Na weekje minder op deze site te schrijven bevalt vooral de afstand tot ophef me goed. De afstand tot opinie. Vorige week sprak ik een vriend die het nieuws niet volgt, die afstand heeft tot opinie, en ik hield het nieuws nog wel bij en verbaasde me voor de zoveelste maal over media en subgroepen. Dat speelde vooral omdat er een documentaire op tv kwam over mensen uit de spirituele hoek die op een rechtse partij gestemd hadden. Mensen die alternatief zijn en yoga doen, en door de overkoepelende subgroep dus idealen schijnen te hebben die ze even makkelijk overboord gooien. Hoe kan dat toch?

Nu ken ik veel mensen uit die hoek: alternatief. Of het nou krakers zijn, milieuactivisten, extended rebellen, virusontkenners, meditatiebeoefenaars, mensen die zich over vluchtelingen ontfermen of  bomenknuffelaars, een kenmerk van de levenshouding is niet het uitzonderlijke dat aangehangen wordt maar de zelfingenomen zekerheid van hun gedachten. Grote gedachten, sterke overtuiging, dwingende moraal, dat is de combinatie die de vage koepel ‘alternatief’ bevolkt. Vanzelfsprekend generaliseer ik, en daarover kan ik zeggen: zij begonnen.

Maar eerst de achtergrond. Door coronamaatregelen, de verkiezingen en persoonlijke ongemakken zijn die waarden gaan glijden, naar elkaar toe, van elkaar af; en daar is ophef over. Hoe kan het dat iemand die yoga doet op Forum stemt? is de vraag. De Vlaamse Marie Meeusen vatte het mooi samen: ‘Het eigen gevoel is betrouwbaarder dan wetenschappelijk onderzoek.’ Vrijheid is een basisgevoel in die wereld, want je mag doen wat je zelf wil, dus als door rechtse politieke partijen kritiek geuit wordt op coronamaatregelen die dezelfde vrijheid beperken, dan wordt dat gesteund. Logisch, lijkt me, want het alternatieve is niet gekoppeld aan vastomlijnde patronen – juist niet.

Het idee dat er één stroming is van mensen die het goed met anderen, kwetsbaren, het milieu, vluchtelingen, kunst en weet ik wat allemaal op hebben is, klopt niet, zeker niet als je vanuit de oordelende moraal redeneert die precies in die wereldjes aangehouden wordt. Nauw denken dat naadloos aansluit bij ander nauw denken. Met een voorbeeld: hoe kijken zogenaamde activisten naar mensen die een baan hebben, die in een auto rijden en ergens benzine kopen, die in een koophuis wonen, die zaterdags op een voetbalveld staan, die naar countrymuziek luisteren, die carnaval vieren, die een boom in de tuin snoeien in plaats van die boom te laten verwilderen, die heel wat meer belasting betalen, die met het vliegtuig op vakantie gaan? Die groep wordt weggezet als fout.

Laat dat precies de groep zijn die, als er geschakeld moet worden om een virus eronder te krijgen, wel probeert mee te doen: een beetje rekening houden met anderen, afstand houden, als gezin de contacten beperken, op school meewerken aan de maatregelen en thuisonderwijs faciliteren… In de ogen van de activisten is dit slaafs meewerken aan de coronamaatregelen, ingesteld door een corrupte regering. Beleid dat sowieso al niet vertrouwd werd, want alles wat slecht is in de wereld zit gevangen in dat beleid.

Alternatief is in de basis: geen vertrouwen. Alternatief is oordelen over jezelf als moreel in orde omdat je iedere ochtend mediteert, en oordelen over een ander als niet in orde omdat die niet mediteert. Precies de alternatieven die brullen dat iedereen gelijk is en geaccepteerd moet worden zoals-ie is, brengen moreel onderscheid aan: een opdeling in goed en fout. Beleid is fout. Of nou een kraker of een fascist roept dat het huidige beleid niet deugt, dat maakt niet uit.

Contact met mensen die buiten het alternatieve straatje leven is voor alternatieven moeilijk. De oordelen staan al klaar: ze zijn allemaal fout. Je zou maar moeten praten met iemand die bij de Action spullen koopt. Ik ben in ieder geval blij dat ik af en toe mensen spreek die op een kantoor werken, die mensen zijn er echt, ook al werken ze nu vaak thuis. Het zijn geen mensen die zowel de lucht als het grondwater vernietigen, die vluchtelingen terug de zee in willen trappen, die het oerwoud in Brazilië kappen, die een smerige sport als voetbal doen in plaats van yoga, die al dat plastic in de zee gooien, die de bio-industrie persoonlijk in stand houden, die door en door slecht zijn. Het zijn mensen die in vrijwel geen enkel opzicht meer vervuilen, meer vernietigen, meer aanrichten dan de alternatieven zelf, behalve dat ze zich er niet voor schamen dat ze in een huis wonen waar als het koud is de thermostaat iets omhoog gaat, dat als ze ergens heen moeten daar zullen komen, desnoods met de auto, dat ze het leed van de wereld niet op zich kunnen nemen.

Het gaat over het verschil tussen morele superioriteit en het uit de weg gaan van die schaamte. De eerste groep denkt anderen te accepteren voor wie ze zijn en wat ze doen, de tweede groep accepteert daadwerkelijk die mensen. In plaats van vragen op te roepen binnen de eigen gelederen zou ik willen adviseren: praat eens met zulke mensen, op een voetbalveld of in een winkel – dat zijn plaatsen waar je gerust mag komen. Bel eens aan bij een koophuis, het stinkt er niet meer dan in je eigen huis. Ga eens kijken op een plek waar mensen werken, een fabriek – die zijn er nog. Schuif aan in de kantine en kijk wat er in de broodtrommels zit. Doe lekker dat uurtje yoga voor jezelf, maak dat belangrijke innerlijk contact, maar doe niet alsof mensen die daar geen behoefte aan hebben dom, vies of onwetend zijn.

Wat voor mij persoonlijk wel zou werken, en daar begon dit verhaal mee afstand tot opinie, en zeker tot het podium dat aan deze opinie geboden wordt. Alles wat ik via die kanalen tot me krijg plaatst me verder af van de mensen die ik dagelijks zie en spreek. Dus de vraag is: deze documentaire kijken en een uur verwarde hoofden vragen horen stellen, watertrappelen in hun eigen vijver, of mijn eigen normaal het werkelijke normaal laten zijn? Ik weet het al.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen