Toen de betonwagen over de dijk kwam rijden riep de aannemer: Stoppen. De chauffeur kende hem, en stopte, maar zei meteen dat hij geen bestelling van hem had staan. Dat klopt, zei de aannemer, maar volgens mij zit er nog wel wat in die kuip.

Hij knikte in de richting van de betonwagen die rustig zijn rondjes draaide. Ik hou erg van betonwagens die draaien omdat anders het beton hard wordt. Iets vervoeren dat van samenstelling of hardheid kan veranderen is magisch. Je vertrekt met een blok ijs, je komt aan met een plasje water – daar zou eens iemand een roman over moeten schrijven.

We moesten beton hebben voor de vloer in de kelder. Eerst hadden we een stuk of zes ramen in de dikke keldermuren gezaagd en gehakt, daarna hadden we alle grond en puin die in de kelder zat eruit gegraven en bij de broer van de aannemer achterop het terrein gestort, waar hij een dam wilde maken om de grond aan de andere kant van de sloot te kunnen gebruiken voor zijn verhuurbedrijf in landbouwvoertuigen, en toen de vloer enigszins glad was en de muren in orde konden de bewapening het beton erin. Het ijzer zat al op z’n plek, en toen passeerde de betonwagen.

Kom nou eerst eens even kijken, zei de aannemer, en de man van de betonwagen durfde niet te zeggen dat hij door moest, en dus keek hij in de kelder naar het gevlochten gaas en naar de kozijnen, de ramen zouden nog wel een keer komen. Dus storten maar, zei de aannemer, ik bel wel even met kantoor bij jullie.

Die manier van opereren kan tegenwoordig niet meer. Niemand wil dat, het is ongeorganiseerd, valt of staat bij het toeval en het houdt soms alleen maar op, maar die dag werkte het perfect want er zat nog wel flink wat kuub beton in de molen en aan het einde van de dag, toen alles aangetrild was en het beton lag te rusten en het water omhoog kwam, dronken we een biertje bij het water achter het gebouw en was iedereen tevreden.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen