Ja, zei ik.
Haar mouw zat onder de kak. Heel vies. Dikke drap en doorzichtig vocht dat er nog smeriger uitzag.
Ik moest erg hard lachen.
Maak schoon, papa.
Ja, doe het lekker zelf.
Ze had net een nieuwe jas.
Ik gaf haar wel een zakdoekje. In deze coronatijden heb ik altijd zakdoekjes bij me. Eigenlijk zijn het stukken keukenpapier, want zakdoekjes uit een pakje vind ik vervelend opgevouwen en te dun.
Ze veegde de kak van haar mouw.
Ik vroeg mijn oudste zoon via de app of hij mee wilde eten vanavond, want ik had gehoord dat hij weg zou gaan.
Nee, zei hij.
Toen meldde ik dat zijn zusje onder gekakt was.
Hij reageerde: Ahahahahaha.
Dat paste wel bij deze dag.
Toen we terug naar de uitgang liepen hing er over de brug over het verblijf van de bevers, die eigenlijk beverratten heten, een blauwe tuinslang. Een vrouw was het hok aan het schoon spuiten. Een vrouw met een kinderwagen kon er niet door.
Behulpzaam hield ik de tuinslang voor haar naar beneden. Toe maar.
Ze reageerde agressief: Meneer, anderhalve meter! blafte ze door haar mondkapje. Ik ben zwanger.
Ik liet de tuinslang weer los en zei dat ze dan zelf maar onder die slang door moest zien te kruipen. En bedankt.
En dat ze zwanger was, dat kon ik aan haar rug niet zien.
Het was de dag van de nieuwe maatregelen, die allemaal al uitgelekt waren, en ik was helemaal klaar met het gedoe, en als zwangere vrouwen dan nog tegen me beginnen te schreeuwen is het helemaal klaar.
Alles wat ik op poten heb gezet de laatste jaren – schrijfworkshops, een vertelavond in de kroeg, begeleiding van de selectie van het voetballen, een kleine professionalisering van carnaval – werd in één keer weer stopgezet. Natuurlijk begrijp ik wel dat er iets moet gebeuren, maar de verhouding tussen de mensen die totaal geen last hebben van de maatregelen en de mensen met eigen bedrijven die de ellende op moeten vangen is erg scheef.
Een zwangere vrouw met een kinderwagen – ze had dus al een kindje – kan heerlijk zorgeloos door de dierentuin hobbelen en van anderen vragen dat ze op moeten rotten. Dat privilege is nu verstrekt. We hebben prinsesjes gemaakt, voor zover ze dat nog niet waren.
Als je een vaste baan hebt en het bedrijf kan draaien door thuis te werken, dan hoef je alleen niet meer te reizen en mis je misschien een paar collega’s. Als je op school zit kun je daar nog gewoon naartoe. Als je zoals mijn ouders in een dorp woont en wat buiten bezig bent is er weinig meer aan de hand dan dat je niet meer op bezoek kunt gaan bij andere mensen.
Niemand heeft last van de maatregelen, behalve mensen die al de hele dag aan het buffelen zijn en altijd al de risico’s pakken.
Toevallig kwam ik een van de bedrijfsleiders van een kroeg in de stad tegen, in de negen straatjes. Die moet waarschijnlijk sluiten. Ze hebben geen groot terras, de reserves zijn op, er is geen perspectief. Het wordt een kaalslag.
De complete stad draait op ondernemers die dingen organiseren, maar die ondernemers missen nu hun publiek. Dat publiek mist een leuk avondje, maar houdt het geld op zak. De oudere tak van dat publiek kwam toch al niet, maar juist die groep moet nu beschermd worden.
Totaal scheef.
De mensen die het risico nemen moeten het risico voor anderen opvangen. Als straks al die horecazaken eraan gaan krijgen ze er uit die hoek niks voor terug. Dan wordt de verwende thuiszitgroep wakker, gaan ze weer eens een keertje in de stad kijken en zeggen ze: Ik heb wel zin on koffie, maar waar zijn al die leuke kroegjes gebleven?
Ja pipo’s, die hebben jullie weggevaagd, zonder dat iemand het wist!
Nou ja, we waren een ochtend in de dierentuin. Die was nog open en blijft nog wel even open. Mijn zoontje vond het geweldig.
Op de terugweg zei hij: Ik wil weer naar de dierentuin.
Mijn dochter van dertien vertelde nog even een gezellige mop tussendoor, die vooral leuk was omdat zij de mop heel erg spannend vond.
Papa, ik weet echt een vieze mop.
Nou, vooruit dan maar.
Wat is het toppunt van wiskunde?
Zit jij op het gymnasium of zo?
Ja, maar daar gaat het niet om. Wat is het toppunt van wiskunde?
Geen idee.
Aftrekken tot je een breuk hebt!
Giechelend fietsten we naar huis.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen