Een roman die vanaf de eerste bladzijde een duidelijke afbakening in de tijd (één zomer) laat zien, en een sterke vertelstem (een jongen die terugkijkt), dat is Hard land van Benedict Wells (vertaald door Gerda Baardman).

Wells schrijft soepele zinnen, zijn verteller spreekt de lezer direct toe, de lezer laat zich gewillig meevoeren, die zomer in. Als deze jongen, Sam van vijftien, een baantje krijgt bij de bioscoop, om de zomer door te komen en om niet de hele dag bij zijn vader in huis te hoeven zitten, dan vertelt Sam: ‘Daarna legden ze uit hoe je een filmrol in de projector deed, hoe de kassa werkte en hoe je de popcornmachine kon bedienen zonder je vingers te branden.’ Die laatste verteltoevoeging is waar het allemaal om draait, die geeft net even de sjeu aan zijn vertelstem, die kletst je naar de volgende pagina. Want ook al gebeurt er niet veel bijzonders, hij ontmoet natuurlijk een meisje en het wordt een mooie en tegelijk tragische zomer, Sams vertelstem neemt de lezer moeiteloos mee.

We volgen de jongen in zijn zomer van 1985, opvallend genoeg op een jaar na het geboortejaar van de schrijver, die is uit ‘84. Moeilijk lijkt me dat, schrijven wat er gebeurt in 1972, zo stel ik me voor. Toch kan ik me de zomer heel goed voorstellen, want ik was in 1985 ook bijna vijftien en mijn zomers waren vergelijkbaar, op de zieke moeder na. Steeds doemt Sams moeder op, in een ziekenhuis, in crisis, zorgen. In korte zinnetjes, in kleine gedachten.

Dus de vertelstem brengt het verhaal over die zomer tot leven. Als Sam het meisje ontmoet: ‘Tot dan toe had ik altijd gedacht dat een beugel erg was, maar die van haar vond ik prachtig. Ze droeg hem blijkbaar vanwege het spleetje tussen haar voortanden. Ik staarde ernaar en nam zwijgend een lik van mijn ijs, wat er waarschijnlijk nogal achterlijk uit zag.’

Ook weet hij dat hij een verhaal aan het vertellen is, en ook dat maakt de vertelling soepel: ‘Ik vind het altijd zo stompzinnig als mensen in boeken of films op zo’n moment zeggen ‘dat de tijd stilstond’. Het probleem is juist dat de tijd níet stilstaat – en dat het daardoor des te pijnlijker is als je eindeloos met je mond vol tanden staat.’ Die analyse achteraf van wat er met hem zelf gebeurde is heel sterk.

Wells gaf in een interview in de Volkskrant aan dat de jongen in Hard land vergelijkbaar is met hemzelf, al vertelt hij over zijn privéleven weinig, het gaat om de relatie met de moeder. Veel problemen, veel liefde, dat is de kortst mogelijke samenvatting. De roman is een jeugdig zorgeloos ritje, als het goed met Sam gaat, als hij de zorgen om zijn moeder kan verdrijven, zoals in de Bruce-mobiel, als ze gaan surfen in de achterbak van die auto waar alleen muziek van Springsteen klinkt. Sam zegt dan: ‘Zo moet het zijn.’

Wat steeds speelt: de ziekte van de moeder. Op pagina 73 staat: ‘Het irriteerde me dat ik door haar ziekte nooit ruzie met haar kon maken.’ Sam wil zich verzetten tegen zijn ouders, zoals iedere puber dat wil en moet kunnen doen. Dat mist hij. Het vertelperspectief in de verleden tijd is bovendien goed gekozen want op het moment zelf heeft die jongen natuurlijk amper besef van wat er allemaal gebeurt. Dan is de ziekte alleen irritant. Later ziet hij in dat hij de ruzies miste, ruzies waar je niet om vraagt maar die wel goed zijn voor je ontwikkeling naar volwassenheid.

Dirk Jan Arensman schreef in het Parool over Hard land: ‘Er komen regelmatig sprankelende oneliners voorbij. ‘Als first base zoenen is en een homerun seks, dan zat ik nog steeds in de kleedkamer mijn veters vast te maken.’ Scène na scène zie je als het ware in technicolor voor je. ‘Smakelijk, warmhartig popcornvermaak.’ Precies het filmische, dat ene zinnetje en de vergelijking met John Irving vielen me ook op.

Verder valt op dat er een aantal maal momenten in deze roman voorkomen die de hoofdpersoon en verteller ‘voor altijd zullen bijblijven.’ Dat vastpakken van de tijd, het stilzetten van de tijd, is een thema dat past bij zo’n jeugdzomer, bij de jaren tachtig, bij de muziek en films uit die tijd. De roman heeft niet voor niets de structuur van een film, compleet met soundtrack en aftiteling. Het verhaal speelt grotendeels in en om een bioscoop, dus ook dat past goed.

Minpunt vind ik het personage Kirstie: ze is stoer en cool, dat is wel duidelijk, maar de verteller laat zich wel erg vaak aan haar hand mee leiden naar die stoere en coole plekken en gebeurtenissen. Een stevig personage als Kirstie heeft als effect op verteller Sam dat hij passief wordt. Regelmatig (in ieder hoofdstukje) laat de jongen zich niet alleen meevoeren, maar ook commanderen. Dat vind ik jammer, al denk ik dat het misschien mijn eigen passiviteit in de jaren tachtig is, en mijn verhouding tot meisjes uit de klas die wel durfden en wel actie ondernamen, die me plaatsvervangend laten voelen hoe klein Sam is naast Kirstie.

Ergens laat de zieke moeder van Sam weten dat het een troost is dat je maar één keer doodgaat, want veel zaken die vervelend zijn herhalen zich. Het sterven gebeurt maar één keer. Dat is een mooie gedachte, die niet helemaal klopt want voor die jongen is die zomer een periode van afleiding voor dat sterven van zijn moeder, tegen die ene zich niet herhalende gebeurtenis staan een heleboel gebeurtenissen die zich wel gaan herhalen, leuke en heel soms minder leuke, maar dat is allemaal afleiding voor het verlies van zijn ma. In die zin is de roman een aaneenschakeling van vermaak, omdat steeds de dood van de moeder op de loert ligt.

Dat is de reactie van jonge mensen op verlies. Het is moeilijk daar grip op te krijgen, en het leven lijkt door te gaan, de persoonlijke ontwikkeling mag niet stoppen, kan niet stoppen, dus hobbel je door van de ene kick naar de andere, om die ene grote ingrijpende kick niet te hoeven beleven of voelen. De zomer in een spagaat, met een leed dat onoverkoombaar is en een periode die onherroepelijk zal vervliegen.

*

Morgenmiddag interview ik Benedict Wells bij boekhandel Donner in Rotterdam, tijdens een besloten leesclubbijeenkomst.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen