Mijn dochter heeft haar kamer veranderd. Haar bed staat nu onder de trap naar de vide, die alleen nog als chillplek gebruikt wordt. Daar sliep ze eerst, daarna stond haar bed aan de kant van het raam, nu dus tegen een andere muur, en waar het buiten dit geschuif met meubels eigenlijk om gaat: die muur is van beton.
Erg fijn, beton. Je hoort niks van de buren. Veel beter dan in die krakende huizen in Zuid, met de houten vloeren en slordig afgestreken wandjes en verlaagde plafonds. Beton is te gek, behalve als je er een spijker in moet slaan.
Er moest een schilderijtje aan die betonnen muur. Ik had al betonspijkers gekocht. Dat zijn spijkers met een draaiing naar de punt toe.
Het schilderijtje woog niks. Ik sloeg een spijker in de muur. Na twee slagen ging de spijker niet meer verder. Het pleisterwerk, daar glipt zo’n spijker zo doorheen, tot-ie bij de beton komt. Hij ging niet verder. Nu bleef dat schilderijtje ook wel hangen op een spijkertje dat amper in de muur zit, maar je hoeft er maar even tegenaan te stoten en alles valt naar beneden. Dat kwam mijn dochter me even later melden.
Boren, daar had ik geen zin in. Met een speciale betonboor een gat maken, een plug daar in slaan, een schroef of haak daarin draaien, ik vond het iets te veel van het goeie, voor dat schilderijtje.
Ik wees naar de wand naast de deur. Hij kan ook daar hangen, zei ik.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen