Toen ik helemaal door mijn roman heen was, redactie, ieder woord gewogen, ging ik in bad zitten. Ik ga zelden in bad. Dan lig je in je eigen vuil, maar op dat moment paste het wel. Dus ik liet de badkuip vollopen met het heetste water dat mogelijk was. Mijn dochter had eerder die weekLees meer »

En precies na een paar minuten in de douche, als ik de relatieve kou van de werkplek op de eerste verdieping wel kwijt ben, ongeveer een halfuurtje voordat ik eten ga koken, weet ik dat het laatste stuk uit ene zinnetje dat ik toegevoegd heb niet bij dat ultrakorte hoofdstukje aan het einde moet staanLees meer »

Omdat ik alles gezien had mocht ik me een paar weken later als getuige melden. Of ik iemand zou willen komen herkennen op het bureau in de Pieter Aertszstraat.Dat wilde ik wel.Dus fietste ik naar het bureau en werd een kamer ingeleid waar achter een donkere glasplaat een Marokkaanse jongen stond, heel iemand anders.Ik zei:Lees meer »

Er bestaat een website voor Abraham en Sara. Daar staan gedichtjes op. Er zijn mensen die iemand die vijftig wordt een gedicht willen sturen, liefst een gedicht dat voorgekauwd is. Om me op vandaag voor te bereiden las ik zo’n gedicht: Abraham staat voor de deur als je ouder wordt is het één en alLees meer »

‘Nou, ga dan zitten en hou je kop, dan vertel ik je een verhaal.’ Dit staat ergens in het begin van Een fractie van het geheel van de Australische schrijver Steve Toltz (vertaald door Anne Jongeling). De vader van Jasper Dean is aan het woord, nu nog heel kort in een enkel zinnetje, omdat zoonLees meer »

Wie in de jaren tachtig van de vorige eeuw Koninginnedag (zo heette vroeger Koningsdag, toen we nog een koningin hadden) heeft meegemaakt met een versierde fiets (zo vierde je vroeger Koninginnedag: met een optocht van versierde fietsen) weet dat het in april koud kan zijn. Echt ijskoud. Nu was het Pasen en fietste ik opLees meer »

Ze waren nog maar tien, maar voelden zich al groot. Middelbare scholieren, bijna. Ze liepen langs het water van de zandafgraving in de richting van het bruggetje waar een jaar daarvoor die jongen van Tamares, die al een brommer had, vanaf was gedoken en tot zijn middel in de modder was blijven steken. Nu reedLees meer »

Volgende pagina »
Jan van Mersbergen