Nu weet ik weer waarom ik mijn selectie van boeken die ik echt het beste vind om me heen wil hebben op mijn werkplek: het werkt als een spiegel.
Ik ben met een flink aantal projecten bezig. Voor de roman heb ik geen spiegel nodig, die vertelling heeft maar één mogelijk vertrekpunt. De thriller heeft erg veel opties, en er moet zeker nog iets aan die vertelling gebeuren – maar wat?
Dus kijk ik naar de ruggen van die boeken die naast me staan in twee smalle boekenkasten en op het randje van de kledingkasten tegenover mijn werktafel. Die moet ik hebben, weet ik. Die zwarte rug. Rode letters.
De verteller van die thriller is zo sterk en eigen, daar ga ik niet gauw bij komen en ik wil haar zeker niet kopiëren, het idee achter dat boek is bijzonder goed. Mijn verteller moet één persoonlijke eigenschap hebben die in iedere zin aanwezig is. In iedere handeling eigenlijk ook.
Hij moet verzot zijn op: orde. Op opruimen. Netjes alles een plek geven.
Past dat bij het verhaal?
Ja ja ja.
Is dat uit te voeren met de huidige derde persoons verteller die ik nu heb?
Helaas: nee.
Is het veel werk alles om te zetten, naar een obsessief orde-zoekende vertelstem?
Zeker.
Ga ik dat doen?
Ja.
Na de vakantie?
Ik knik.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen