Ze waren nog maar tien, maar voelden zich al groot. Middelbare scholieren, bijna. Ze liepen langs het water van de zandafgraving in de richting van het bruggetje waar een jaar daarvoor die jongen van Tamares, die al een brommer had, vanaf was gedoken en tot zijn middel in de modder was blijven steken. Nu reed hij in een rolstoel door het dorp. Niemand durfde meer van de brugleuning te duiken. Zij ook niet, al waagde Sjors het wel om van het planken wegdek te springen, gewoon met zijn voeten naar beneden.

Dat was de eerste dag dat er gezwommen kon worden. Nu was het einde van de zomervakantie in zicht. De jaar markt kwam er nog aan, school ging weer beginnen. Sjors en Jan waren niet weg geweest. Bijna niemand hier ging op vakantie, in ieder geval niet naar het buitenland.

Ze kwamen bij de brug. Twee meisjes stonden op de planken, eentje zat op de leuning. Ze droegen bikini’s. Ze waren zeker al vijftien. Toen ze de jongens aan zagen komen lopen, zei degene met donker haar die op de leuning zat: Daar komen de kleuters.

Sjors reageerde niet. Jan wilde wel iets zeggen maar voelde meteen een elleboog van zijn vriend tegen zijn ribben. Oké, dacht hij. Dan zeg ik niks.

Een van de twee blonde meisjes vroeg: Hebben jullie aan aansteker?

Jan schudde zijn hoofd.

O natuurlijk niet, zei het meisje. Baby’s roken niet.

Jan had haar wel eerder gezien, in de sportbal, als er een basketbalwedstrijd was. Iedereen had een hekel aan basketbal, maar het was de enige plek waar je voor niks naar binnen kon en een middag op de tribune kon zitten, naar die stomme sport kijken. Beter was het om onder de tribune te zitten. Daar lagen soms lege flessen en seksboekjes, hadden ze gehoord.

Ze wilden langs de meisjes over de brug lopen naar het grotere strand. De blonde ging voor Sjors staan en zei: Er hangt snot aan je neus.

Sjors wilde niet reageren, Jan zag het aan hem, maar hij veegde toch met de rug van zijn hand langs zijn neus.

De meisjes lachten allemaal, en dat was niet erg want ze konden hen nu passeren.

Het donkere meisje dat op de leuning had gezeten klom er nu helemaal op. Ze stond hoog op de leuning. Sjors keek over zijn schouder. Hij trok aan Jans arm. Kijk, zei hij zacht. Het meisje stak haar beide armen in de lucht, haar handen tegen elkaar, de houding voor een duik.

Jan zei: Hé.

Weer die elleboog in zijn ribben.

De meisjes hadden hem niet gehoord.

Sjors zei niks, maar het was wel duidelijk dat ze niks meer zouden zeggen. Ze dachten allebei aan die jongen met zijn brommer, waar hij nooit meer op reed. Die weg stond te roesten in de schuur.

Het meisje dook.

Het water borrelde.

Kom, zei Jan. Ze liepen verder. Het duurde een pas of zes voordat een van de blonde meisjes begon te gillen.

Ze liepen door en bij het grote strand zochten ze een plekje in de zon.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen