In de grot woonden vier mensen, en ze woonden er al jaren. De grot lag niet ver van de stad, je kon de snelweg horen. Het was wel een moeilijk te bereiken plek, want je moest langs de bovenste richel van een viaduct het water over en dan aan de overkant eerst een talud omhoog en een stukje door dichtbegroeid bos. Dat laatste was maar een meter of twintig, maar je kon het begin en het einde van het paadje, licht uitgesleten inmiddels, niet zien.
Een van de mannen had in Vietnam gevochten. Hij was klein. Hij droeg niet de versleten oude uniformen die veteranen in films soms dragen. Hij droeg gewoon een spijkerbroek en een shirtje, net als de anderen: een zwarte man met een snor, en twee broers waarvan de ene nooit een woord zei. hem noemden ze de Stille.
Ze kookten buiten, onder het bladerdak van de grootste boom die net naast de ingang van de grot stond. De zwarte man had een kastje gevonden, daar stonden de pannen in. Het kastje kon redelijk goed tegen water. In jerrycans bewaarden ze hun drinkwater dat ze meestal op konden vangen op een hoger gelegen punt waar de veteraan een golfplaat had neergelegd, met een gootje eronder dat schuin afliep naar een teil.
Er was geen douche, toch wasten ze zich iedere dag, zelfs hun kleren.
Een keer hing er een helikopter boven de ingang van de grot, maar die verdween na een tijdje weer. In het gebied liep een lynx en dat kreeg aandacht op tv, hoorden ze later.
Tot de dag dat een groepje scholieren over het viaduct klom hadden de mannen geen bezoek gehad, geen enkele keer. Het waren zeven scholieren, gemiddeld een jaar of zeventien. De veteraan schrok waarschijnlijk van de fles die de voorste jongen in zijn hand had. Er stak een lap uit, dat herkende hij. Een andere jongen had een aansteker.
Wat er daarna gebeurde is niet bekend, zelfs niet na uitgebreid politieonderzoek en het vervolg op dat onderzoek in de rechtbank. De veteraan zei dat hij niet als eerste schoot, het was een reactie. De Stille schreeuwde, werd bevestigd door de enige scholier die het overleefde. Dat was ook opvallend, hij schreeuwde. Wat wel vaststaat is dat de vier mannen vanaf dat moment een ander onderkomen kregen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen