In de nieuwste roman van Ivo Victoria gebruikt de schrijver zijn eigen naam, zijn echte naam. Weliswaar tussen dubbele aanhalingstekens, terwijl hij in dialogen niet eens enkele aanhalingstekens gebruikt – iets wat ik heel prettig vind. Opeens staat er: “Hans”.
Nu is er over de roman Alles is OKÉ op de site van De Revisor al een mooi stuk gepubliceerd, de toespraak die Thomas Heerma van Voss hield bij de presentatie van de roman in de Roode bioscoop in Amsterdam. Het was op de avond waarop Ajax de eerste groepswedstrijd in de Champions League speelde, tegen Lille. Een aantal mensen zat met spanning in het zaaltje. Thomas zorgde voor een pakkende toespraak. Geen dwepende woorden, maar het betoog van een oplettende lezer om het boek van Hans bij te staan.
Op de avond was er verwarring over Ivo en Hans. Het pseudoniem lijkt de schrijver steeds meer in de weg te zitten. Een leuk gekozen pornonaam die bestaat uit zijn doopnaam en de naam van de straat waarin hij geboren is (de Victoriastraat, Victorialaan…). Marius Hoogendorp zou op die manier mijn pseudoniem zijn. Ik ben blij dat ik die weg niet ingeslagen ben toen ze bij Meulenhoff vroegen welke naam er op de kaft van mijn debuut geplakt moest worden.
Hij heet dus Hans. Ik ken Hans al een tijdje. In de Roode bioscoop vierde hij zijn tienjarige schrijverschap dat begon met zijn eerste roman met de lange titel die ik hier niet zal herhalen, en zijn tweede boek, Gelukkig zijn we machteloos, dat het in 2012 schopte tot de shortlist van de Librisprijs, waar ik ook mocht aanschuiven en waar Adri van der Heijden met Tonio won. Toen noemde ik hem nog Ivo.
Als je af en toe samen aanschuift bij de schrijversborrel in de stad, elkaar op boekpresentaties en vertellersavonden tegenkomt, als je elkaar ziet met kinderen en partners erbij, als je samen lesgeeft in Arnhem, als je over Lowlands contact hebt, hij als programmeur en ik als schrijver met een show, dan wordt het langzaam Hans. En nu staat er plots Hans in de roman waar voorop nog steeds de naam Ivo prijkt.
Deze roman is persoonlijker, dat geeft die naam wel aan. Het gaat over zijn moeder, over zijn vrouw en kinderen, over zijn woonplaats (Amsterdam) die een eind weg is van de woonplaats van zijn moeder, het gaat over het aftakelen van zijn moeder, die langzaam dement wordt. Aangrijpend, erg goed geschreven, wat betreft taal ook veel meer Vlaams dan zijn vorige romans, persoonlijk dus.
Ivo wordt Hans.
Hij schrijft zintuigelijk, precies, swingend, over zijn moeder:
‘Een tandwiel dat net nog doelloos rondjes draaide in het luchtledige van haar gedachten en zich nu in de schakel van een ketting had weten te haken en dat tandwiel trok en trok, millimeter voor millimeter, die ketting voort totdat ook het volgende tandje haar schakeltje gevonden had. En daarna het volgende, en zo verder, totdat de mechaniek die haar woorden aandreef eindelijk opnieuw ordentelijk zou functioneren.’
Veel herhaling, en dat past bij de staat van zijn moeder. Heel mooi, het omzetten van gedachten in een mechaniek, om het verstoren van dit machientje te kunnen begrijpen.
Na de presentatie dronken we met een paar andere schrijvers biertjes in een café aan de Noordermarkt. Het was een huiskamer. Hans was moe, zag ik. Hij dronk als een vermoeide man die net een boek over zijn moeder had afgeleverd. Het boek was er, hij was er nog niet helemaal. Een persoonlijk boek staat dichtbij, het boek wordt nu de wereld ingeduwd, allerlei meningen waar je nog minder grip op hebt dan op de dementie van je moeder, zullen gaan komen. Dat is spannend, dat is dodelijk vermoeiend. Ik zag aan hem dat het schrijven hem veel had gekost en toen ik een paar weken later ging lezen herkende ik juist die vermoeidheid en machteloosheid in de tekst.
Die staat van de schrijver door laten schemeren in de vertelling, dat is genieten. Dan zegt de schrijver: dit boek had niet anders gekund. En dan bedoel ik niet alleen de mooie goedlopende zinnen en de rake beelden, ik bedoel dat dit het monument is dat Hans voor zijn moeder moest schrijven.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen