De enorme rode kraan die het Syrische restaurant naast de molen van Sloten aan het slopen is had een ander ding aan zijn arm. Het was het een bak waarmee hij kon graven en scheppen, nu had hij er een ijzeren bek aan hangen met een grote massieve bovenkaak en aan de overkant een bewegende kaak met tanden.
Althans, dat zag mijn zoontje er in.
Hij zei: Het lijkt wel een graafdinosaurus.
Dat is het ook, zei ik. Met zo’n bek.
Ja.
De graafdinosaurus nam een hap uit de betonnen vloer. Die was van gewapend beton. Hij beet er een stuk vanaf van een meter of drie. Hij drukte zijn kaken stevig op elkaar, je hoorde het beton knisperen. Toen vielen de kleine vermorzelde stukken beton op de grond en bleef er alleen wat ijzer over dat het begon al die tijd bij elkaar gehouden had.
Het is een betonvermorzelaar, zei ik.
Dat vond mijn zoontje ook goed.
We keken een tijdje naar de kraan. Hij hapte een paar delen van de vloer weg en maakte het beton tot klein puin.
Toen stopte hij ermee. We fietsten naar boven aan de dijk en zagen de man van de kraan met zijn schoenen uit even pauze nemen. Zijn voeten hoog op het dashboard van de betonvermorzelaar, eentje net buiten de cabine. Hij had witte sokken aan.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen