Ik liep over de ringdijk. Drie vrouwen kwamen me tegemoet. Ze liepen midden op het paadje. Ze hadden drie honden bij zich: een grote witte hond, een klein bruin hondje en een nog kleiner bruin hondje.
Een man fietste de vrouwen achterop. Hij reed op een opoefiets. De vrouwen gingen niet opzij. Ze merkten niet dat er iemand aan kwam. Ze waren in gesprek. De man fietste door het gras, passeerde de vrouwen kwam slingerend weer op het asfalt en reed door, mijn richting uit.
Het kleinste bruine hondje rende achter de man op de fiets aan. Het hondje blafte erg hard en hoog. De man fietste nog harder. Hij blies lucht in zijn wangen. De hond rende een heel stuk blaffend achter de man aan, tot hij moe was en terug slenterde naar de vrouwen.
Het hondje werd warm onthaald. Een van de vrouwen aaide hem en riep: Je bent zo dapper. Je bent zo’n dapper hondje. Je bent echt een held!
Toen ik dicht bij de vrouwen was hoorde ik waar hun gesprek over ging. Een van hen zei: Dat vuurwerk tegenwoordig, met die jongeren die steeds jonger knallen en alles vernielen, dan denk ik: die worden gewoon niet opgevoed.
Ik liep verder over de ringdijk. De hondjes blaften niet maar me, alleen naar die fietser.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen